Jo Blommaert Illustratie Sandra Schrevens
...

Jo Blommaert Illustratie Sandra Schrevens Een zoen ? Twee zoenen ? Drie zoenen ? Eerst op de rechter- of eerst op de linkerwang ? Wie wel en wie niet zoenen ? En bestaat er een hoffelijke manier om aan al dat gezoen te ontkomen ? Met de feestdagen voor de deur kunnen we ons misschien beter op voorhand over deze en andere etiquettevragen bezinnen, zodat we straks niet opnieuw in gênante situaties verzeild geraken. Wie gewoon is nieuwjaarswensen met drie klinkende zoenen kracht bij te zetten, heeft het vast al eens meegemaakt dat de ander minder enthousiast aan het ceremonieel deelneemt, en er halfweg al vandoor wil. Ook de verhalen over minder geslaagde kerstdiners zijn bekend : bij aanvang al een slap handje en een afstandelijke wang aangeboden krijgen van dat aangetrouwd familielid dat je één keer per jaar ontmoet, maar dat wel de rest van de avond zwaar geparfumeerd naast je aan tafel zit, terwijl van jou verwacht wordt dat je je sigaretten in je zak laat zitten. Tot overmaat van ramp heb je elkaar na de onvermijdelijke vraag ?hoe gaat het ??, en het even onvermijdelijke antwoord ?goed?, niks zinnigs meer te vertellen. Het worden gegarandeerd weer leuke feestdagen ! Wie er toch het beste wil van maken door zelf geen flaters te slaan, of door op een hoffelijke manier te ontsnappen aan ongewenst intiem gedrag, kan misschien enig advies vinden in het pas gepubliceerde boekje Hoort het wel, hoort het niet ? van de Nederlandse uitgeverij Tirion. Misschien. De achterflap meldt dat tegenwoordig heel wat mensen met prangende vragen zitten over tal van omgangsvormen. Toch werken zowel de hier gestelde problemen als de door etiquettedeskundige Magda Berman gegeven antwoorden, soms behoorlijk op de lachspieren. Zo is er een mevrouw die zich doodergert omdat haar naakt zonnende buurvrouw voortdurend aan de omheining komt paraderen, uitgerekend op de tijdstippen dat haar man en zonen in de tuin zijn. Wat te doen ? ! Mogelijkheden om het probleem op te lossen zijn volgens de auteur : praat er eens over met die buurvrouw, timmer de omheining dicht, en als dat allemaal niet helpt : negeer die buurvrouw ! Waar etiquettedeskundigen al niet goed voor zijn ! Uiteraard zijn in het boek problemen aan de orde als : wie, man of vrouw, moet er nu eerst de trap op. Of : wie mag wie in de jas helpen, wie betaalt de rekening en wie proeft de wijn. De veranderende rolpatronen hebben blijkbaar nogal wat mannen en vrouwen in de war gebracht. Zo vraagt een vrouw of ze na het winnen van een partijtje tennis de anderen mag trakteren ? Het mag. Oef ! En mannen vernemen dat ze tegenwoordig niet langer helemààl recht hoeven te staan wanneer ze een vrouw begroeten : het volstaat de derrière even van de zitting te lichten. Alweer : oef ! Behalve door de gewijzigde omgangsvormen tussen man en vrouw, voelen sommige mensen zich ook onzeker wanneer ze met nieuwe communicatietechnieken worden geconfronteerd. Wie voor het eerst een automatisch antwoordapparaat aan de lijn krijgt, legt verschrikt de hoorn neer. Wie het toestel al enige jaren in huis heeft, ergert zich wanneer bij thuiskomst blijkt dat er wel gebeld is, maar dat er geen boodschap is ingesproken. Laat toch maar een boodschap na, vindt Magda Berman, en wanneer je tijdens een telefoongesprek de andere huisgenoten laat meeluisteren, doe je er goed aan tegen je geprekspartner te zeggen dat de speaker aanstaat. In deze gevallen kunnen we Magda Berman volgen. Maar wanneer ze een vrouw, die haar beklag doet over haar man die hele dagen achter zijn computer zit, de raad geeft zijn computerspelletjes te verstoppen of ?per ongeluk? de computer de deur uit te doen, lijkt de etiquette toch ver te zoeken. Nico, de man die zich afvraagt hoe hij aan al dat gezoen op feestjes kan ontsnappen, moet het met het volgende advies stellen. ?Allereerst kan hij resoluut zijn hand uitsteken als mensen ter begroeting op hem afkomen.? Daaruit zouden die mensen al kunnen afleiden dat hij het bij handenschudden wil houden. Wanneer die boodschap niet overkomt en de ander wil toch per se gaan zoenen, ?dan kan Nico de arm stijf houden en de ander min of meer subtiel van zich afduwen.? Stel dat Nico wel één zoentje wil, maar geen drie ? ?Dan geeft hij één zoen en trekt zich meteen resoluut terug.? De ander moet uit die lichaamstaal begrepen hebben dat het zo welletjes is geweest. Wie toch volhardt, moet dan maar het risico lopen in het luchtledige te kussen... Andere mogelijkheid om heelhuids uit deze penibele situatie te geraken : meteen bij de begroeting zéggen dat men het liever bij handenschudden houdt en dat men niet zo op zoenen is gesteld. Iemand die minder assertief is, kan nog altijd een smoes verzinnen. Maar Magda Berman waarschuwt diegenen die zich hoestend en proestend achter een verkoudheid willen verschuilen : om geloofwaardig te zijn zullen ze ook de rest van het feest moeten blijven hoesten en proesten... Het moge ondertussen duidelijk wezen dat je niet meteen naar de boekhandel hoeft te rennen. Mocht je toch, ten prooi aan onzekerheid, nu al je nagels zitten afbijten en behoefte hebben aan enig houvast, dan kan je je nog altijd vastklampen aan het aloude gezegde : doe een ander niet aan wat je niet wil dat jou wordt aangedaan. Magda Berman beweert dat ook zij zich door deze wijsheid heeft laten inspireren, maar geef nou toe : de hark die jouw spontaan gezoen beantwoordt met een stijve arm, kan volgend jaar toch de pot op ?