De Toyota Avensis is niet helemaal een onopvallende verschijning, hij straalt ook een geruststellende soberheid uit en een voortreffelijke Cd van 0.29. Helemaal Toyota dus. Voor de kennismaking namen we de Wagon mee, uitgerust met de tweeliter-viercilinder-turbodiesel, een motor die inmiddels opgewaardeerd werd naar 126 pk, en voorzien van een fraai koppel van 300 Nm. De Wagon is met zijn 4,71 meter zo'n zeven centimeter langer dan de berline, en dat bij eenzelfde wielbasis : de extra lengte zit enkel in de...

De Toyota Avensis is niet helemaal een onopvallende verschijning, hij straalt ook een geruststellende soberheid uit en een voortreffelijke Cd van 0.29. Helemaal Toyota dus. Voor de kennismaking namen we de Wagon mee, uitgerust met de tweeliter-viercilinder-turbodiesel, een motor die inmiddels opgewaardeerd werd naar 126 pk, en voorzien van een fraai koppel van 300 Nm. De Wagon is met zijn 4,71 meter zo'n zeven centimeter langer dan de berline, en dat bij eenzelfde wielbasis : de extra lengte zit enkel in de overhang. Wie logischerwijze een pak meer laadvolume verwacht moeten we teleurstellen. De kofferruimte is op een haar na dezelfde als die van de berline, een doorsnee 520 liter. Met de achterbank neergeklapt, wordt die uitgebreid tot een al wat indrukwekkender 1500 liter. Opvallend veel ruimte is er wel voor de inzittenden achterin, die echt royaal comfortabel meerijden, ook de middelste van de drie. Alleen jammer dat die achterbank niet verschuifbaar is, dat zou de Wagon nog een stuk handiger hebben gemaakt, en het laadvolume uitbreidbaar. Het interieur straalt kwaliteit uit, ondanks het gebruik van kunststof. Het stuur is in twee richtingen verstelbaar en de stoelen bieden uitstekende steun. Het dashboard is sober maar zeer overzichtelijk. Ook buiten ziet de Wagon er aantrekkelijk uit, zonder een hoogvlieger te zijn. Kortom, de Avensis mag zowel binnen als buiten gezien worden. Op de weg vallen in eerste instantie het goede rijcomfort en de voorbeeldige geluidsisolatie op, maar onderweg blinkt de Avensis meteen uit door zijn zeer soepele motor, die aan een manuele zesbak werd gekoppeld. Vanaf 2000 toeren staat het maximale koppel ter beschikking, en dat blijft er, helemaal tot 2800 toeren. Zo'n pak trekkracht maakt het mogelijk om fors op te trekken en toch soepel in de stad te rijden, waar alleen de wat grote draaicirkel de perfectie in de weg staat. Een tweede verrassing wacht enkele dagen later : aan de pomp blijkt dat de zeer ruime en pittige stationwagon, die een top van 200 km/uur haalt, aan 5,6 liter/100 km genoeg heeft (dat is 0,1 liter minder dan het officiële cijfer). Wie deze versie qua dynamiek te braaf vindt, kan voor de potenter 2.2 liter turbodiesel kiezen met zijn Clean Power-versie van 177 pk, die houdt liefst 400 Nm ter beschikking tussen 2000 en 2600 toeren. Over de prijs kunnen we kort zijn : voor de instapversie wordt 24.060 euro gevraagd en dat vinden we echt niet overdreven voor een praktische gezinswagen die alleen gediend zou zijn met een tikje meer moduleerbaarheid.Door Pierre Darge