Piet Swimberghe / Foto's Michel Vaerewijck
...

Piet Swimberghe / Foto's Michel VaerewijckVoor mij eigenlijk niet, in mijn studietijd voelde ik al dat ik niet gemaakt ben om interieurs in te richten, het meubelontwerpen ligt me beter. Maar ik ben ook opgegroeid in het atelier, mijn vader was trappenmaker. Niet alleen het vakmanschap was me vertrouwd, ook het zakendoen, want een bedrijf leiden is net zo belangrijk. Thuis was dus een ideale leerschool. Zelfs toen ik studeerde, besefte ik dat ik ook zakelijk iets meer wilde doen dan ontwerpen. Mijn eindwerk maakte ik over het commerciële aspect van een designbedrijf, een onderwerp waar niemand belangstelling voor toonde, zelfs de leraren hadden er geen oog voor. En toch is dat zo belangrijk, je moet als ontwerper voeling hebben met de markt. Een product is pas geslaagd als de mensen het kopen: dat is juist de uitdaging. Ik vind het zeer spannend te weten dat er aan de andere kant van de wereld mensen ons meubilair gebruiken en daarvan genieten.Na mijn studie werkte ik een tijdlang voor Top Mouton. Daar heb ik natuurlijk veel geleerd. Ik hield me er bezig met de import van designmeubilair. Dat was buitengewoon leerrijk, omdat ik zo contacten legde en inzicht kreeg in het reilen en zeilen van de markt. In 1994 maakte ik mijn eerste tuintafel. De aanleiding lag voor de hand, mijn vrouw zocht wat meubelen voor de tuin, maar we vonden niets wat ons boeide. Ik besloot dan maar zelf een tafel te bouwen in mijn garage. Pas op, dat ging niet vanzelf, want het heeft een tijd geduurd voor de Gargantua op punt stond. Ik denk immers graag over alles diep na, zelfs over de verpakking van een meubel. Die van de Gargantua is trouwens nog altijd dezelfde, wat bewijst dat het concept afgewerkt was. Niet meteen, want daar gaat altijd een periode over voor iets echt verkoopt. Maar ik weet nog goed dat mijn eerste klant een buitenlander was. Ik heb mijn verkoop direct op de export gericht, meteen over de grens gekeken. Maar het succes kwam toch maar later.In 1995 werd ik zelfstandig, dat was een hele stap. Ik had wel een meubel ontworpen waarmee ik de wijde wereld wilde veroveren, maar met één meubel kom je niet ver. Ik besefte dat ik een breder gamma moest ontwikkelen en begreep dat er bij de verkoop en verspreiding echt wel meer komt kijken. Dus maakten we in het begin geen winst. Ik heb toen deze firma in Gijverinkhove overgenomen, in de Westhoek tegen de Frans grens. Hier werden toentertijd alleen aanhangwagens geproduceerd. Ze bestaan uit metalen buizen die gezaagd en gelast worden, technisch gezien staan ze dicht bij tuinmeubilair. Die aanhangwagens bleven we maken, en zo nu en dan een Gargantua. De productielijn van de aanhangwagens was niet winstgevend, integendeel, maar zorgde voor veel werk.Niet direct, want we maakten nog een omweg. Naast de aanhangwagens gingen we ons toeleggen op de verwerking van inox voor onder meer keukens en trappen. Iets waar weinig ateliers mee bezig waren. Dat had twee voordelen, we konden er geld mee verdienen en leerden bij. Dat was een hele inspanning, want daarvoor moest ik op zaterdag naar Oostende om een cursus lassen en plooien te volgen.Juist, ik ben het atelierwerk nooit uit de weg gegaan. Op de werkvloer leer je problemen op te lossen. Je kunt er goed inschatten hoe iets moet worden vervaardigd en je leert ook de materialen kennen. Veel ontwerpers kampen met problemen omdat ze een omgekeerde weg volgen, eerst ontwerpen en pas daarna kijken hoe het kan worden geproduceerd.In het begin waren de tuinmeubelen inderdaad maar een nevenproduct, maar dat was niet mijn bedoeling. Dus besloot ik in 1997 om de productie van aanhangwagens stil te leggen. Heel bruusk zelfs, van de ene dag op de andere. Ik kan je verzekeren dat zo'n beslissing een schok teweegbracht in het bedrijf, de mensen waren zo vertrouwd met dat product. Bovendien deden ze dat ook graag en begrepen ze wellicht niet waarom we zoveel tijd wilden uittrekken voor de verkoop en de