De mouterij La belle alliance aan de Kleine Kuiperstraat was jarenlang het drukke centrum van een ambachtelijke bierbrouwerij. Eind '98 kocht een bouwpromotor het kolossale gebouw en ontwikkelde er drie individuele casco's : kale ruimten die naar persoonlijk inzicht kunnen worden verbouwd, ingedeeld en ingericht. Voor de nieuwe eigenaars was het een hele opdracht om het rijke industriële verleden te vertalen naar nieuwe functies zoals wonen, leven en werken.
...

De mouterij La belle alliance aan de Kleine Kuiperstraat was jarenlang het drukke centrum van een ambachtelijke bierbrouwerij. Eind '98 kocht een bouwpromotor het kolossale gebouw en ontwikkelde er drie individuele casco's : kale ruimten die naar persoonlijk inzicht kunnen worden verbouwd, ingedeeld en ingericht. Voor de nieuwe eigenaars was het een hele opdracht om het rijke industriële verleden te vertalen naar nieuwe functies zoals wonen, leven en werken. Een van de drie eigenaars vond in interieurarchitect Stefan de Coster van interieurarchitectenbureau Sofisto in Snaaskerke-Gistel de geknipte persoon om die te realiseren. Het zou een woning moeten worden, waarin de kunstverzameling van de eigenaar, met kunstwerken uit Afrika en Oceanië, het centrale thema zou zijn. Op zijn eigen persoonlijke manier bracht Stefan een belle alliance teweeg tussen het verleden en het heden, en tussen de verschillende overzeese culturen die deze woon- en werkplek bevolken. In deze African Loft komen we het onderwerp van deze verbouwing veelvuldig tegen. Armbanden, speren, halskettingen, kammen, afgodsbeeldjes, boomschorsmaskers, schilderijen, dolken, messen en een grote verzameling boeken en naslagwerken zijn op alle verdiepingen aanwezig. Ze hangen aan muren, staan op sokkels of zijn tentoongesteld in een daarvoor speciaal ontworpen vitrinekast. Het zijn reissouvenirs die van verre reizen werden meegenomen. Zij zijn door de bewoner samengebracht na zijn tochten in Afrika, Oceanië, de Fiji-eilanden en Papoea-Nieuw-Guinea ; trips die vaak met de zeilboot werden gemaakt en hem naar oorden bracht die zelden door westerlingen zijn bezocht. De verzameling werd zo groot, dat bij het betrekken van de nieuwe woonst deze volkskunst een prominente plek kreeg toebedeeld, en was ook de inspiratiebron voor de vormgeving. Interieurarchitect Stefan de Coster werd eind '99 betrokken bij het project. De bouwpromotor had de verschillende casco's klaar, en samen met zijn opdrachtgever ging hij aan de slag. Stefan : "De drie panden hadden elk een eigen problematiek en complexiteit. Bij dit pand was de moeilijkheid dat de plafonds nogal laag waren, ongeveer 2,10 meter. De totale woonoppervlakte was verdeeld over vijf aparte verdiepingen die redelijk besloten waren en dus geen onderling contact hadden."Een van de verdiepingen, achter in het pand en de plek waar uiteindelijk de woonkeuken zou komen, werd de verbindende factor voor het geheel. De bouwpromotor had er het plafond al laten verhogen. Nu werden richting boven- en benedenverdiepingen doorkijken gemaakt. Waar dat niet mogelijk was, werden stukken vloer vervangen door dik glas. Nog een ander hulpmiddel werd ingeroepen om de drie verdiepingen aan de voorkant van het gebouw met elkaar te verbinden. De bestaande vloeren waren niet erg stabiel, omdat de draagconstructie onvoldoende sterk bleek te zijn. De nieuwe kolommen die extra steun moesten geven, werden opgenomen in één kast van MDF, die drie verdiepingen hoog is en op die manier de ruggengraat van het pand werd. In die kast presenteert de eigenaar op de woonverdieping zijn kunstverzameling, en op de werkverdieping werden in de kast alle naslagwerken opgeslagen. Op de hoogste verdieping, met het gastenverblijf annex badkamer en sauna, werd de kast een afgesloten ruimte. "Ik vind het telkens weer een uitdaging om met een bestaand gebouw creatief om te gaan", vervolgt Stefan de Coster. "Je kunt dat als een beperking zien, maar voor mij zijn bestaande elementen interessant om ze zo goed mogelijk te verwerken in een nieuw plan. Oorspronkelijk was de mouterij niet als woning bedoeld, dus miste het gebouw de ruimtelijkheid en de openheid die een woonst verlangt. Anderzijds hebben industriële panden wel een charme die best past in een woonhuis. Als ontwerper moet je een evenwicht vinden tussen wat de eigenaar verlangt en wat het historische gebouw kan verdragen. Door toedoen van de bouwpromotor bleven er weinig originele details over. Voor dit pand hebben we er nog een paar kunnen behouden, zoals de authentieke stalen vluchtladder aan de achtergevel. Schijnbaar dient ze nergens voor, maar ze draagt wel bij tot de karakteristiek van het gebouw. Helaas zijn de oorspronkelijke stalen platforms bij de ramen verdwenen. Om die te vervangen, heb ik een stalen loopbrug ontworpen. Die verbindt nu de woonkeuken met het zonneterras, en ligt op het dak van de parkeergarage. Door de vorm en de materiaalkeuze verwijst de loopbrug toch nog naar het verleden."Deze elementen waren bedoeld om het gebouw en de sfeer ervan tot zijn recht te doen komen. Aan de ware reden voor de verbouwing - de collectie Afrikaanse en overzeese volkskunst - was nog niets gebeurd, en aan de relatie tussen de collectie en het interieur evenmin. Daarvoor moesten de materialen, kleuren en meubels nog bedacht worden. Stefan de Coster : "Door gesprekken met mijn opdrachtgever kreeg ik steeds meer oog voor de schoonheid en de essentie van Afrikaanse volkskunst, de eigenheid en de bijzondere uitstraling ervan. Ik probeerde dat architecturaal te vertalen. Ik koos voor eenvoudige materialen die een zekere nuchterheid hebben. Ze hebben weliswaar een rijkdom, maar dan één van zichzelf : kleuren, tinten en oppervlaktestructuren die doen denken aan Afrika, Oceanië en de overzeese gebieden. Zo viel de puzzel logisch samen. Het is een bijzondere ervaring, door die andere culturen wordt de visie op je eigen leven bijgesteld. Het gaat niet meer over meer- of minderwaardig. Eigenheid en persoonlijkheid zijn belangrijker."Heeft het project bij Stefan een evolutie teweeg-gebracht ? Is hij na afloop ervan een ander ontwerper geworden ? "Eigenlijk niet", verklaart hij gedecideerd. "Voor mij is het resultaat 's ofisto', spitsvondig. Dit is het woord dat ik vaak gebruik om mijn projecten te omschrijven en daarom heb ik het als naam voor mijn bureau gekozen." n Marc Heldens / foto's Verne