Nodig :

1 pak filodeeg, olijfolie, 3 selderijstengels, 1 rode ui, 500 g spinazie, 1 bosje waterkers, 1 handvol platte peterselie, 1 handvol munt, 2 lente-uien, 2 eieren, 120 g manouri of ricotta, 100 g feta of halloumi,
...

1 pak filodeeg, olijfolie, 3 selderijstengels, 1 rode ui, 500 g spinazie, 1 bosje waterkers, 1 handvol platte peterselie, 1 handvol munt, 2 lente-uien, 2 eieren, 120 g manouri of ricotta, 100 g feta of halloumi, zeste van 1 citroen, snuifje zout, peper van de molen Taartvulling : schil de selderij met een dunschiller, zo vermijd je dat er onaangename harde vezels in de taart terechtkomen. Snij de ui in kleine stukjes, stoof glazig in een pan en snij intussen de selderij in stukjes. Kap deze erbij en laat verder stoven gedurende zo'n 4 minuten. Voeg spinazie, waterkers en kruiden toe. Roerbak verder, zo'n 2 minuten. Neem van het vuur. Schud de vulling in een vergiet en laat afkoelen. Het is heel belangrijk om zo veel mogelijk vocht uit de afgekoelde vulling te knijpen, anders druipt het vocht in het filodeeg en krijg je een pasta-brij in plaats van een ultrakrokant korstje. Verwarm de oven voor op 200 °C (boven- en onderverwarming graag). Breek 2 eieren boven een kom, meng er de kaas, citroenzeste, peper en zout door. Roer het eiermengsel door de groentjes, proef of de vulling genoeg gekruid is. Kruiding : je werkt met een aanzienlijke hoeveelheid verse kruiden en daar kan geen potje gedroogde mix tegenop. In principe is een snuifje zout en peper al wat je nodig hebt. Strooi het zout niet te kwistig want feta en haloumi zijn al zout op zich. Bijkruiden kan altijd, 'wegkruiden' bestaat niet. Doet het geheel toch iets te zout aan, dan kun je dit altijd proberen te temperen met wat citroensap. Liefhebbers van pikant mogen het gerust wat spannender maken met een fijngesneden chilipeper. Bewerken van het filodeeg : voor veel mensen is filodeeg nog een exotische onbekende en helaas is onbekend vaak onbemind. Toch is filodeeg een makkie. Je moet alleen een beetje snel werken, want de ultradunne velletjes hebben de neiging om snel uit te drogen waardoor ze minder bewerkelijk worden. De truc is dat je alle velletjes met een laagje lekkere olijfolie bestrijkt voor je ze op elkaar stapelt. Op die manier verkrijg je die typische, crous-tillante gelaagdheid. Neem een kommetje, een ovenschotel en een keuken-penseeltje. Vul het kommetje met olijfolie, schik 1 vel filodeeg in de ovenschotel. Beschilder dit vel met de olie en ga dan verder met een nieuw vel. Doe dit met 5 vellen. Laat het overhangende deeg gewoon hangen, we zullen het straks nodig hebben. Zodra de 5-lagige bodem klaar is, kap je de vulling hierop. Vouw het overhangende deeg over de vulling en maak nu 'het deksel'. Neem opnieuw een vel filodeeg, schik dit op de vulling en bestrijk met olijfolie. Doe dit opnieuw vijf keer. Een spanakopita is wat men placht te noemen 'voedsel van het rustieke soort'. Een rustiek uiterlijk is hier ook wenselijk. Om dit te bekomen, 'verfrommel' je de bovenste lagen filodeeg een beetje. Besmeer de bovenste laag tenslotte royaal met olijfolie. In de oven zal het deksel mooi goudbruin kleuren. Schuif je creatie in de warme oven en bak de taart zo'n 40 minuutjes. Serveer warm of op kamer-temperatuur. Manouri is een Griekse kaas met een zachte smaak en een brokkelige consistentie die doet denken aan verse ricotta. Hij kan dan ook zonder probleem vervangen worden door ricotta. Sausje : hoewel de spanakopita op zich smeuïg genoeg is, kan een extra sausje nooit kwaad. Meng een potje romige Griekse yoghurt met wat citroensap, olijfolie en fijngesnipperde munt, een snuifje grof zeezout en een draai van de pepermolen. Et voilà, qua complementariteit zit het helemaal strak : een warme, hartige smeuïge taart omhuld door een goudbruine, brosse korst en een dot zerpe, romige yoghurt. Je combineert hier koolhydraten met groenten en kaas. Als je de kaas weglaat, wordt het gerecht iets lichter.