Christian Lacroix, de beroemde Franse ontwerper, klonk tijdens de vernissage van een door hem samengestelde tentoonstelling in Arles een ietsje ongerust. "Misschien," zei hij, "krijg ik straks de ayatollahs van de ernstige fotografie op mijn dak." Lacroix is deze zomer gastcommissaris van de Rencontres de la Photographie van Arles, het internationaal gereputeerde festival dat elke zomer duizenden liefhebbers naar zijn geboortestad lokt. Mode is daarbij doorgaans geen groot item. Welhaast integendeel : de fotografie uit stijltijdschriften, zo wordt vaak geredeneerd, is niet alleen oppervlakkig, maar ook commercieel, en bijgevolg minder verheven dan het soort foto's dat in galeries wordt verhandeld (toch ook een manier van zaken doen). Lacroix, die in de mode zijn brood verdient, is het daar - terecht - niet mee eens. Het is immers dankzij de glossies dat de fotografie midden twintigste eeuw is opengebloeid. Harper's Bazaar en Vogue, de belangrijkste Amerikaanse modebijbels, werkten al van voor de Tweede Wereldoorlog met een aantal van de belangrijkste fotografen uit de moderne geschiedenis : Cecil Beaton, Brassaï, Henri Cartier-Bresson, André Kertész.
...