promotie van het tuinmeubilair. Want folders samenstellen en exposeren op beurzen slokt veel tijd op. Ook het zoeken van geschikte verkooppunten vergt tijd, terwijl die aanhangwagens zo verkochten, zonder extra moeite. Maar bij de verkoop van design speelt de communicatie een grote rol.Na de aanhangwagens waren de keukens aan de beurt. Maar in dat inoxatelier heb ik wel het startkapitaal verzameld voor de productie van tuinmeubelen. De start was moeilijk, kijk maar naar de cijfers, tot halfweg 1998 draaiden we met verlies, pas daarna kwam er beterschap. Dat was ook het jaar van de grote investeringen.Voor die lijn deden we een beroep op de Nederlandse ontwerper Arnold Merckx die zijn sporen had verdiend bij onder andere Pastoe, Arco en Interlübke. Van de lijn Ex Tempore die hij in 1998 voor ons ontwierp, hebben we de prototypes nog in hetzelfde jaar voorgesteld op Interieur in Kortrijk. Tegen begin '99 waren de meubelen productierijp. De creatie van die lijn vergde maanden denkwerk. Ik hecht immers veel belang aan de voorbereiding. Dat heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat het hele gamma van Ex Tempore gebaseerd is op een en hetzelfde metalen profiel. Ook de aluminium hoekstukken zijn telkens weer dezelfde, ze kunnen zowel voor een tafel, bank als stoel worden gebruikt. Daardoor kunnen we de meubelen heel vlot assembleren en hoeven we geen grote stock aan te leggen. Wat dan weer een korte leveringstijd verzekert. Dat is voor tuinmeubilair zeer belangrijk. Wie in maart koopt, wil zijn meubelen als de zon schijnt en niet tegen het eind van de herfst. Zes maanden is voor klassieke designproducten uit de interieurbranche vrij courant. In tegenstelling tot huismeubilair staan tuinmeubelen bloot aan weer en wind. Doordat we overal verkopen, van hier tot in Australië en Japan, moet het meubilair zeer uiteenlopende soorten klimaat kunnen trotseren. Vooral kustgebieden hebben een agressief weertype. De hitte en vooral het zout vreten het materiaal aan. Zelfs het beste inox kan roesten. Dat metaal is niet roestvrij zoals doorgaans wordt beweerd, het is roestvast. Vooral de lasnaden zijn gevoelige plaatsen, want daar komt het eerste roest aan het licht. Dus komt er bij de productie inderdaad aardig wat onderzoek kijken.Nee, want dan worden we voor velen een concurrent. Vergeet niet dat onze stukken vooral verkocht worden in designwinkels en maar zelden door specifieke zaken van tuinmeubilair. Nu worden we opgenomen in het interieurcircuit, omdat we er geen concurrenten hebben. Trouwens, meubelen maken voor interieur en exterieur zijn twee verschillende activiteiten. Wij zijn bijvoorbeeld zeer seizoengebonden, wat een probleem is voor grote fabrikanten. Doordat de zomer ons hoogseizoen is, hebben we een kalm winterseizoen. Bovendien moet alles in het voorjaar snel worden geleverd. Vanaf maart en april begint het.Zeker, maar niet te snel. Als je even nagaat dat we pas in '98 goed en wel zijn gestart, dat is toch amper enkele jaren geleden. Ik hoef ook niet elk seizoen iets nieuws. Laat alles maar groeien. Daarom steken we niet al onze energie in het ontwikkelen van nieuwe producten. Veel aandacht gaat naar de vlotte leveringen, de nazorg en het zoeken van geschikte agenten in het buitenland. We verkopen trouwens zelf niet direct aan de particulier, precies om onze agenten geen concurrentie aan te doen. Ontwerpen is één bezigheid, maar de markt verkennen, de communicatie en de verdelingen verbeteren, dat zijn stuk voor stuk even belangrijke taken.Maar om terug te keren op je vraag: we zijn wel bezig met nieuwigheden, zowel met eigen ontwerpers als met externe medewerkers. Het valt trouwens op dat er nooit een Belg, behalve Casimir, een vriend van me, ons een voorstel heeft gedaan. Ik wil nog geen namen noemen, maar we hebben wel plannen met een paar grote namen uit Italië en Zwitserland... "Lasnaden zijn gevoelige plaatsen, daar komt het eerste roest aan het licht. Tuinmeubilair vraagt aardig wat onderzoek."