Stéphane Derenoncourt behoort tot de weinige echt decisieve oenologen van Bordeaux, dus van Frankrijk en eigenlijk ook "van de wereld". In de jaren vijftig bracht Emile Peynaud hygiëne in de kelders en het principe van de gekoelde eerste gisting, zodat niet te veel aroma uit de borrelende kuip verloren ging. Daarna kwam Michel Rolland met accenten op de concentratie en op het eiken vat, zo belandden we bij de invloedrijke Amerikaanse wijnschrijver Bob Parker.
...

Stéphane Derenoncourt behoort tot de weinige echt decisieve oenologen van Bordeaux, dus van Frankrijk en eigenlijk ook "van de wereld". In de jaren vijftig bracht Emile Peynaud hygiëne in de kelders en het principe van de gekoelde eerste gisting, zodat niet te veel aroma uit de borrelende kuip verloren ging. Daarna kwam Michel Rolland met accenten op de concentratie en op het eiken vat, zo belandden we bij de invloedrijke Amerikaanse wijnschrijver Bob Parker. En nu is er al tien jaar Stéphane Derenoncourt met zijn zorg in de wijngaard en een diep respect voor bodemexpressie en fruit. De selfmade man werkt met zijn raadgevende bedrijf over de hele wereld: Spanje, Midden-Oosten, India, Californië..., maar toch vooral met een zeventigtal Bordeauxse chateaus, van laag tot heel hoog op de appellationladder. Net voor de primeurweek in Bordeaux stelden de leden van de groep hun wijnen voor in Parijs. Derenoncourt moest aan de slag met hetzelfde klimaat. De lente was fris en nat, waardoor de wijnstok vrij laat op gang kwam. Tot in juli was het moeizaam werken op het land, met risico's voor meeldauw en moeilijke bloemzetting. De zomer was droog en warm, en de kleuromslag was zeer heterogeen, de roze gebleven trosjes moesten worden weggeknipt. De oogst kwam laat, met zelfs wat regen in september. De rijpheid was dan ook nipt. De zwaardere kleibodems en de vroeg rijpende merlot waren het best af. Na proeven van een zestigtal wijnen van de groep blijkt dat de kleur haast overal zeer goed is, met diepe somberheid in het volume en wat spanning aan de binnenzijde van het glas. De neus is eerder fijn dan diep en zonder 'rijpe' onderbouw. De smaak zet goed aan, maar neigt naar streng vanaf het middengebied. Op het einde dreigen verdunning en naakte tannines. Ongeveer de helft van de wijnen ontsnapt aan die strenge algemene trend. Men vindt ze in alle appellations van Bordeaux Superieur tot Saint-Emilion Premier Grand Cru Classé: Ze zijn gewoon goed, zonder groot te zijn zoals in 2010: de hand van de meester. Hier komen ze : Jean Faux, Le Pin Beausoleil, Gree Laroque, Hostens-Picant, Moulins-Listrac, Claud-Bellevue, Côte Montpezat, Dom de l'A, La Rousselle, Vrai Canon Bouché, Moulinet, Bel-Air, Petit Village, Capet-Guillier, Brown, Les Carmes Haut-Brion, Smith Haut Lafitte, Dom. de Chevalier, Saint-Paul, Paveil de Luze, Rol Valentin, La Tour Figéac, Clos Fourtet, Berliquet, Larcis Ducasse, Beausejour Duffau-Lagarrosse, Pavie Macquin, Canon-La-Gaffelière, La Mondotte en Talbot.