Als u eens een uurtje tijd te doden hebt, moet u op YouTube de skateklassieker Dogtown and Z-Boys bekijken. Een documentaire uit 2001, ingesproken door Sean Penn, over het Zephyr Team, dat midden jaren zeventig het moderne skateboarden uitvond. Zephyr was een langharig, losgeslagen surfcollectief dat bij gebrek aan golven hun aandacht op het skateboard richtte, tot dan vooral een rage uit de jaren zestig, niet eens zo verschillend van de hoelahoep. De Z-Boys deden evenwel nieuwe dingen met het speelgoed, en doken er als eersten de lege tuinzwembaden van Los Angeles mee in, in tijden van zware droogte en waterrestricties, om elkaar de loef af te steken met...

Als u eens een uurtje tijd te doden hebt, moet u op YouTube de skateklassieker Dogtown and Z-Boys bekijken. Een documentaire uit 2001, ingesproken door Sean Penn, over het Zephyr Team, dat midden jaren zeventig het moderne skateboarden uitvond. Zephyr was een langharig, losgeslagen surfcollectief dat bij gebrek aan golven hun aandacht op het skateboard richtte, tot dan vooral een rage uit de jaren zestig, niet eens zo verschillend van de hoelahoep. De Z-Boys deden evenwel nieuwe dingen met het speelgoed, en doken er als eersten de lege tuinzwembaden van Los Angeles mee in, in tijden van zware droogte en waterrestricties, om elkaar de loef af te steken met de nieuwe tricks die ze uitvonden. Eén ding maakt de film duidelijk : evenzeer als rondhangen en plezier maken, gaat de skateboardcultuur al van in zijn begindagen over creativiteit, innovatie en outside the box-denken, het soort woorden dat managers dezer dagen graag in de mond nemen. De skateboardcultuur heeft namelijk een nieuw model in de sport geïntroduceerd : het collaboratieve. Daar waar zowat elke andere discipline draait rond competitie, dromen de plankrijders er niet van om wedstrijden te winnen, wereldkampioen te worden of de beste ter wereld te zijn, zij willen alleen beter worden. Dat er in de skateboardwereld termen als goofy en regular bestaan, is op dat vlak alleszeggend. Als je een truc met je linkervoet vooruit onder de knie hebt ( regular), bestaat de kunst erin om dezelfde truc ook met het slechte rechterbeen vooruit over te doen ( goofy), wat nóg meer respect oogst. Het is alsof een hoogspringer twee meter tien springt, afgeduwd met zijn linkervoet, maar meer lof krijgt omdat hij een meter negentig springt met zijn mindere voet. De manier voor een professioneel street-skateboarder om zich te bewijzen, is niet toevallig eerder met zelfgemaakte filmpjes dan met toernooien. De bedoeling : op een nieuwe plek een truc laten zien, of op een al bekende plek een nog nooit vertoonde truc vertonen. De beste video's gaan miljoenen keren rond, en inspireren anderen om hetzelfde te doen. Met de komst van het internet is het skateboarden er technisch enorm op vooruitgegaan. Iedereen laadt nu zijn eigen video's op op YouTube, iedereen kan zien hoe de groten hun kickflips en 360 shove-it uitvoeren. Dat collaboratieve model vertaalt zich ook naar samenwerkingen buiten de sport. In de kunst, bijvoorbeeld, van filmmaker Spike Jonze over kunstenaar Ed Templeton tot het hiphopcollectief Odd Future. En - wat ook de moderne manager zal interesseren - het model werkt. Skateboarden is wellicht een van de meest innovatieve sporten die er is. "Tegenwoordig zie je Amerikaanse filmpjes met mannekes van acht die al 900's doen", zei Jarne Verbruggen, een van onze grote skatetalenten, onlangs in Humo. Minder dan vijftien jaar geleden was dat nog een truc waar Tony Hawk, 's werelds bekendste rampskater, mee uitpakte. Het gaat snel in de skateboardwereld, héél snel. Leg de surfermoves van de Z-Boys naast de kickflips van een hedendaagse held als Paul Rodriguez, en je ziet de enorme evolutie die de sport heeft doorgemaakt op nauwelijks dertig jaar tijd. Skateboarders zijn geen groep hangjongeren, maar een gemeenschap die elkaar stimuleert om beter te worden in wat ze doen. DOOR GEERT ZAGERSDE Z-BOYS IN DE JAREN ZEVENTIG WAREN DE EERSTEN DIE MET HUN SKATEBOARD DE LEGE TUINZWEMBADEN VAN LOS ANGELES IN DOKEN