Would you care for a rumba, young lady?" Mijn danspartner heeft zilvergrijs haar en lijkt sprekend op de oudere Vittorio Gassman. Hij heeft een hagelwit smokingjasje aan, ik iets stemmig zwarts dat niet meteen tot expansief ademen aanzet. Ik kan me niet herinneren ooit eerder met "young lady" aangesproken te zijn, toch zeker de laatste tien jaar niet. En reken maar dat ik zin heb in een rumba. In zes tellen om mijn eigen as wervelen? Piece of cake, ook al woedt er buiten een storm windkracht negen en trappen mijn voeten soms in het ijle waar ze solide dek verwachten. Maar dan zijn er alweer de sterke armen van Ed Murmurian, gentleman host. We dansen de rumba in de Ballroom van de Queen Elizabeth 2, een stukje drijvend Glamourland te midden van de kolkende Atlantische Oceaan. Alles ademt hier stijl, niets is hier gewoon.

Het begint anders niet echt goed. De taxichauffeur die me op 15 april van de luchthaven van Southampton naar de Eastern Docks brengt, werpt één blik in zijn achteruitkijkspiegel en zijn oordeel staat vast: "You're crew." Dat kan twee dingen betekenen: ik zie er niet oud of niet rijk genoeg uit om een typische QE 2-passagier te zijn. Optimistisch als altijd hou ik het bij het eerste. Iemand heeft hele continenten op 's mans voorarmen geborduurd, maar ik staar onverschrokken terug in de spiegel en zo kom ik toch nog in de Passengers Lounge terecht.

Daar is het onthaal een stuk warmer. Een mevrouw met een zijden strik onder haar kin overhandigt mij een inschepingsformulier. Of ik een titel heb, wordt er geïnformeerd. En onder welke naam ik op de passagiersrol wil voorkomen. Niet zonder moeite onderdruk ik een puberale aandrang om ter plekke een exotisch adellijk alias te verzinnen. Mijn cabin steward is een Filipino met een kajuitbrede smile en heet Tommy. Met hartverscheurende ijver demonstreert hij de werking van lichtschakelaars en badkranen. Er is een zithoek met veel art-decoachtig houtwerk, een vorstelijk bed, een badkamer met alles erop en eraan en een walk-in closet waarin de inhoud van mijn volgepropte Samsonite Royal Traveler belachelijk nietig lijkt. Achter de twee patrijspoorten klotst een grote plas grijs water. Bij een cruise hoort natuurlijk champagne, met de complimenten van Cunard nog wel.

Als het tijd is voor de Passenger Emergency Drill heb ik mijn leesbril nodig om de ingang van mijn zwemvest te vinden. En daar staan we dan met ons allen in Muster Station D, onzinkbaar in fluo-oranje, als onwennige gasten op een Titanic-themafeest. Overwegend oudere echtparen en dames van rijpere leeftijd, naast innig verstrengelde honeymooners, homostellen in elegante Cecil Beaton-look, een enkel gezin met jonge kinderen en een paar getaande vrijgezellen in sweatshirts van verre vakantieparadijzen.

Na de veiligheidsinstructies is het zover: er gaat een machtige siddering door de romp van de Queen Elizabeth en iedereen spoedt zich aan dek, ook al blaast een nijdige wind kille regenvlagen onder de reddingssloepen door. Op de kade wuiven thuisblijvers met spandoeken en Union Jacks, en speelt een kluitje kouwelijke heren in regenjas een wat eigenzinnige medley van de mars uit Bridge on the River Kwai, Rod Stewards I Am Sailing en natuurlijk Auld Lang Syne. Ik ken niemand op de kade en toch prikt er iets achter mijn ogen.

Maar de Queen Elizabeth 2 is dan ook meer dan zomaar een luxecruiser: de laatste van de legendarische Ocean Liners, met illustere voorgangers als de Mauretania, de Queen Mary en de Queen Elizabeth I. Zijn voorgeschiedenis gaat terug tot het midden van de vorige eeuw, toen windkracht vervangen werd door stoom en Samuel Cunard het reizen voor het plezier van het reizen uitvond. Een transatlantische overtocht met de QE 2 is het maritieme equivalent van een trip met de Oriënt Express: een mengeling van superieure luxe en romantische nostalgie, waartegen ook een doorgaans redelijk nuchtere journaliste weinig verhaal heeft.

