Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde
...

Piet Swimberghe / Foto's Jan VerlindeHij is jurist van vorming en was jarenlang actief in de textielhandel. Maar nadat hij dit pand had verworven, begon zijn leven te veranderen. Niet van vandaag op morgen, in het begin was het een langzaam proces. Aanvankelijk knapte Francis Van Damme dit landhuis in het mooie dorpje Wannegem-Lede grotendeels eigenhandig op. "Dat was een gedroomde leerschool", legt hij uit, "na een tijdje weet je hoe alles in elkaar zit. Je krijgt inzicht in technieken en materialen. Met je handen werken is boeiend en ontspannend. Dit was dan ook lange tijd echt een hobby." Op die manier groeide zijn belangstelling voor oude bouwmaterialen. Hij speurde bij brocanteurs in Brussel en Parijs naar oude schouwen, lambriseringen en meubilair, legde een grote voorraad aan van oudheden en begon ook interieurs in te richten van vrienden en kennissen. Na een tijdje realiseerde hij zelfs voor de bekende architect BernardDe Clerck tal van keukens en bibliotheken. Zijn specialiteit zijn houten interieurelementen als muurkasten en lambriseringen die hij zowel in kastelen als moderne flats installeert. Om al dat maatwerk te realiseren trok hij naast zijn woning een prachtig atelier op. In het bedrijf speelt ook zijn zoon François, architect van vorming, een belangrijke rol. Vader en zoon zijn perfect op elkaar ingespeeld, "want François trok reeds als kind mee naar de vlooienmarkt. En nu werkt hij, zoals ik destijds, met zijn handen in het atelier: zo leer je het vak." Ondertussen heeft Francis ook zijn woning eigen verder afgewerkt. Aan de indeling werd niet gesleuteld. Het klassieke grondplan van de pastoriewoning, met een middengang geflankeerd door een dubbel salon, bleef bewaard. "Behalve dan de voorkamer, vroeger een bureautje, die we tot keuken hebben omgevormd. Eigenlijk was dat niet mijn bedoeling. De reden daarvoor is het donkere fornuis, dat ik ooit, lang geleden, samen met François op de puces heb ontdekt. Toen we met dit logge tuig thuiskwamen, vroeg mijn vrouw wat we daarmee in godsnaam zouden aanvangen. We vonden het te mooi om ergens op te stapelen en besloten dan maar om de keuken, die achteraan lag, helemaal voorin te plaatsen. Dat verandert natuurlijk meteen de sfeer van een woning, die daardoor een stuk informeler wordt. De keuken is nu immers direct zichtbaar als je binnenkomt." Het voordeel is anderzijds dat een intensief gebruikte kook- en eetruimte, slechts van elkaar gescheiden door een dubbele deur, voor een gemoedelijke sfeer in huis zorgen. En dat de scheiding tussen voor- en achterhuis nu minder groot is. De werkplek van Francis Van Damme spreekt het meest tot de verbeelding. Helemaal achter de woning, bijna volledig in de tuin, realiseerde hij een soort wintertuin die volgestouwd werd met oudheden en curiosa. De tekentafels staan er tussen hoge wandkasten, vermoedelijk van een oude winkel, gevuld met vakliteratuur, oude reiskoffers, werktuigen en fototoestellen. "Dit is mijn universum, waarin ik 's avonds, tekenend en luisterend naar muziek, tot rust kom en ontwerp. Hier vind je een greep uit al die spullen die ik in de loop der jaren heb vergaard. Vroeger tikte je alles voor een prikje op de kop of vond je het zelfs langs de straat. Er werd zoveel weggegooid. Eerst verzamel je die dingen en daarna gaan ze je ook inspireren."Hoewel Francis zich laat charmeren door heel eenvoudige objecten, zoals een stuk verweerd hout of een kei, houdt hij van een rijk gestoffeerd interieur. "Zoals je die hier en daar nog in Frankrijk ziet", vertelt hij. "Je weet wel, van die interieurs met keukens waarvan de wanden vol hangen met oude schotels en waar eetkamers prachtige lambriseringen hebben. Bij ons ging dat bijna allemaal verloren. Het is boeiend dat we dit hier weer appreciëren en zo aansluiting zoeken bij een traditie die ook bij ons leefde."Zijn interieur is grotendeels de som van veel herinneringen, merkt Francis ook op. Hij erfde zijn passie voor oudheden van zijn moeder, en groeide op in een oud herenhuis vol antiek. "Ook hier roepen veel souvenirs herinneringen op aan vroeger, aan de interieurs die ik als kind zag en die meestal uit het begin van de twintigste eeuw stamden. Ze zagen er nog heel barok uit met vitrines vol porselein en overal schilderijen. Dat beeld blijft me bij en inspireert me. Sommigen die daarin zijn opgegroeid, wijzen die traditie af. Ik heb daar geen last van en ook geen behoefte aan: ik hou van die authenticiteit. Ik heb ook geen behoefte aan trends. Wat ik doe, is gewoon een voortzetting van wat ik gezien heb en ik voel me daar goed bij." Dat merk je ook aan deze woning. Zo ziet de houten lambrisering in de eetkamer eruit alsof ze er altijd is geweest. "Uiteindelijk drukken wij geen stempel op een interieur, we vullen niet zelden gewoon aan wat er ooit was of geweest zou kunnen zijn, zonder grote verbouwingen. En wat er bijkomt, valt nooit te veel op. Velen voelen zich daar heel comfortabel bij", besluit hij.