Aanslagen in Brussel, alweer bedreiging en angst, en alweer zoveel verdriet. Bij de lockdown enkele weken geleden kon ik kracht putten uit de stad. De bekende pleinen en straten stelden me gerust, de wind gaf energie, Brussel zei me dat het allemaal wel goed zou komen en dat het er morgen ook nog zou zijn. Maar dit keer kon de stad me niet helpen. Ook niet de mooie ontroering en welgemeende solidariteit van het Beursplein. Brussel zweeg. De straten waren vuil en onverschillig. Ik bleef onrustig. Als een vreemde in mijn eigen stad. "People are strange when you're a stranger", zingen The Doors, en zo voelde het.
...

Aanslagen in Brussel, alweer bedreiging en angst, en alweer zoveel verdriet. Bij de lockdown enkele weken geleden kon ik kracht putten uit de stad. De bekende pleinen en straten stelden me gerust, de wind gaf energie, Brussel zei me dat het allemaal wel goed zou komen en dat het er morgen ook nog zou zijn. Maar dit keer kon de stad me niet helpen. Ook niet de mooie ontroering en welgemeende solidariteit van het Beursplein. Brussel zweeg. De straten waren vuil en onverschillig. Ik bleef onrustig. Als een vreemde in mijn eigen stad. "People are strange when you're a stranger", zingen The Doors, en zo voelde het. Wandelen in het bos dan maar. Ik moest denken aan de tv-reeks Jordskott (Zweeds voor aardscheut of kiem) die begin januari op Canvas liep. Naar goede Scandinavische gewoonte stonden ontvoering, moord en doodslag centraal, maar er werd een ongewone, bovennatuurlijke draai aan gegeven. Het woud in de serie werd een aanwezigheid. In dat oneindige bos, bedreigd met verdwijning, leefden vreemde wezens met een grote oerkracht. Ze ontvoerden kinderen, om de ziel van het bos door te geven. Ze gaven hun vreemde kracht door aan volwassenen die zich inzetten voor de bescherming van het woud. En in een sprookjesachtig fragment waar een meisje terugkeert naar het bos, legt ze zich op het mos en wordt ze in een mum van tijd overwoekerd, opgegeten zeg maar, op een positieve manier. Het leek me wel iets, opgenomen worden in de oerkracht van het woud, verdwijnen in een soort plantaardige kennis die al eeuwen wordt doorgegeven. Een van de meest verrassende bestsellers van de laatste tijd is van de Duitse boswachter Peter Wohlleben : Het verborgen leven van bomen. Hij vertelt dat bomen met elkaar communiceren, dat ze liefdevol voor elkaar en voor hun nageslacht zorgen, dat ze het opnemen voor oude en zieke buren, dat ze gevoelens hebben, en ook een geheugen. Klinkt mooi, maar ook angstaanjagend. Zeer Jordskott. Uiteraard is niet elke wetenschapper het ermee eens. Misschien spelen er zich wel chemische processen af tussen planten die je heel antropomorfisch als uiting van liefde of solidariteit zou kunnen omschrijven, maar het is de klassieke wetenschap net een stap te ver. Zeker is dat er zoiets bestaat als de 'Wood wide web', een ondergronds netwerk van schimmels waardoor alle planten in een woud met elkaar in contact staan. Voedingsstoffen worden erdoor getransporteerd, en informatie - er komen insecten aan, droogte is op komst - wordt doorgegeven. Niet alleen aan de eigen soort, maar aan elk organisme. Het schimmelnetwerk ontwikkelde zich meer dan een miljard jaar geleden en maakte het mogelijk dat organismen van de zee naar het land migreerden. Onder een enkele voetafdruk zouden volgens professor Suzanne Simard, die baanbrekend onderzoek verrichtte, zo'n vijfhonderd kilometer aan opeengestapelde schimmelcellen zitten, een ondergrondse snelweg van materiaaltransport. Ik bekijk de bomen nu toch wel anders. Ik spreek geen 'booms', een conversatie zit er dus niet in. Maar ik heb er toch eentje geknuffeld en een klopje gegeven van : goed bezig. Het zag er waarschijnlijk behoorlijk idioot uit, en ik haastte me terug naar de stad. Ik weet zeker dat ik een struik heb zien gniffelen. Maar het grote bos zei : we zijn er morgen ook nog. En op een of andere manier was dat voldoende.lene.kemps@knack.be LENE KEMPSHet leek me wel iets, opgenomen worden in de oerkracht van het woud