Het is acht uur 's morgens en de hond en de kat hebben al postgevat aan de voordeur. "Jullie gaan dit niet leuk vinden jongens", waarschuw ik hen en ik doe de deur open. Op de dorpel ligt de sneeuw al opgehoopt tot kathoogte. Een felle wind blaast fijne striemende vlokken binnen. "Wat zal het worden?" vraag ik. De hond zet aarzelend zijn voorpoten in de sneeuw, snuffelt even, haalt ook zijn achterpoten buiten en gaat dan besluiteloos zitten. Ik doe de voordeur dicht en volg de kat die op weg is naar de achterdeur in de hoop dat daar de zon zal schijnen. Dat is niet het geval, maar toch wil ze wel buiten.
...

Het is acht uur 's morgens en de hond en de kat hebben al postgevat aan de voordeur. "Jullie gaan dit niet leuk vinden jongens", waarschuw ik hen en ik doe de deur open. Op de dorpel ligt de sneeuw al opgehoopt tot kathoogte. Een felle wind blaast fijne striemende vlokken binnen. "Wat zal het worden?" vraag ik. De hond zet aarzelend zijn voorpoten in de sneeuw, snuffelt even, haalt ook zijn achterpoten buiten en gaat dan besluiteloos zitten. Ik doe de voordeur dicht en volg de kat die op weg is naar de achterdeur in de hoop dat daar de zon zal schijnen. Dat is niet het geval, maar toch wil ze wel buiten.Ik heb nog maar net de deur dichtgetrokken of daar blaft de hond al. Het is zijn korte, gebiedende vrouw-laat-me-binnen-blaf. Zijn snoet, rug en poten zitten onder de sneeuw. Hij komt binnen en blijft kwispelstaartend op de mat staan. "Droog me af", wil dat zeggen. Ik neem de oude badhanddoek die voor dit doel in de kast naast de voordeur hangt. Terwijl heer hond kreunend geniet van zijn massage begint de kat beschuldigend te miauwen. Ik laat haar ook terug binnen. Hooghartig wandelt ze door de keuken, een spoor van natte pootafdrukken achterlatend. Eind december lagen we nog in T-shirt in Central Park te zonnen. Elke dag had men het op het nieuws over global warming. Zou het nooit meer sneeuwen in New York? Dan, later en harder dan de laatste jaren, kneep de winter ons toch plots in de wangen. Vorige week daalde het kwik tot min twintig graden. Dan viel er een beetje plagerige poedersuiker. Het begon weer wat op te warmen en dan ineens, vanmorgen, dit! "Het spijt ons", zeggen de weervoorspellers. "Ondanks onze supercomputers, radarsystemen en satellietkaarten hebben we deze sneeuwstorm niet zien aankomen. Hij was op weg naar de Atlantische Oceaan en is ineens van richting veranderd." Zoals gewoonlijk als het hard sneeuwt, raden ze aan om binnen te blijven als we niet echt buiten hoeven. Zoals altijd sla ik hun raad in de wind. Als het sneeuwt, moet ik buiten. Tegen negen uur grijp ik, warm ingeduffeld, de leiband van de hond. Het beest is zijn enthousiaste zelve. Dat het guur is daarbuiten is hij al vergeten. De wind waait dikke wolken sneeuw over straat. Er ligt al een laag van vijftien centimeter en het zal blijven sneeuwen tot vannacht. Mijn buur Woody is al volop in de weer met zijn sneeuwschop ( snow shovel, maar ik ben altijd geneigd om show snovel te zeggen). "I hate this stuff", sakkert hij. Terug thuis luister ik naar het verkeersbericht. De zaak zit strop aan alle bruggen en tunnels naar Manhattan, maar de subway en veerdiensten hebben geen vertraging. Stipt op tijd kom ik op mijn afspraak. Daarna sneeuwt het nog steeds. De lijst van dingen die ik nog moet doen is lang, maar Central Park wenkt op nog geen vijf minuten van hier. Eerst nog een kopje hete chocolademelk en ik ben gewapend voor een wandelingetje door onze stadsbuiten. Aan de rand van het park poseert een gezin Argentijnse toeristen voor een standbeeld van een ruiter te paard. Ik ril als ik de moeder in haar nylonkousen en open muiltjes in een hoop sneeuw zie staan. Ongelooflijk toch wat sommige mensen in dit weer dragen: hoge hakken, sportschoenen die al snel doorweekt zijn... Slimme wandelaars hebben ouderwetse, rubberen overschoenen aan of dragen stevige, hoge schoenen of laarzen. In het park kraaien kinderen van de pret en volwassenen doen mee. Ze maken sneeuwmannen, bekogelen elkaar met sneeuwballen en gebruiken elke helling om met hun slee naar beneden te zoeven. De bovenkant van elk standbeeld, elke rots, elke tak is met een laag sneeuw bedekt. De rest ervan staat glimmend zwart afgetekend in het witte landschap. Terug op Fifth Avenue is het opletten voor de mannen met sneeuwschoppen en minisneeuwruimers die de voetpaden met perfectie klaren. De stad is weer veel te kwistig met zout. Als ik straks thuiskom, zal ook mijn straat er gul mee zijn bestrooid. Niet alleen het wegdek. Fanatici zoals buur Woody smijten het over het voetpad alsof ze koren zaaien. Het doet de honden hinken van de pijn. Iedereen hier heeft zo zijn eigen methode om sneeuw te ruimen. Sommigen graven een wegeltje voor hun huis, de ene al wat rechter dan de andere, anderen kunnen geen centimetertje sneeuw op hun voetpad verdragen. Nog anderen laten de boel vrolijk accumuleren tot de zon, desnoods pas in de lente, het werk in hun plaats doet. De meest radicale aanpak is die van buurman Richie. Die neemt een bus benzine, giet ze leeg over de trap die van zijn voordeur naar de straat leidt, gooit er een lucifer op en voilà: neige flambée à la New Yorkaise. Jacqueline Goossens vanuit New York