Zo nietig Gien aan de oever ligt, zo imposant drukt het oudste kasteel aan de Loire met te veel torens, schoorstenen en de kerktoren van Jeanne d'Arc op de huizen. Museum, vaarboten aan de trossen - maar het stadje is, bedenk ik op de stenen Vieux Pont, slechts de voorbode van de historische steden, die zelfs in het verwende Frankrijk hun gelijke niet hebben. La Loire, de vrouwelijkste van alle Franse stromen, mag dan sinds mensenheugenis met gastronomie, wijnen, tuinen en kastelen lokken, tussen Orléans en Nantes is de Grote Stroom van Frankrijk ook een snoer van pralerige steden, met burchten op hun dak, musea en schatten uit glorierijke perioden, met ingewikkelde koninklijke stambomen en gulle mensen achter fornuizen of op wijndomeinen. De Loire komt uit een verre zuiderse bron, in de Ardèche, maar voorbij de heuvels van Sancerre lokt een meer dan vierhonderd kilometer lang waterlint : stroomafwaarts van oost naar west houd ik halt in zeven steden, tot bijna aan in de oceaan.
...

Zo nietig Gien aan de oever ligt, zo imposant drukt het oudste kasteel aan de Loire met te veel torens, schoorstenen en de kerktoren van Jeanne d'Arc op de huizen. Museum, vaarboten aan de trossen - maar het stadje is, bedenk ik op de stenen Vieux Pont, slechts de voorbode van de historische steden, die zelfs in het verwende Frankrijk hun gelijke niet hebben. La Loire, de vrouwelijkste van alle Franse stromen, mag dan sinds mensenheugenis met gastronomie, wijnen, tuinen en kastelen lokken, tussen Orléans en Nantes is de Grote Stroom van Frankrijk ook een snoer van pralerige steden, met burchten op hun dak, musea en schatten uit glorierijke perioden, met ingewikkelde koninklijke stambomen en gulle mensen achter fornuizen of op wijndomeinen. De Loire komt uit een verre zuiderse bron, in de Ardèche, maar voorbij de heuvels van Sancerre lokt een meer dan vierhonderd kilometer lang waterlint : stroomafwaarts van oost naar west houd ik halt in zeven steden, tot bijna aan in de oceaan. Met zo'n legendarische naam is het hart van Orléans bescheiden klein. "Geen kasteel, grote stroom, kleinste zijrivier Loiret", lacht gidse Isabelle Leteur : "Sinds Gallo-Romeinse tijden een haven, onder de Capetingers koninklijk verblijf in de tiende en elfde eeuw, later rijk geworden door de vinaigre d'Orléans, zeg maar zuur geworden wijn. Lang leefde de stad van het water afgekeerd, nu flaneren, joggen en fietsen we opnieuw langs de kade. We restaureren ook het oude hart : vakwerkgevels, classicistische arcaden, de rue de Bourgogne als winkel- en uitgaanscentrum. We hebben een jazzfestival, maar ook la fête de l'héroine locale que vous connaissez sans doute". Zij is overal : te paard op het plein, een mijmerend beeld voor het rode Hôtel Groslot, het oude stadhuis met fraai interieur, straatnaam, school en patisserie, museum en winkels die hun graantje van de Maagd van Orléans meepikken. Voor de heroïek van Jeanne d'Arc stappen we de kathedraal avn het Heilig Kruis binnen. Glas-in-loodramen vertellen haar korte leven : dochter van een schapenherder, een engelenstem die haar opdraagt Frankrijk te redden, de Honderdjarige Oorlog en de Engelse belegering in 1427, haar heldhaftige bevrijding : " elle n'est restée que dix jours, mais la Pucelle est partout", fluistert mijn gidse zeshonderd jaar later met ontzag. De glasramen ontzien haar schijnproces en de brandstapel wel niet, maar Engelse soldaten lijken grotere schurken dan de clerus en de Franse verraders. In de winkelstraat vertelt een trompe-l'oeil het commerciële leven langs de stroom. Achter een renaissancegevel verkoopt Patrick Gédoux in Le panier se crée regionale producten uit het Centre : kruiden, wijnen, mosterd, tarte tatin, patés en de hervonden saffraan, honing, pralines, confituur die Rabelais al lustte, het lokale bier La Johannique, de verfijnde vinaigre en een eau de vie de poire Williams de l'Orléanais. Magistraal troont het kasteel boven stad, brug en stroom. Op de gevel zit Lodewijk XII te paard, het binnenplein met wenteltrap en stijlenchaos verbluft. "Blois is roemruchte historie, alle zes koningen van de zestiende eeuw verbleven hier, zowel de Valois als de Bourbons", zegt gidse Madeline Tardieux. "Het kasteel is een synthese van Franse architectuur : baksteengotiek uit de dertiende eeuw, twee eeuwen later flamboyant, renaissance met tuffeau of lokale kalksteen in de zestiende en het classicisme van de zeventiende eeuw." Over de tegels loopt een poes : "Duchesse, onze kasteelkat, genoemd naar Anna van Bretagne, de vrouw van koning Lodewijk XII. Met hem, graaf van Blois en hertog van Orléans, begint de bloei. Blois wordt een kruispunt in Europa. Koningen trouwen met vrouwen uit het buitenland, artiesten en dichters verblijven aan het hof. Vergeet niet dat Frankrijk aan het eind van de Honderdjarige Oorlog een achterstand heeft tegenover Italië en Vlaanderen. Zijn symbool is het stekelvarken : qui s'y frotte s'y pique. Zijn opvolger Frans I, met symbool een salamander als machtige draak, laat de wenteltrap bouwen, kantwerk in steen waarin je de vorst kon zien, een koning tussen God en volk. Na de moord op de katholieke hertog de Guise door Lodewijk XIII verschuift het machtscentrum naar Parijs. Het kasteel leest als een carnet van historische feiten. En 's avonds kun je, zoals in het kasteel van Chambord, kijken naar een son et lumière." Hoog in de hemel staan we bij de astronomische toren. Onder de kantelen ligt de stad met haar stegen, blauwgrijze daken en binnenpleinen aan de stroom. In de schaduw van de kasteelfaçade bestel ik in Le Triboulet moules marinières. Een brochure verkondigt trots dat de stroom als Val de Loire is toegevoegd aan le patrimoine mondiale de l' Unesco, een 250 kilometer lange corridor met het water, de oevers en steden, de kastelen en culturele landschappen als tuinen en wijngaarden. Het is de grootste Unesco-site in Frankrijk, die als een weelderig snoer ingewikkelde geschiedenis vertelt. De Touraine is de echte tuin van Frankrijk : fruitbomen, weiden, wijngaarden, groentetuinen. Heerlijk land ligt onder mij : op de kasteelmuur van Amboise begrijp ik dat Leonardo da Vinci in z'n testament vroeg hier begraven te worden. Buste en tombe staan in de siertuin, die het stadje overschouwt. "De Gallische Turons gaven de streek en Tours hun naam", zegt Philippe Gauthier. "Ooit was dit kasteel vijf keer groter. De oudste delen zijn elfde-eeuws, koningen woonden hier tot de renaissance, van Karel VIII tot Frans I die wilde feestjes bouwde." Op wandelafstand ligt Le Clos Lucé, het huis waar Leonardo zijn laatste drie jaar leefde. Op verzoek van zijn vriend Frans I werkte de kunstenaar aan allerlei tuig : oorlogswapens, fietsen, kilometerteller, boten, waterschroeven en andere fabuleuze machines. Ik wandel door de werkkamer met geschriften en ontwerpen, kijk naar fresco's in de kapel, in de sterfkamer heb ik zicht op het kasteel en in de renaissancetuin bloeien rode rozen, staan maquettes tussen de bomen en beantwoordt elke bloem aan een heiligenbeeld, maar ook aan deugden, hoop en liefde, want Leonardo was onderlegd in de symboliek van planten. Hongerig bestel ik een broodje met rillettes de Tours, pittig, scherp, verzacht door augurkjes. Ook Tours leeft niet echt aan de stroom, van het kasteel blijven twee torens overeind, maar met de rijkversierde kathedraal St. Gatien en de basiliek St. Martin, als bedevaarts-kerk befaamd voor de soldaat-bisschop Sint-Maarten die de helft van zijn mantel wegschonk, heeft de stad haar historische waarmerken. Ik dool rond door de oude wijken en verzeil waar iedereen verzeilt, op de Place Plumereau, het terrassenplein met vakwerkhuizen als middeleeuws decor voor een pastis of een lunch. Maar het beste adres van de stad ligt een paar kilometer westwaarts : de priorij van St. Cosme staat in bloei, is overwoekerd door rozen waartussen de grafsteen van Pierre de Ronsard nageniet van een regenbui. " Mignonne, allons voir si la rose...", heet het in een hoofs liefdesvers over de vergankelijkheid van schoonheid. Aan de dichter van de 'vermiljoenen spleet' herinnert een roos die zijn naam draagt. St. Cosme is de meest intimistische plek langs de Loire. Chinon is het gezelligste stadje (in het kasteel overtuigde Jeanne d'Arc koning Karel VII om haar tegen de Engelsen ten strijde te laten trekken), maar omdat het wat kilometers van de monding van de Indre ligt, houd ik het geheim. Langs oevers met grotten waarin champignons gekweekt worden, bereik ik Saumur, stad van paarden, bubbels en een heuvelburcht. In maneges oefenen paard en ruiter hun dressuur, zoals de cavaliers van het Cadre Noir dat doen in hun