Toen hij veertien was, zag Dominique Desimpel de film Un Taxi Mauve van Yves Boisset uit 1977. Meteen wist hij welk soort huis hij ooit voor zichzelf zou bouwen. "Als enig kind, opgegroeid in een groot pand, was ik bang van veel ruimte. Ik zocht altijd de meest geborgen hoeken. Deze film speelt zich af in en rond een prachtig huis met kleine, gesloten kamers. Dat beviel me enorm. Bovendien staat het in een weids en overweldigend landschap, net als mijn huis nu te midden van de ruige polders. Het sluit zich ook af van de buitenwereld en is eveneens opgebouwd uit een wirwar van vertrekken. Voor mij is dat contrast tussen open en gesloten fascinerend en mysterieus", vertelt Dominique.
...

Toen hij veertien was, zag Dominique Desimpel de film Un Taxi Mauve van Yves Boisset uit 1977. Meteen wist hij welk soort huis hij ooit voor zichzelf zou bouwen. "Als enig kind, opgegroeid in een groot pand, was ik bang van veel ruimte. Ik zocht altijd de meest geborgen hoeken. Deze film speelt zich af in en rond een prachtig huis met kleine, gesloten kamers. Dat beviel me enorm. Bovendien staat het in een weids en overweldigend landschap, net als mijn huis nu te midden van de ruige polders. Het sluit zich ook af van de buitenwereld en is eveneens opgebouwd uit een wirwar van vertrekken. Voor mij is dat contrast tussen open en gesloten fascinerend en mysterieus", vertelt Dominique. Hij wist toen al wel hoe het grondplan van zijn toekomstige woning er ongeveer moest uitzien, maar was nog niet in het decor ervan geïnteresseerd. Hij wilde bovendien geen decorateur maar acteur worden. Daarom trok hij op achttienjarige leeftijd naar Parijs en stond er op de planken. "Maar ik ontmoette er vooral boeiende mensen en kwam er in prachtige interieurs. De pianist Daniel Varsano leerde me niet alleen Satie kennen, hij nodigde me ook uit bij zijn moeder die op l'Isle Saint-Louis een appartement had vol schilderijen van Pieter Brueghel. Antiquair Colin Mcmurdy nam me elke woensdagnamiddag mee naar het Louvre, waar we telkens een andere zaal bestudeerden."Terug in België nam zijn belangstelling voor interieurs nog toe. "Ondertussen had ik namelijk een bezoek gebracht aan Venetië, waarvan ik één ding nooit vergeet : de mozaïekvloeren van de San Marco. Zo ogenschijnlijk eenvoudig. Het gaf me een schok. Kort daarna kreeg ik via de Brusselse decorateur Christophe Decarpentrie de kans om tegels voor zijn interieurs te zoeken. Zo verhandelde ik, voor ik het goed en wel besefte, artisanale tegels en begon ik antieke tegels te collectioneren. In plaats van op de planken te staan, stond ik nu in de handel. In een mum van tijd was mijn leven definitief veranderd."Tegenwoordig reist Dominique de wereld af op zoek naar kleine artisanale tegelateliers die werken zoals vroeger en werkt hij samen met gerenommeerde decorateurs en architecten. Hoewel hij beroepshalve soms heel strakke, minimalistische interieurs helpt realiseren, bouwde hij aan zijn vroegnegentiende-eeuwse huis in Damme een vleugel in de landelijke, achttiende-eeuwse stijl van de streek. "Met gepleisterde balken, schouwen, een mansardedak en guillo- tineramen. En veel geborgenheid. Ik hou niet van grote glaspartijen en te veel strakheid. Perfectionisme boeit mij niet. Hier zijn bijna alle deuren oud. De trap, geïnspireerd op een voorbeeld uit een Tanzaniaanse boerderij, is gemaakt van oude planken en boomtakken en is zelf een soort kronkel. De muren zijn ruw gekalkt, op de vloer liggen keien. De afwerking is simpel, natuurlijk en hobbelig. Mijn 'moderne' vrienden zouden een nette, strakke en hedendaagse constructie waarschijnlijk meer appreciëren, maar daar wil ik geen rekening mee houden. Dit is mijn persoonlijke creatie."Dominique ontwierp de woning zelf en liet zich voor de realisatie ervan bijstaan door de bevriende architect Stéphane Boens. Het exterieur herinnert aan de landelijke architectuur van de streek rond Damme, maar het interieur zit vol verwijzingen naar de oude interieurschilderkunst die hij eerst in Parijs ontdekte en later ook in Brugge waar je de sfeer van de Vlaamse Primitieven opsnuift. "De bibliotheek doet wat denken aan de interieurs van Jan Van Eyck, terwijl de wand met de grote kaart van Vlaanderen en de buitendeur met het fluwelen gordijn uit een tableau van Vermeer geplukt lijkt. Maar onbewust hoor, want ik vond die kaart, hing ze op en het schilderij verscheen ineens op de muur."Dominique houdt van robuuste meubelen, zoals de Zwitserse sgabelli aan zijn werktafel en de salontafel gemaakt van een gotische lambrisering. Er staan enkele uitgelezen objecten, zoals de Nederlandse hemelglobe uit 1704, de grote Vlaamse bronzen vijzels en de sokkel van het Romeinse standbeeld. De tuin staat vol antieke stenen en is geïnspireerd op een middeleeuwse tuin in Brugge. Vanuit de grote woonkamer kijken we naar Dominiques recentste creatie : het gastenverblijf in de tuin. "Het grote eikenhouten raam en het glas-in-lood verraden weer mijn fascinatie voor de zeventiende-eeuwse schilderkunst. Binnen is er ook een plint met mangaankleurige landschapstegels. Voor de wandschildering deed ik een beroep op Angèle Boddaert-Devletian die ook de wanden van de grote woonkamer beschilderde. Je merkt dat ze vooral oude muurschilderingen restaureert en dat ze het mysterieuze van deze hoge ruimte perfect heeft aangevoeld : haar sjabloonbeschildering lijkt bijna af te bladderen."Ook daar bleek de kleur van de tegels een inspiratiebron. Overal in huis ontdek je antieke tegels. De oudste middeleeuwse vloertegels en zeldzame Antwerpse majolicategels hangen pretentieloos in de keuken. Op een verdoken plek in de woonkamer hangt een prachtig veld met grote, vroegzeventiende-eeuwse tegels uit Damascus. De tegels komen van overal : Italië, Spanje, Frankrijk, Vlaanderen... Dominique stelt ze niet netjes tentoon op een rij, geordend per tijdperk of stijl. Dat vindt hij saai. Ze moeten voor hem zelfs niet eens gaaf zijn, ze mogen best wat gehavend zijn door gebruik, zoals de mozaïeken van San Marco. Voor meer info : www.tegelsdesimpel.be en www.angeleboddaert.be Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde