Een uur nadat ik Kaapstad aan boord ben geklommen van de Silver Wind, sta ik, compleet met zwemvest, fluitje, noodsignaal en een pak instructies te wachten op de safety drill. Een week eerder is de Costa Concordia vergaan. Het zomert, maar de voorbije dagen heeft het vooroordelen geregend van betweterige vrienden en kennissen die zelf nog nooit op een cruise zijn geweest. Een van hun vooroordelen klopt wel : de opvarenden zijn niet van de jongsten, en allicht heeft dat met de prijs te maken. Maar Silversea is dan ook negen keer door het vermaarde reisblad Condé Nast Travel verkozen tot 's werelds beste cruisemaatschappij.
...

Een uur nadat ik Kaapstad aan boord ben geklommen van de Silver Wind, sta ik, compleet met zwemvest, fluitje, noodsignaal en een pak instructies te wachten op de safety drill. Een week eerder is de Costa Concordia vergaan. Het zomert, maar de voorbije dagen heeft het vooroordelen geregend van betweterige vrienden en kennissen die zelf nog nooit op een cruise zijn geweest. Een van hun vooroordelen klopt wel : de opvarenden zijn niet van de jongsten, en allicht heeft dat met de prijs te maken. Maar Silversea is dan ook negen keer door het vermaarde reisblad Condé Nast Travel verkozen tot 's werelds beste cruisemaatschappij. Ik ben de laatste om die beoordeling tegen te spreken als ik de grand suite betrek en kennismaak met een butler in rok, genaamd Mustafa. Die is jong, good looking en immer opgewekt. Als hij lacht, geeft hij een indrukwekkende rij tanden bloot, hij blijkt een internetwonder, brengt om vier uur een schaaltje canapés, ruimt was en strijk op en slaagt er elke avond weer in om orde te brengen in de rommel die ik gedurende de dag heb uitgestald. Terwijl hij tussendoor ook nog mijn zonnebril en mijn schoenen heeft gepoetst. Kortom, hij is perfect - op één aspect na : hij is geen vrouw. De eerste dag loopt hij met mij de vier dekken af, toont me het bridgezaaltje en het casino, de grote spektakelzaal, de bibliotheek, de humidor en de vier restaurants waar ik terechtkan. Hij noteert de naam van de krant die mijn voorkeur wegdraagt en waarvan hij elke ochtend een geprint exemplaar zal afleveren en signaleert terloops dat ik de keuze heb uit negen types van hoofdkussens en kan kiezen tussen badproducten van Bulgari, Ferragamo of Neutrogena. Ik kan niet zeggen dat ik een hartstochtelijke fan van cruisereizen ben, maar één ding weet ik zeker : voor de nieuwsgierige maar wat gemakzuchtige reiziger is het de ideale formule om de mooiste plaatsen ter wereld te zien. Elke dag op een andere plek aankomen zonder te moeten uitpakken of met valiezen te sleuren, is al een vorm van luxe op zich. Maar luxe is ook en vooral ruimte, altijd al een teer punt op schepen. Al snel ontdek ik nog een reden voor het succes van Silversea : de onberispelijke service van het personeel, hun hartelijke motivering en hun aantal. Op de Silver Wind varen 296 gasten mee en voor hen staan 222 bemanningsleden klaar. Terwijl ik 's morgens op het buitenterras van het Italiaans restaurant van een perfecte espresso geniet bij mijn croissant en een full-size geprinte versie van Le Monde doorneem, passeren me obers met zalm en glazen champagne terwijl aan linkerzijde de oostkust van Zuid-Afrika voorbijglijdt. Dat soort luxe hoeft voor mij niet, ik geniet veel meer van de ruimte en van de toevallige ontmoetingen. Voorlopig is daar weinig tijd voor, want reeds komt de eerste aanlegplaats in zicht. Port Elisabeth is niet veel soeps en tot overmaat van ramp zet de shuttle ons af bij een soortement amusementspark dat ik stante pede weer verlaat om wat in de oude stad rond te neuzen. Binnen het uur ben ik weer aan boord, waar de kapitein ons meedeelt dat Maputo is geschrapt : wegens een tropische tyfoon is de haven voor vijf dagen gesloten. Het goede nieuws is dat we daardoor een extra dag op zee doorbrengen en dat zorgt voor een charme die ik al eerder mocht ervaren, ook al laat ze zich moeilijk omschrijven. Soms denk ik dat het met de horizon te maken heeft, met de constante bries, met een vaag gevoel van te ontsnappen aan de boze wereld. En soms, heel even voelt het schip ook aan als een cocon van koloniale nostalgie, compleet met een horde attent personeel, een ouderwetse service en in onbruik geraakte rituelen, zoals tea-time of lezingen in het theater. Ik ga naar Brian Jones luisteren, de eerste man die, in gezelschap van Bertrand Piccard, met een ballon om de wereld voer. Zijn lezing is een beetje saai, maar dat Jones een man met een hart is, bewijst de actie die hij onder de noemer Winds of Hope samen met Piccard opzette ter bestrijding van de vreselijke ziekte noma, die vooral Afrikaanse kinderen treft en waarbij eerst hun lippen en vervolgens hun hele gezicht weggevreten wordt. Terwijl bij de eerste symptomen een eenvoudige mondspoeling volstaat om het kwaad te lijf te gaan. In een verder stadium kunnen antibiotica helpen, later helaas niets meer. Ik zoek de massa niet op, maar ik kan ze evenmin missen - als ze maar op de achtergrond blijft. Na enkele dagen ontstaat er een prettig samenzijn met enkele andere opvarenden, dat aan zo'n cruise een deel van zijn betekenis geeft. Ik observeer een gevarieerd gevogelte en probeer de achtergronden van de passagiers te raden. Er is een fascinerende, oudere vrouw die altijd geheel in het wit gekleed gaat, soms met kapje en baret en een grote zonnebril, zodat ze voor een kopie van Amelia Earhart zou kunnen doorgaan, en die me later vertelt dat ze voor rekening van een Zwitserse bank rijke mensen geholpen heeft bij hun investeringen. Ze stapt veel rond op het bovendek en ik zie haar alleen fruit eten. Kwatongen beweren dat ze op zoek is naar een man met centen. Er is een man met een witte en een blauwe schoen, geverfd haar (of een pruikje, daar ben ik nog niet achter) en een veel te ver openstaand hemd, hij reist samen met een vrouw die er net iets minder excentriek bijloopt. Hij zal later een beroemde Duitse cardioloog blijken van 84 met een passie voor barokmuziek. En dan zijn er twee onbekende heren van middelbare leeftijd, die samen zeer veel tijd in de ligstoelen aan het zwembad doorbrengen, waar ze hun tijd verdoen met het herschikken van hun minuscule zwembroekjes. Richard's Bay is niet meteen een uitgelezen stad om een toerist heen te sturen, maar ik wil de gelegenheid aangrijpen om het groene land van de legendarische Zoeloekoning Shaka Zoeloe zien en heb daartoe het 96.000 hectare grote Hluhluwe-Umfolozipark uitgekozen dat beroemd werd doordat de witte neushoorn er een nieuwe toekomst heeft gevonden. De big five komen er voor, maar net zo indrukwekkend is de kleine, vlijtige mestkever die een olifantendrol, die vele keren groter is dan hemzelf, met onvermoede kracht huiswaarts rolt, om ze als nest voor zijn eieren te gebruiken. In een open Landcruiser met neergeklapte voorruit rijden we behoedzaam de smalle, onverharde wegen af, staan oog in oog met sierlijke giraffes, ontspannen grazende zebra's, en genieten van de troep olifanten die zich in de verte laaft aan het water van de rivier. We luisteren naar de dramatische verhalen over de waterbuffels die schijnbaar lui en loom in de rivier liggen, maar zich meedogenloos tegenover de mens gedragen die ze al millennia lang naar het leven staat. Tussen de glooiende heuvels onderga ik weer even het ondefinieerbare Afrikagevoel, een mix van ongeschonden natuur, weldoende traagheid, tropische geuren en loerend gevaar. Al bedriegt de schijn : in de jaren dertig werd het gebied massaal onder de ddt en andere insectenverdelgers bedolven om de tseetseevlieg uit te roeien die verantwoordelijk is voor de slaapziekte. Een vernietigingsactie werd nodig geacht voor de introductie van de nieuwe bewoners, die de ontginning van ertsen waar konden maken en nu in nieuwe wijken wonen waar gigantische malls, McDonald's en Caltextanksta- tions het landschap kleuren. Terwijl ik 's morgens voor het ontbijt mijn rondjes loop op de 250 meter lange piste van kunstgras op dek 9, vaart de Silver Wind de wateren van Durban binnen. De grootste haven van Afrika is een wereldstad van 3,5 miljoen inwoners, met brede