Wat een heerlijk gevoel voor humor hebben de Britten toch. "Drink of the day: Dark and Stormy" vermeldt het scheepsjournaal de eerste dag op volle zee. Het schip kreunt en stampt, soms lijkt het een paar seconden in het luchtledige te hangen voor het in een diep dal valt: luchtzakken, maar dan op zee en acht uur aan een stuk. Lang geleden besloot ik dat zeeziek-zijn niet bij mijn zelfbeeld paste, maar nu staat het klamme zweet op mijn voorhoofd en maakt mijn maag dubbele achterwaartse salto's. Toch neem ik deel aan de oriëntatiewandeling door het schip: 1200 passagiers van 35 verschillende nationaliteiten zijn er aan boord, maar vanmorgen lijkt de QE 2 merkwaardig leeg. Alleen in de ziekenboeg is het druk. Ik herken twee collega's van een RTL-televisieploeg: ze zitten in de rij voor een prik tegen zeeziekte en kijken een tikje zorgelijk. Een beetje verder zit Juan, een Spaanse jongeman die met zijn moeder reist. Gisteren liep hij te blinken in zijn brandnieuwe Tommy Hilfiger-outfit, nu ziet hij groen en hangt hetzelfde pak slap om zijn lijf, als de vlag van een verslagen natie. Anderen bieden dapper weerstand: in het fitnesscenter peddelt een Brits advocaat uit Hongkong alsof zijn leven ervan afhangt, ook al maakt hij soms vervaarlijk slagzij. Later kom ik erachter dat de man eigenlijk aan het spijbelen is. Hij heeft een groot deel van de World Cruise achter de rug en had in Southampton van boord moeten gaan, maar de nostalgie van de transatlantische overtocht sprak hem zo aan dat hij de balie van Hongkong heeft laten weten dat een acuut rugprobleem een inspannende terugvlucht uitsluit.

Honderdachtenzestig passagiers varen de hele World Cruise uit. Die zijn al van 15 december '97 aan boord en hebben inmiddels een stel stoere zeebenen ontwikkeld. 's Avonds is er de cocktail party van de kapitein, waarbij iedereen persoonlijk aan de Master wordt voorgesteld. Het doet me denken aan een bezoek aan Sinterklaas in de Inno, maar dan chiquer, en je wordt niet verondersteld op zijn knie te gaan zitten.

Gedurende de nacht is het rollen van het schip overgegaan in wiegen, en het zachte steunen van de gebinten heeft een wonderlijk geruststellend effect. Nooit sliep ik beter dan op de QE 2, maar daar kan het slaapmutsje in de Yacht Club natuurlijk ook voor iets tussenzitten.

De tweede dag op zee valt het leven op dit cruiseschip in een aangename plooi: iedereen kent nu min of meer de weg in het labyrint van dekken, gangen en trappen en iedereen heeft zijn favoriete plek gevonden. De mijne ligt achter het Lido op het Quarter Deck, waar je uitkijkt over het zwembad: een tobbe deinend turkoois water in een oneindig grotere tobbe deinend donkerblauw water. Ik zit er wel eens te kletsen met Dave, een Amerikaanse bedrijfsleider die een maand lang door Europa trok om te bekomen van een pijnlijke scheiding en die nu op weg is naar huis. Dave vertelt me dat er een verstekeling aan boord is, dat is hem in alle intimiteit aan de bar meegedeeld door een immigratie-officier. Het zou een Irakees betreffen die in Southampton als stouwer vermomd aan boord raakte en die in één van de reddingssloepen werd aangetroffen. Niemand wil het verhaal bevestigen, maar als het waar is, dan krijgt de man in kwestie waarschijnlijk elke dag room service en op het einde van de reis een formulier met "hoe kunnen wij het u nog beter naar de zin maken?"

De service aan boord is zonder meer vlekkeloos. Eddie, de blozende jonge kelner die in de intieme Britannia Grill ons gezelschap bedient, informeert bij elke maaltijd naar ons algemeen welzijn alsof het een zaak van staatsbelang betrof, en zelfs het openvouwen van je servet wordt blijkbaar als een te grote inspanning beschouwd. Elke namiddag serveren kelners met witte handschoenen in de Queen's Room een uitgebreide afternoon tea, op de tonen van een beschaafd strijkje uiteraard.

