HET VERLEDEN Stille, positieve aanwezigheid

Zeilen brengt je in een andere wereld. Als je van wal steekt, verdwijnen alle dagelijkse bekommernissen. Wij woonden aan de Leie in Drongen en mijn vader zeilde, van het één kwam het ander. Zelfs als kind was ik vragende partij als het op competitie aankwam. Ik wilde vooruit. Ik had een driving mum die me naar clubtrainingen en wedstrijden reed. Luid supporteren deden mijn ouders niet, ze waren een stille, positieve aanwezigheid, maar zonder hen had ik nooit de top in het zeilen bereikt.
...

Zeilen brengt je in een andere wereld. Als je van wal steekt, verdwijnen alle dagelijkse bekommernissen. Wij woonden aan de Leie in Drongen en mijn vader zeilde, van het één kwam het ander. Zelfs als kind was ik vragende partij als het op competitie aankwam. Ik wilde vooruit. Ik had een driving mum die me naar clubtrainingen en wedstrijden reed. Luid supporteren deden mijn ouders niet, ze waren een stille, positieve aanwezigheid, maar zonder hen had ik nooit de top in het zeilen bereikt. Rugby heb ik ontdekt dankzij het Vijflandentoernooi op de Franse tv. In 1968 ging ik bij de beste club in België spelen, die van de universiteit van Brussel en ik ben ook geselecteerd voor het nationale team. Zo'n contactsport ziet er gevaarlijk uit, maar het is een strikte regel dat je je tegenstrever respecteert en ervoor zorgt dat je hem niet kwetst. In 1956 zag ik beelden van de Olympische Spelen van Melbourne. Ik was veertien en wist : daar wil ik naartoe. Dus moest ik trainen en mij verbeteren. In 1968 mocht ik naar de Spelen in Mexico. Het was een nieuwe wereld. Die sfeer. De universaliteit. Het atletendorp is een geweldige ervaring, een bonte wereld waar je vriendschappen sluit met atleten van over de hele wereld. Er zijn geen barrières, je bent daar allemaal samen met één doel. Over het studentenprotest dat tien dagen voor de openingsceremonie bloedig onderdrukt was, werden de atleten verkeerd ingelicht. In 1972 mocht ik naar de Spelen in München, waar terroristen van Zwarte September elf Israëlische atleten vermoordden. Vreselijk. Ik heb lang getwijfeld of ik verder wou deelnemen. Deed ik dat niet, dan voelde het als een overwinning voor de terroristen. De Spelen van 1976 in Montreal werden dan weer geboycot door 27 Afrikaanse landen, als protest tegen het Nieuw-Zeelandse rugbyteam dat in Zuid-Afrika gespeeld had. Proberen beter te worden, bijschaven, ik was competitief. Perfectionist ook. Dat heb ik op school geleerd, het Sint-Barbaracollege in Gent was gekend voor zijn ijzeren discipline. Als een atleet niet hongerig is, zal hij niet goed presteren. Ik herken het direct. Bij Robert Van de Walle, bijvoorbeeld : schat van een man, maar een leeuw op de tatami. Een flandrien die meer kon afzien dan de anderen, zijn ambitie stoomde zo van zijn lichaam. Mijn competitiviteit motiveerde me ook in mijn job, om goede condities te creëren voor de atleten, om de kwaliteit van de Spelen nog te verbeteren en de strijd met doping op te voeren. Het idee dat je mensen met een operatie kunt helpen vond ik fantastisch, dus werd ik chirurg. Een operatie is gelukt of heeft problemen gekend, dat zie je meteen. Dat maakt het soms moeilijk, maar ik vind die directheid heel bevredigend. Ik heb dertig jaar een praktijk gehad, bij het BOIC deed ik dus eigenlijk vrijwilligerswerk. Toen ik gevraagd werd om me kandidaat te stellen als voorzitter voor het IOC moest ik kiezen. Arts blijven kon met zo'n functie niet. Ik hield echt van mijn beroep, maar ik was 59. Na lange discussies met mijn vrouw Anne, die ook haar praktijk moest opgeven als we naar Zwitserland verhuisden, heb ik ja gezegd. Mijn achtergrond bleek nuttig. Een dokter moet goed kunnen luisteren. Een diagnose stellen en dan een therapie voorschrijven, dat doe je ook als manager van het IOC. Omdat je te maken krijgt met mensen uit allerlei culturen moet je ook overtuigend en diplomatisch zijn. Een bezieler, eigenlijk. Mensen moeten aanvaarden wat