De centrale vraag blijft of het publiek op een 3-liter-auto zit te wachten. Als zo'n soort wagen waarvan elke constructeur in het verleden wel een exemplaar heeft getoond niet in de showroom staat, dan is daar fundamenteel maar één verklaring voor : er valt niet voldoende geld mee te verdienen omdat er geen voldoende publieke belangstelling voor is. Of dacht men bij Greenpeace echt dat een constructeur de kans zou laten liggen om een superzuinige auto op de markt te brengen als hij daar brood in zag ?
...

De centrale vraag blijft of het publiek op een 3-liter-auto zit te wachten. Als zo'n soort wagen waarvan elke constructeur in het verleden wel een exemplaar heeft getoond niet in de showroom staat, dan is daar fundamenteel maar één verklaring voor : er valt niet voldoende geld mee te verdienen omdat er geen voldoende publieke belangstelling voor is. Of dacht men bij Greenpeace echt dat een constructeur de kans zou laten liggen om een superzuinige auto op de markt te brengen als hij daar brood in zag ? Toch is het Smile-project niet zonder verdienste : het heeft de aandacht weten te vestigen op het feit dat met relatief eenvoudige ingrepen auto's een stuk lichter kunnen worden terwijl ook de Zwitserse motor interessante prospecties biedt. Maar die inspanning wordt doorkruist door de publieke smaak die momenteel opteert voor een compacte, goed uitgeruste auto met een tikkeltje luxe, en met veel meer pit dan nodig is in het verkeer, of toegelaten door de wet. Die smaak zorgt voor ettelijke extra kilo's die wegen op het verbruik. Eigenlijk voert de hele discussie ons terug naar de TPV (très petite voiture), een project van Citroën dat in de jaren dertig werd uitgewerkt en waaruit uiteindelijk de 2 pk is voortgekomen. Nu dromen we al jaren van de terugkeer van een zeer eenvoudige, speelse auto, alleen gelooft de autoindustrie daar niet zo in. En de verwende consument die een energie opslorpende airconditioning al normaal begint te vinden, lijkt niet meteen bereid een stap terug te zetten omwille van de ecologie. Daarom nemen we onze hoed af voor meneer Hayek, de man achter de Swatch-horloge. Hayek heeft de moed gehad om door te denken op zijn eigen visie over de auto van de toekomst, en vooral : om het gigantische risico te nemen en zo'n auto zelf te gaan bouwen. Samen met Mercedes zette hij de structuur op die volgend jaar in Frankrijk de Smart gaat bouwen, een superkorte tweezitter die misschien het verkeerslandschap gaat wijzigen. En Mercedes bouwt kort daarna zijn A-serie, een zeer compacte vierzitter met de motor onder de vloer, de binnenruimte en het comfort van een grote auto waarvan nu al duidelijk gesteld is dat hij niet goedkoop wordt. ?Wij geloven dat het ecologisch bewustzijn van jongelui in Duitsland sterk genoeg is om ook die handicap te nemen?, zegt men bij Mercedes. Ook Opel blijft niet achterwege en bouwt heel binnenkort een driecilinder die 3,9 liter/100 km zou kunnen verbruiken. Het verschil tussen Greenpeace en de autoconstructeurs is m.a.w. dat de eersten geen enkel risico lopen met hun voorstel en de laatsten gedoemd zijn door gedurfde ontwerpen eventueel het bestaan van hun eigen bedrijf in gevaar te brengen. En daarmee het bestaan van honderdduizenden arbeidsplaatsen. PIERRE DARGE