De Zwitsers zijn dol op treinen en kijken liefdevol terug op de verwezenlijkingen die ze op dat vlak hebben gerealiseerd. Ze waren er dan ook erg vroeg bij met het uitbouwen van een spoorwegnet. Zo bestond er al in 1891 een elektrische treinverbinding tussen Visp en Zermatt, en het hooggelegen Sankt Moritz opende in 1904 zijn treinstation, precies een jaar nadat de Albula Line en de route door Ruinalta voltooid werden. Een en ander had tot gevolg dat Chur met Sankt Moritz kon worden verbonden, en dat was niets minder dan een meesterstuk.
...

De Zwitsers zijn dol op treinen en kijken liefdevol terug op de verwezenlijkingen die ze op dat vlak hebben gerealiseerd. Ze waren er dan ook erg vroeg bij met het uitbouwen van een spoorwegnet. Zo bestond er al in 1891 een elektrische treinverbinding tussen Visp en Zermatt, en het hooggelegen Sankt Moritz opende in 1904 zijn treinstation, precies een jaar nadat de Albula Line en de route door Ruinalta voltooid werden. Een en ander had tot gevolg dat Chur met Sankt Moritz kon worden verbonden, en dat was niets minder dan een meesterstuk. Niettemin bleef de droom sluimeren om Sankt Moritz in het oosten te verbinden met Zermatt in het zuidwesten. Die droom werd pas realiteit nadat de verbinding tussen Visp en Brig in 1930 geopend werd. Twee weken later en nadat drie spoorwegmaatschappijen de handen in elkaar hadden geslagen, werd de Glacier Express op 30 juni 1930 een feit. Die krachttoer functioneerde evenwel niet zonder problemen. Vooral 's winters bleven de initiatiefnemers afhankelijk van het weer en dook wel eens een onvoorziene hindernis op. De avontuurlijke winterreizen met de trein behoorden pas tot het verleden toen de Furka Base Tunnel in 1982 voltooid werd en het mogelijk werd om het traject elke dag probleemloos af te leggen. Tenminste in theorie. Treinreizen als de Glacier Express verlopen een beetje als cruises : de reiziger wordt vanuit zijn luie stoel van het ene wonder naar het andere gebracht. Spoorfanaten die in Zermatt opstappen, hebben meestal stiekem van een klein voorsmaakje geproefd. Als inleiding klommen velen al aan boord van een ingenieus stuk Zwitserse fijnmechaniek : de Gornergrat Bahn. Die tandradtrein klimt vanuit Zermatt naar de Gornergrat, op 3089 meter, te midden van liefst 29 vierduizenders. Via een korte wandeling komen ze dan bij het Kulmhotel Gornergrat, het hoogste van Europa, en vinden op hun weg verscheidene restaurants. Ze kunnen ook halverwege afstappen en de maag spijzen in het Riffelberg-restaurant. Het traject van Zermatt naar Sankt Moritz oogt als een trip door een postkaartenlandschap die de diversiteit van het land laat zien, van gemanicuurde grasvlaktes en hier en daar een zeldzaam houten stationnetje, tot machtige bergen en diepe dalen. Door de aard van de route loopt ze vaak parallel met rivieren, soms is dat de zeer jonge Rijn, andere keren de Rhône. Op bergflanken en toppen verschijnen restanten van kastelen en versterkingen. Er is voer voor geologen die eerbiedig en vol interesse het landschap lezen en medereizigers over de krachten vertellen die het gevormd hebben, van het opstuwen van de puntige alpentoppen tot de vernietiging ervan, zoals die te zien is in de al even indrukwekkende Rheinschlucht. En dan zijn er de menselijke ingrepen, van de tunnels die een beetje alledaags ogen tot de viaducten die er als romantische kunstwerken uitzien, voor adembenemende uitzichten zorgen en de Japanners aan boord met verstomming slaan. Het is hoogzomer als we het traject afleggen en we reizen in panoramische wagons, een soort aquariums die een breed uitzicht toelaten, maar waarvan de ramen helaas niet open kunnen zodat we de geuren moeten missen. De ogen krijgen des te meer de kost en in het landschap zien we tientallen variaties van groen. Toch noemen meereizende freaks de winterse rit minstens