In het schemerdonker, vanaf Cap Cornu, een zeldzaam heuveltje in een verbazend vlak landschap, bewonder ik de hemelse kleuren van de baai van de Somme. Dit licht, deze eindeloze einder inspireerden schrijvers en schilders, van Victor Hugo en Jules Verne over Degas tot Corot. De Sommebaai is een van de minst geürbaniseerde kuststroken van Frankrijk, een pareltje op amper 2 uur rijden van Parijs, niet eens 4 uur van Brussel.

Saint-Valery-sur-Somme, tegen dat heuveltje aangebouwd, werd in de zevende eeuw gesticht door de monnik Valery. Het stadje, met amper 3000 inwoners, pocht met zijn uptown downtown-opdeling. De ommuurde stad, met middeleeuwse poorten en pittoreske steegjes, ligt op de heuvel. Langs de gekanaliseerde Somme, die hier in de baai uitmondt, ligt downtown de haven. In 1066 vertrok William de Veroveraar, nadat hij door een storm gedwongen werd landinwaarts te schuilen, met zijn vloot van hier naar Engeland. Nu liggen langs de kade - een aangename promenade met linden en platanen, enkele restaurants en hotels - alleen zeilboten en visserssloepen. Tot de negentiende eeuw was Saint-Valery een belangrijke handelshaven. De doorbraak van het spoorwegvervoer en de verzanding maakten een einde aan de handel.

Waar nu polders verzuipen, lag ooit een enorme rivierdelta, waar drie rivieren, de Somme, de Authie en de Maye, in zee uitmondden. Door verzanding van de delta, kanalisering van de riviermonden en de bouw van dijken die het op de zee gewonnen land moesten beveiligen, werd de zee steeds verder teruggedreven. Het estuarium van de Somme heeft nog maar een schijntje van zijn vroegere oppervlakte en is eigenlijk gedoemd om te verdwijnen.

De valéricains laten het niet aan hun hart komen: zolang het nog kan, varen zij uit met sauterelliers, platbodems, om garnalen te vissen. Hoog boven het dorp prijkt la Chapelle des Marins waar ooit de belangrijke abdij gevestigd was.

Weer of geen weer, wij zullen van het buitenleven proeven. Stephan, een Christusachtige natuurgids die elke zin begint met een irritant kuchje, leidt ons 20 kilometer lang du fleuve à l'estuaire. De striemende wind maakt het de stappers niet makkelijk. Ingepakt in mutsen, regenvesten en plastic overbroeken volgen we het kanaal dat Saint-Valery met Abbeville, vroeger ook een haven, verbindt. De ooit meanderende Somme is getemd: een rimpelloos asfaltgrijs lint, met een jaagpad en populieren in het gelid zo ver ons oog rijkt. Aan een gietijzeren brug wacht een cameraploeg van France 3 ons op. Maken ze misschien een reportage over wandelaars in hondenweer? Onverdroten stappen we door de bas champs, drassige polders waar wilgen, populieren en elzen verdrinken. Zwanen dobberen tussen koeien die tot hun enkels in het water staan. Herders verzamelen hun kudde, de beruchte pré-salés. De kwelderschapen die hier regelmatig het zeezoute schorrengebied begrazen, worden door de liefhebbers bijzonder gewaardeerd. Hun vlees is niet zouter, maar roder en smakelijker.

Dieper in de delta liggen overal jachthutten, bunkers als groene molshopen verscholen aan waterplassen, waarop plastic eendjes in formatie drijven. Het positioneren van de lokeenden blijkt een strategisch spel te zijn, waarbij de jager afwacht welke prooi op zijn vijver neerstrijkt. De Sommebaai is een van Frankrijks primaire jachtgebieden. De natuurbeschermers zoeken geen confrontatie met de machtige jagerslobby. Door de verzanding, merkt Stephan onderkoeld op, verschuiven de jachtgebieden regrettablement steeds meer landinwaarts, terwijl de kuststrook natuurreservaat is. Ongeveer de helft van de baai is natuurgebied, in de rest mag worden gejaagd. Wilde eenden hebben dus ongeveer één kans op de twee om in de verkeerde plas een fatale duik te nemen.

In gedachten verzonken, de regen wil niet stoppen, keren we terug langs de spoorweg over de dijk die het hinterland tussen Saint-Valery en Le Crotoy omspant. De trein zou de industriële ontwikkeling van de streek bevorderen, maar toen de spoorlijn eindelijk klaar was, bleek die zo goed als waardeloos. De tonnage van de schepen was zo snel toegenomen en de verzanding zo ver geëvolueerd, dat andere havens de handel hadden overgenomen. Ironisch genoeg werkte de dijk de verzanding nog extra in de hand. De zeebodem groeit nu gemiddeld bijna twee centimeter per jaar.