lanen, een surfersparadijs met de grootste Indiase gemeenschap buiten India. Anderhalve eeuw geleden werden Indiase werklui door de Britten hierheen gehaald om op de suikerrietvelden te worden ingezet. Mahatma Gandhi werkte en leefde hier, maar het zijn de Britten die er de onmiskenbare sporen hebben nagelaten. De City Hall is een exacte kopie van het stadhuis van Belfast, de Botanic Gardens zijn de oudste van Afrika, beroemd om het orchideeënhuis, de Garden of Senses die de blinde bezoekers in verrukking brengt, en een Tea Garden waar de gewoonten van toen voortleven. Ik breng de voormiddag op de Victoria Street Market door, tussen kleurrijke specerijen, kitscherige prullaria, onbekende groenten en lange rijen zwarten, waarvan sommigen hun eigen krukje hebben meegebracht. Ze wachten op hun maandelijkse uitkering. Als ik om 2 uur weer aan boord klim, zijn de ligstoelen rondom het zwembad volzet, terwijl de kaarters aan de tafels hebben plaatsgenomen. Ik bestel een slaatje en een steak, rond het geheel af met een espresso en een sigaartje en neem de tijd. Ik ontmoet een gepensioneerde Vlaamse notaris, een Engelse cartoonist en een Amerikaanse eigenaar van een ijshockeyteam. Zo'n cruise is ook een paradijs voor voyeurs en schrijvers met een writer's block, die om tien uur aan de bridgelessen voor beginners kunnen deelnemen, een uur later kunnen oefenen bij het shuffleboard, om drie uur in het water duiken voor een partijtje volleybal en om vier uur uit twaalf soorten thee kunnen kiezen bij het vieruurtje. Na advies kies ik voor de Superior Gyokyro, een zeldzame Chinese groene thee. Bij die thee ontmoet ik de ware held van het schip, Ramon De Bernard, 37, en chief executive chef. Hij komt uit Verona en koos vijf jaar geleden voor Silversea, omdat hij na verscheidene Relais&Châteaux weleens aan een andere uitdaging toe was. Hij wilde op allerlei plaatsen ter wereld nieuwe producten ontdekken, zonder de bereidingswijze te kennen. "Dat vormde juist de uitdaging, ook al stak ik links en rechts veel op. De liefde en respect van de Japanse chefs voor het product, voor het dier dat gedood is, en waarvan uit respect niets mag worden weggegooid. De rijkdom aan kruiden in Mumbai, de vele vissoorten in Zuid-Afrika, het belang van de Italiaanse slowfoodbeweging waarin een terugkeer naar het product van het seizoen centraal staat en waar de smaken primeren op het uitzicht. In deze jachtige tijden staat het visuele voorop en dat werkt verblindend. Ik deed vaak de eenvoudige test : doe klanten een blinddoek om en ze herkennen niet eens wat ze eten. Soms vinden ze iets niet goed, terwijl ze bedoelen dat de smaak hen niet ligt." Het regent als we East London binnenvaren, maar erg is dat niet. Ik geniet van het ritueel met de, korte, gespierde sleepboten en laat me een uur later in het stoffige East London Museum afzetten, waar ik een hallucinante afspraak heb met een monsterachtig uitziende vis, waarvan gedacht werd dat hij vijftig miljoen jaar geleden uitgestorven was tot een visser in 1938 een coelacant in zijn netten ophaalde. De laatste middag is een beetje bijzonder, want chef Ramon gooit bij de lunch het reusachtige kombuis open voor de gasten, waarbij op tientallen meters lange toonbanken het lekkerste van het lekkerste te zien is. Het is de kunst om op zo'n cruise enige discipline op te brengen op het gebied van eetgewoontes. Zondaars kunnen het uitzweten in de gymlessen, de yogaklas of in de kleine fitnessruimte. Zelf heb ik een dagje rustig lezen voorzien, maar ook daar krijg ik nauwelijks de kans toe. Want Mustafa stelt al voor te helpen bij het pakken. Ik aarzel, maar omdat ik snel merk dat hij als geen ander hemden en jasjes kan opvouwen, laat ik hem begaan en hou mijn beste outfit apart. Want 's avonds ga ik eten in het chique Le Champagne restaurant, dat Relais & Châteaux-status verworven heeft en als waardige afsluiter kan dienen na een memorabele trip. Daarna wissel ik met gelijkgezinden adreskaartjes uit en bereid me voor op het jachtige, maar deiningloze leven aan land.DOOR PIERRE DARGE