De gastronomie is een verhaal op zich. Elke middag en avond moeten er gewichtige keuzes gemaakt worden: wordt het de Iced Sevruga Caviar of de Shellfish Terrine with Crawfish Tail, Sea Scallops and Gulf Prawns? De Herb Coated Roast Rack of Lamb of de Broiled Fresh Maine Lobster? En houden we het bij de Cristal LouisRoederer '89 of schakelen we voor de kreeft over op een Corton-Charlemagne Bonneau de Martay Grand Cru '91? De voorraadruimten van de QE 2 bezoeken is als afdalen in de grotten van Ali Baba. Het duurste spul, de meest uitgelezen wijnen en champagnes, de Monte Christo's en de kaviaar zitten achter slot en grendel. Jaarlijks wordt er op de QE 2 bijna 2,5 ton kaviaar soldaat gemaakt, wat goed is voor een vijfde van de wereldconsumptie.

De grote scheepskeukens zijn als goed geoliede machines: zelfs op het uur van de maaltijden wordt er niet gerend, geschreeuwd of gevloekt. Aan de wanden hangen vermanende slogans: "Quality service begins with quality thinking" en - enigszins vermakelijk - "A passenger's wit is not to be matched" (Probeer vooral niet geestiger te zijn dan de passagier).

Of een mens zich niet verveelt op zo'n cruise, willen vrienden achteraf weten. Nee, integendeel, er is tijd te kort om van het overweldigende aanbod cultuur en entertainment te genieten. Wie op een willekeurig moment de verschillende dekken afloopt, stuit op een bruisende activiteit. Het Computer Learning Centre zit afgeladen vol, op het achterdek perfectioneren golffanaten hun swing. Een heterogeen gezelschap, waaronder een Japans en een Indisch echtpaar, oefent The Shuffle in, een groepsdans waarbij veelvuldig blij in de handen geklapt wordt, boven en onder de knie. Je kunt een cursus gedragspsychologie volgen, Spaans leren of hoe je servetten tot konijntjes vouwt, maar net zo goed filosofische gesprekken voeren met rabbi Harry Roth of naar een videovoorstelling gaan over minder bekende toeristische attracties in New York. Auteurs als Hugo Vickers (biograaf van onder anderen de Hertogen van Windsor, Greta Garbo en Cecil Beaton) en Titanic-autoriteit James Villas geven lezingen en signeren hun boeken in de bibliotheek annex bookshop. "Reading maketh a better man" staat er op de deur. June Applebee is de enige bibliothecaresse ter zee die ik ken en ook de enige die tijdens de zogenaamde formal nights haar ambt in avondjurk uitoefent.

De populairste lectuur aan boord? Het Titanic-boek, natuurlijk. Volgens Rony Broun van Cunard Benelux heeft de recente succesfilm een enorme impact op de boekingen voor cruises in het algemeen en voor de transatlantische oversteek in het bijzonder. Blijkbaar zijn de kijkers vooral onder de indruk van de romantiek en de luxe aan boord van zo'n groot cruiseschip.

Dat het Titanic-verhaal eindigt in een oefening gekleed zwemmen in onverwarmd water schrikt hen niet af. Maar de meestgestelde vraag aan de QE 2-bemanning is toch of er wel voldoende reddingssloepen zijn. Nu is de kans dat de QE 2 op een ijsberg loopt vrijwel onbestaande, ook al volgt het schip een meer noordelijke koers dan de Titanic in de nacht van 14 op 15 april 1912. De QE 2 heeft te allen tijde twee navigating officers op de brug en één van hen beweert dat ze op de route Southampton-New York in geen veertien jaar nog een ijsberg gezien hebben. Daar zal het broeikaseffect wel voor iets tussenzitten.

De brug van een hedendaags cruiseschip is een wonder van technologie, met veel computers die raadselachtige bliepjes produceren en een voor zo'n mastodont belachelijk klein stuurrad. Maar er staat ook een aspirant-officier op wacht die heel ouderwets door een verrekijker de horizon afspeurt.

Kapitein Roland Hassel is een rijzig man met brede schouders en een grijze baard. Het zou ook geen gezicht zijn, een corpulente trol die over zo'n majestueus schip het commando voert. Hasell komt uit een familie die al honderd jaar de wereldzeeën bevaart en had al dertig jaar z'n kapiteinsgraad voor hij het bevel over de QE 2 kreeg. "Het is een eer die je moet verdienen", zegt hij. Ook zijn vrouw komt uit een echte zeevaardersfamilie. Vaak reist ze met haar man mee en mengt zich dan incognito onder de passagiers, zodat The Master uit eerste hand weet wat er op zijn schip omgaat. Hasell is ook een eersteklas diplomaat. Of het QE 2-cliënteel niet extreem veeleisend en dus lastig is, wil ik weten. "Als mensen lastig zijn, dan is het omdat ze niet in staat zijn zich te ontspannen", glimlacht hij en hij vertelt over een Texaanse miljonair die met de juiste attitude aan boord kwam: "I am going to do absolutely nothing and I am going to do it very slowly."