Vanaf de dijk verbazen wij ons erover dat de mollières, het schorrengebied dat slechts enkele dagen per maand onderstroomt, hoger ligt dan de door de dijk beschermde polders. De toeristische stoomtrein die hier in de zomer boemelt, is het bewijs dat de industriële ontwikkeling aan deze streek voorbijraasde.

Om de oceaan in volle kracht te bewonderen trekken we naar Ault, een tiental kilometer ten zuiden van Saint-Valery. Het dorp, op de grens van het departement, ligt in een kleine vallei tussen tot 60 meter hoge krijtrotsen. Witte kliffen rijzen loodrecht op uit de golven, die onophoudelijk op de falaise vive inbeuken. De kust is hier voortdurend in beweging.

Krijtrotsen breken onder invloed van weer en wind en storten in zee. Het sediment wordt door de stroming in noordelijke richting meegevoerd. Het lichte zand spoelt kilometers verder aan op de noordelijke oever van de baai, in de Marquenterre. Het zwaarste puin reist minder ver en wordt in de stroming geërodeerd tot ronde keien, galets. Ooit waren die stenen voor de streek een belangrijk exportproduct.

Vanaf de vuurtoren van Ault, hoog op de klif, hebben we een prachtig vergezicht over de kust, met de eindeloze krijtlijn in het zuiden, de kilometerslange strook vol galets tot voorbij Cayeux (dat zijn naam aan deze stenen, cailloux dankt) en de delta van de Somme, met in de verte enkele vuurtorens en de dorpen Saint-Valery en Le Crotoy. Nergens wordt dat vergezicht verstoord door een appartementsgebouw.

We wandelen verder over uitgestrekte akkers, met aan de horizon een streepje zee en achter de dijk het moeras van de Hâble d'Ault, een verzameling plassen, kanalen en drassige graslanden. Ook hier is de relatie tussen natuurbescherming en jacht ons niet echt duidelijk, want hoewel dit een ecologisch waardevol gebied is, zijn ook hier jachthutten alomtegenwoordig. Via de dijk, waarop voortdurend galets gestort worden ter versteviging, wandelen we terug naar Ault, dat in de avondmist tegen het krijt lijkt te zweven. Aan het eens glorieuze casino tarten schoolkinderen het lot. Tussen twee aanrollende golven kruipen ze zo ver mogelijk op de golfbreker, om dan gillend te vluchten voor het wilde schuim.

De baai van de Somme is een paradijs voor vogelliefhebbers, met het ornithologisch park van de Marquenterre als een van de belangrijkste toeristische troeven in de regio. Eerst volgen we een initiatieparcours, waar zieke of in gevangenschap geboren eenden, ganzen en andere watervogels op vijvertjes kwetteren. Onze gedachten gaan spontaan naar het Zwin, waarmee de milieudienst trouwens samenwerkt. Interessanter is de lange wandeling door de duinen, een van de uitgestrektste duinengebieden aan de Atlantische kust. Kenners maken, naargelang de bodemsamenstelling, het onderscheid tussen witte, grijze en zwarte duinen. Hoe ouder de duinen, hoe meer humus zich met het zand mengt. De grijze duinen zijn begroeid met mossen, grassen en laag struikgewas, de zwarte met dennen en berken om het zand te stabiliseren.

Eeuwen geleden bestond dit op de zee gewonnen land niet. Het door de stroming aangevoerde zand legde de brakke moerassen droog. In de Middeleeuwen floreerden tussen de vruchtbare polders, waar groenten en bloembollen gekweekt werden, talrijke abdijen. In 1994 werd de kuststrook een Réserve Naturelle, thans 2300 hectare groot, waar de polders tot hun oorspronkelijke, vochtige staat vervallen. We volgen een pad langs een tiental observatiehutten, met uitzicht op de talrijke brak- of zoetwatermeertjes waar honderden vogels foerageren. We bewonderen reigers, kluten, lepelaars, ooievaars en zelfs een blauwe kiekendief op doortocht.

De gediversifieerde habitat, met slikken en schorren, duinen en bossen, weiden en moerassen, trekt talloze soorten aan. Sinds 1973 hebben vogelspotters hier ruim driehonderd verschillende vogels geobserveerd, waaronder talloze migranten die zich hier tijdens hun jaarlijkse trek voederen.