École Nationale d'Équitation buiten de stad, de prestigieuze rijschool van Frankrijk. Statige herenhuizen en hôtels boorden het quartier de la cavalerie. "Eind negentiende eeuw telde de stad tweeduizend paarden, maar met de kanonnen van Wereldoorlog I was hun rol uitgespeeld", vertelt Joseph Musso. "Saumur was een enclave van het protestantisme onder Phillippe du Plessis-Mornay, met academie en theologische hogeschool genoot de stad een intellectuele reputatie. Dit straatje speelt op de eerste bladzijde van Balzacs Eugénie Grandet, en daar is Coco Chanel geboren. Het feodale kasteel is gebouwd om de invasie van de Noormannen te trotseren, in de koninklijke geschiedenis van Frankrijk heeft het nauwelijks een rol gespeeld, hooguit was het een château de plaisance voor de hertogen van Anjou." We passeren het hek van de artisanale distilleerderij Liqueurs Combier, de plaatselijke concurrent van Cointreau. En op het terras van Café de la Place drinken we in de elegante stad een rosé Clos Cristal vol parelende belletjes. Schoon licht in het Musée David vol monumentale sculpturen, bustes van tijdgenoten en schrijvers. En indringende, moderne wandtapijten van Le Chant du Monde in het Hôpital Saint-Jean. Maar ik ben gebrand op de meest overrompelende ervaring in het kasteel van Angers. " Ville noir zeggen ze, maar dat klopt niet helemaal : de stad is gebouwd met zwarte schist uit de Anjou, maar je vindt ook grijze kalksteen. Met de parken en de campagne tussen Loire en Maine is ze zelfs ville verte", lacht cultuurattaché Damien Perdriau op de hoge burchtmuren. "Alles begint in de negende eeuw, van de Foulques en Plantagenets blijven enkel funderingen. Wil je de chronologie van de Franse geschiedenis volgen, moet je eigenlijk van west naar oost reizen. De verschillende materialen zijn een palet van onze geschiedenis, van prehistorische graftombes over de Gallo-Romeinse periode tot de graven van Anjou. Angers is grenspost, het kasteel met zeventien middeleeuwse torens moest de stad beschermen tegen de hertog van Bretagne. René le Bon, hertog van Anjou, is nooit koning van Frankrijk geweest, maar hij staat aan het begin van een culturele bloei. Zo sober de burcht eruitziet, zozeer was het een résidence de plaisance die de renaissance aankondigt. Het kasteel is verrijkt met bloemperken, kruidentuin, rozelaars en zelfs een wijngaard." Dan stappen we binnen in de duistere kosmos van de veertiende-eeuwse Apocalyps : een wandtapijt van honderd bij zes meter, een soort stripverhaal met visioenen in rood en blauw, die de strijd tussen goed en kwaad, tussen christenen en Romeinen, Fransen en Engelsen in de Honderdjarige Oorlog verhalen. Het wandtapijt is met de gedetailleerde taferelen en kleuren het hoogtepunt op de reis. Bij het ontbijt in het art-nouveaudecor van La Cigalle hoort een caramel au beurre salé, boter met zoutkristallen uit de keuken van Nantes, ooit hoofdstad van Bretagne maar nu van het Pays de la Loire. In het laatste kasteel, Château des Ducs de Bretagne, is het Edict van Nantes ondertekend, dat de godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten moest beslechten. In de kathedraal Petrus en Paulus sta ik voor de tombe van Frans II en twee echtgenotes, gebouwd in opdracht van dochter Anna van Bretagne (haar hart is in een reliekschrijn bewaard). Met haar wordt Bretagne deel van Frankrijk : ze trouwt met Karel III én Lodewijk XII van Blois, ze is twee keer Franse koningin. Haar hermelijn is ook het symbool van Bretagne. Haar naam staat in het Frans en als Anna in het Bretoens, ze is Dugez breizh Rouanez Frañs, Bretoense hertogin en Franse koningin. Een kluwen van Franse geschiedenis. Ik flaneer door de negentiende-eeuwse Passage Pommeraye, met trappen, gasverlichting en boetieks, loop langs herenhuizen met fabeldieren en la femme Africaine die herinnert aan de slavenhandel, passeer het geboortehuis van Jules Verne en zie aan de stroom een reuzengrote olifant door het attractiepark L'île de Nantes lopen. Aan de verre overkant kan ik in vissersdorp Trentemoult in een visrestaurant jonge paling eten, of een choucroute de la mer met een glas Muscadet. En aan deze oever tuur ik met kapitein Nemo en de kleine Jules naar de onzichtbaar verre einder, waar het estuarium van de Loire verdwijnt in de donkere oceaan. TEKST EN FOTO'S MARK GIELEN