je voorstelt. Dat het een publieke functie was, was wel een groot verschil. Wat ik als chirurg zei, bleef tussen de patiënt en mij, alles wat de voorzitter van het IOC zei, ging meteen de wereld rond. Elk woord moest dus gewikt en gewogen worden. Ik kijk echt uit naar Rio, ik ga genieten zonder verantwoordelijkheid. Onbevangen. We staan daar niet bij stil, maar sport is belangrijk. Voor de volksgezondheid maar ook sociaal. Het geeft een gemeenschap iets waar ze met zijn allen van kunnen genieten en trots op zijn en het integreert minderheden. Op de Spelen in Barcelona in 1992 zat ik op de tribune van het zwembad toevallig naast Nelson Mandela, die toen nog maar twee jaar vrijgelaten was. Die man maakte een zeer diepe indruk. Hij vond sport een instrument voor vrede, iets wat jongeren aanspreekt, inspireert en mensen samenbrengt. Hij zag het als een manier om zijn verdeelde land weer samen te brengen. Naast de 205 nationale landenploegen zal er in Rio ook een ploeg vluchtelingen zijn. Het Team ofRefugee Olympic Athletes is een belangrijke erkenning voor die atleten persoonlijk én een boodschap van hoop voor de vele vluchtelingen in de wereld. Deugdelijk bestuur is het begin van alles en daar moeten organisaties als het IOC dagelijks werk van maken. Maar er zal altijd controverse zijn. Wat niet deugt in het gastland van de Spelen wordt prompt aangeklaagd. Dat is logisch. Je kunt ook niet voorzien wat er gaat komen. We kozen Rio als eerste Zuid-Amerikaanse locatie, maar nu zie je een politieke en economische crisis én een epidemie van het zikavirus. De wereld is onvoorspelbaar, maar ik ben van nature een optimist en dus bijna nooit ongerust of bang. In de toekomst zou het fantastisch zijn als de Spelen ook in Afrika kunnen plaatsvinden. Zuid-Afrika lijkt me een goede kandidaat, niet in 2024 maar hopelijk wel in 2028. Binnenkort ga ik naar Rwanda, maar ik ben recent ook vluchtelingenkampen in Jordanië, Griekenland, Ethiopië en Colombia gaan bezoeken. Het IOC en de VN gaan daar samen sportfaciliteiten voorzien en Ban Ki-moon heeft me gevraagd als gezant. Samen met experts maak ik een actieplan op. Infrastructuur, opleiding, coaching. Ik vind dat een zeer belangrijk project. Sport kan vreugde en plezier geven in moeilijke omstandigheden. We weten uit ervaring dat mensen afzien van geweld als ze een uitlaatklep hebben. Bij sport moeten er regels gerespecteerd worden, dus ze heeft ook een opvoedende waarde. Belangrijk voor jonge vluchtelingen. Sport bevordert de positie van de vrouw, zeker in gemeenschappen waar die niet optimaal is. Sport is dus onontbeerlijk. Doping is een pest en zal altijd een belangrijk strijdpunt blijven. Het Wereldantidopingagentschap moet permanent onderzoek doen om de gebruikers bij te blijven. Bij positieve tests heb ik altijd een dubbel gevoel. Ontgoocheling omdat alweer een atleet niet zuiver sport, maar ook opluchting omdat het systeem goed werkt : alweer een vervalser minder. Ik ben blij met mijn agenda, nu. Als voorzitter van het IOC regelde mijn entourage hoe die eruitzag, nu heb ik tijd voor dingen die ik echt graag doe. Mijn zoon woont in Peking met zijn gezin, mijn dochter in Zürich, gelukkig is er Skype, een fantastische uitvinding. Ik heb 180 van de 205 landen op deze aardbol bezocht, dus vandaag droom ik vooral voor mijn kleinkinderen. Ze zijn tien en twaalf, en ik zou ze, zoals elke grootvader, graag goed zien opgroeien. Ik heb van mijn vader een liefde voor kunst meegekregen. Hij had geen collectie, maar was een galerierat en nam mij als kleine jongen mee. Robert Mangold bijvoorbeeld, dat is echt mooi. Ik kan niet uitleggen waarom, maar zijn kleuren en vormen doen iets met mij. Ik hou van abstracte schilderkunst, omdat ik bewondering heb voor de artiest die met een minimale hoeveelheid verf en kleuren een emotie bij mij kan losmaken. Tekst Nathalie Le Blanc & foto Fred De Brock"Proberen beter te worden, bijschaven. Als een atleet niet hongerig is, zal hij niet goed presteren"