Er is in de duinen geen beter vervoer dan het Henson-paard, een ras dat eind jaren zeventig door een lokale huisarts gefokt werd. Het dier, maximaal 1,60 meter hoog, is een kruising tussen de shetlander en het Franse rijpaard, met een uitzonderlijk uithoudingsvermogen.

Begin november worden de veulens, die de hele zomer in de polders grazen, binnengehaald voor de winter. De ruiters, gevolgd door veel nieuwsgierigen, verzamelen en stellen zich op in een U-vormige formatie, terwijl kleine groepjes op zoek gaan naar de veulens. De dieren draven wild en onstuimig uit de bossen, snuiven en blazen, schudden wild met de goudgele, samenklittende manen. Zodra ze de overmacht ruiken, kalmeren ze en laten zich in een makke kudde wegleiden. Het boeiende schouwspel heeft ons enthousiast gemaakt om zelf een ritje te maken.

De volgende dag galopperen we door het duinenmassief, waar dennen aangeplant werden om te vermijden dat het zand verder landinwaarts verstuift. Reeën staren ons onbeschaamd na, alsof ze spotten met onze onorthodoxe houding op de bonkige paardenruggen.

De laatste dag van ons verblijf staat de plat de résistance op het programma: een wandeltocht dwars door de baai, van Saint-Valery naar Le Crotoy. Die laarzentocht kan alleen bij laag water, maar als de verzanding blijft doorgaan, zal men hier ooit op wandelschoenen naar de andere oever trekken. Muriel, onze gids, waarschuwt ons: maak vooral nooit de oversteek zonder begeleiding. Bij vloed rukt het water tweemaal zo snel op als een wandelaar kan vluchten. De vasières, slikken die dagelijks overstromen, zijn zompig en slijkerig, met verraderlijke stukken drijfzand. Niet stilstaan en blijven stappen is de boodschap. Af en toe blijkt een riviergeul dieper dan ze lijkt en gutst zeewater onze laarzen binnen. Op de mollières zijn we hoog en droog.

Zo'n schor, waarop kruiden en grassen groeien, is doorploegd met kanaaltjes die bij vloed volstromen. De schor zelf staat maar enkele dagen per maand blank, zodat zoutresistente grassen weelderig groeien. De gids toont ons de salicorne, een eetbare zee-augurk, en obionne, een grijsgroene spinazie waarvan de kwelderschapen nooit genoeg krijgen. Zelfs hier vinden we jachthutten, ditmaal drijvende. "Als je hier toch ooit verrast wordt door de vloed, dan kruip je maar op zo'n jagersvlot", luidt Muriels laatste tip.

Dichter bij Le Crotoy worden we overweldigd door de uitgestrektheid van de vochtige zandbanken, die de kleurrijke wolkenlucht weerkaatsen. Hoe overtuigend de wijze raad van de gids ook klonk, het idee om ooit in alle eenzaamheid van deze pracht te komen genieten laat me niet los. "Wat is hier in de baai je favoriete seizoen?" wil ik weten. "De winter", zegt ze met een verbazingwekkende vanzelfsprekendheid. "De lucht, de mollières, de zee, alles is prachtig grijs in ontelbare schakeringen." Wat moet het prachtig zijn te leven op een plek waar de inwoners zelfs reikhalzend uitkijken naar de winter.

praktisch

Info: Maison de la France, Guldenvlieslaan 12, 1050 Brussel of www.franceguide.com

Verblijf: La Résidence du Cap Hornu, Saint-Valery-sur-Somme, zowel hotelaccomodatie als gîtes: +33-322-60 24 24.

Hotel-Restaurant Le Relais Guillaume de Normandy**, Saint-Valery-sur-Somme +33-322-60 82 36.

Hotel-Restaurant La Colonne de Bronze**, Saint-Valery-sur-Somme, +33-322-60 80 07.

Reisweg: via Rijsel, Arras, Abbeville of via Valenciennes, Cambrai, Amiens, Abbeville.

Toerismebureau Saint-Valery-sur-Somme: +33-322-60 93 50.

Le parc Ornithologique du Marquenterre, St-Quentin-en-Tourmont, www.marcanterra.fr, +33-322-25 03 06 (entree: 360 fr., reductie voor leden van ornithologische verenigingen.)

L'Espace Equestre Henson, St-Quentin-en-Tourmont, +33-322-25 03 06, verzameling van de veulens in het laatste weekend van oktober, paardrijden voor beginners en gevorderden: 1220 fr. voor 3 uur.

Tekst en foto's Jo Fransen