Het moet zijn dat ik met de juiste cruise-instelling geboren ben, want ik heb er absoluut geen moeite mee om mij te ontspannen. Voor het eerst in mijn leven heb ik maar een vaag idee van waar ik me bevind: ergens halverwege twee continenten, met links, rechts, voor en achter alleen maar water. Het geeft een prettig gevoel van onthechting, alsof er een pauzeknop aan het leven zit die zes dagen lang ingedrukt blijft. Niet dat cruisen helemaal zonder verrassingen is: de vierde dag op zee krijg ik een huwelijksaanzoek. Cornelius F.J. Beukenkamp is een eind in de tachtig, maar niet de eerste de beste. Trots toont de gewezen rector van de Allegheny-universiteit op de Cayman Islands een foto van het standbeeld dat te zijner ere werd opgericht. Maar nu zit hij al honderd dagen op dit schip en is hij een beetje eenzaam, want bridge, kleiduifschieten en zelfs de groepslezing van The Importance Of Being Earnest zeggen hem niets. "Wat ik nodig heb, is een vrouw", verklaart hij en voegt er meteen een concreet voorstel aan toe: als ik bereid ben om mijn werk op te geven en naar Grand Cayman te verkassen, zal hij met me trouwen en zit ik voor de rest van mijn leven op rozen. Het enige dat hij van me verwacht is dat ik hem gezelschap hou en met hem over boeken en politiek praat. Aangezien we elkaar een half uur kennen vind ik zijn aanzoek ietwat ondoordacht, maar ik beloof het ernstig te overwegen. "Young lady, I have no time to waste", zegt hij plechtig.

Is het maar een idee of is op dit schip de dichtheid van excentrieke mensen iets groter dan elders? Natuurlijk lopen er ook volstrekt normale stervelingen rond. Heiner en Liesl bijvoorbeeld, een charmant Duits echtpaar dat al voor de zevende maal de transatlantische oversteek maakt. Heiner werkte als ingenieur aan de QE 2 toen die in '94 in Hamburg in het droogdok lag, kent het schip dus letterlijk van binnen en van buiten en praat erover alsof het zijn kind is. Of Gabrielle, een gesofisticeerde divorcee die 's avonds graag haar doortrainde figuur toont in adembenemende avondjaponnen. Of Sadie en Malcolm Hamilton, die in een klein Schots dorpje wonen en tot dan toe nooit verder dan Bournemouth met vakantie gingen. Nu reizen ze naar Virginia om samen met hun dochter hun gouden bruiloft te vieren en Sadie zit doorlopend te stralen, zo prachtig vindt ze alles. Maar een toegewijd people watcher als ik beleeft natuurlijk het meest plezier aan de meer kleurrijke ingezeten van dit drijvend werelddorp: de mevrouw met de paarse bril die niet van de slotmachines in het casino los te weken is, bijvoorbeeld. Ze vertelt aan ieder die het horen wil dat ze ooit Omar Sharif uitschudde bij het bridgen. En dan is er de Venezolaan Victor, die er een beetje als een filmgangster uitziet en zich elke dag van pet tot sokken in muntgroen, oudroze of een andere flatterende kleurschakering hult.

Op dinsdag 21 april sta ik al om kwart voor zes aan dek, met een mok thee in mijn beverige handen, want het is een korte nacht geweest. Maar ik heb The Godfather en America, America gezien en het binnenvaren van New York wil ik voor geen geld missen. We hebben geluk. Gisteren voeren we uren door een dichte mist, begeleid door het melancholieke geloei van de misthoorn, maar nu is het een prachtige heldere dag. Eerst vaart het schip onder de Verrazano-brug door. Als je op het helidek staat, is het net of de scheepsschouw er tegenaan gaat knallen. Dan doemt links Ellis Island op, het eerste lapje Amerika waar de immigranten uit het Oude Europa voet aan wal zetten. Ik krijg een krop in de keel, als ik niet oppas sta ik hier zo meteen te snotteren als een kind. En dan is er natuurlijk het Vrijheidsbeeld. En de opgaande zon, vermiljoen weerspiegeld in de wolkenkrabbers van Manhattan. Hier hoort een soundtrack van Gershwin bij. Geen twijfel mogelijk, dit is de meest adembenemende manier om New York binnen te komen. Als ik uren later op Times Square loop, deint de oceaan nog na in mijn benen en in mijn hoofd.

Linda Asselbergs / Foto's Anton Dijkgraaf