zo interessant, omdat de sneeuw dan vaak metershoog ligt opgetast. Waarna ze verhalen opdissen over de heroïsche reizen van vroeger, toen de reizigers soms dagenlang moesten wachten tot een grondverschuiving was opgeruimd of halt hielden omdat een lawine het traject in zijn greep hield. Onderweg stoppen we in het historische stadscentrum van Brig, dat altijd al op een kruispunt van handelswegen heeft gelegen en waar nog veel zestiende- en zeventiende-eeuwse panden te zien zijn. Dan kruipen we tegen een gezapig tempo door de Goms, met zijn vele karakteristieke dorpjes en zijn rijke geschiedenis. Waar Johann Ritz en zijn zoon in de zeventiende en achttiende eeuw erg sierlijke altaren en heiligenfiguren produceerden, en de orgelbouwerfamilie Carlen generaties lang een traditie van uitmuntende kwaliteit wist te handhaven die tot in de Verenigde Staten gewaardeerd wordt. Maar toen de barre tijden er aankwamen, emigreerden vele inwoners, vaak naar de VS. Daar schopten ze het door hard werken vaak uitzonderlijke ver, zoals Cäsar Ritz, de grondlegger van de wereldberoemde hotelketen. Na Andermatt klimmen we gestaag naar de Oberalp Pas, die vooral in de winter voor spectaculaire taferelen zorgt en ook het vertrekpunt is voor stappers. Eén van de wandelpaden leidt helemaal tot aan het Tomameer, waar de Rijn zijn oorsprong vindt. Disentis is maar een kleine nederzetting maar wordt overheerst door het imponerende klooster, dat sinds zijn oprichting in het jaar 765 een centrum van cultuur en opvoeding is en een van de mooiste barokkerken in de Alpen bezit, ook al werd het gebouw in 1799 geplunderd. Dat was evenwel niet voldoende om de Zwitsers te ontmoedigen. Na die tegenslag gingen ze op zoek naar nieuw meubilair en het huidige barokke hoofdaltaar vonden ze in het Beierse Deggendorf, terwijl de twee zijaltaren van de hand van de beroemde Walliser-bouwer Johann Ritz zijn. De Glacier Express is geruisloos in de Rätische Alpen gegleden en in het land van de honderd valleien, zoals de Graubünders het omschrijven. Het uitzicht wordt spectaculairder en in de vallei van de Albula wacht ons een heel bijzonder stukje menselijk vernuft. Tussen Bergün en Preda wordt een hoogteverschil van 416 meter overwonnen, en dat bleek pas mogelijk toen ingenieurs op het einde van de negentiende eeuw een geheel van lussen en tunnels hadden bedacht waardoor de trein zachtjesaan hoogte kon winnen, tot hij in Preda de Albulatunnel bereikt, de hoogste in de Alpen. Als we weer in het daglicht komen, zitten we vlak bij de vallei van de Bever, één van de meest geïsoleerde alpijnse valleien waar niet toevallig de laatste Zwitserse beer werd neergelegd. Acht uur nadat we in Zermatt vertrokken zijn, komt Sankt Moritz in zicht. Het stadje heeft niets van het kleine, romantische dorpje maar is door de jaren heen uitgegroeid tot een kosmopolitisch geheel. Het wordt beschouwd als de bakermat van het sneeuwtoerisme, waar in 1864 de eerste gasten langskwamen. Op het einde van de negentiende eeuw groeide het dorp uit tot een vooraanstaand kuuroord, niet zonder de inspanningen van een creatieve hotelier, ene Johannes Badrutt. Die verraste zijn gasten op Kerstmis 1878 met de eerste elektrische gloeilamp, niets minder dan een fenomeen in een behoorlijk afgelegen alpenstadje. Terwijl de medereizigers uitzwermen naar de chique shops, blijft er voor de diehards nog een laatste treinrit over. Vanuit Sankt Moritz kunnen ze met een treintje naar het Chantarella-station en dan verder stappen naar de hotels in de buurt of langs Heidi's Bloemenroute. Zelf nestelen we ons in het station met wat kranten en wachten de parade van de historische locs af die in andere tijden de alpendoortochten hebben getrotseerd. n Tekst Pierre DargeVroeger moesten reizigers soms dagenlang wachten omdat een grondverschuiving of lawine de sporen blokkeerde.