Ik vond beide oudheden op de zolder van mijn grootouders, vermoedelijk zijn ze stokoud, graag uw oordeel.
...

Ik vond beide oudheden op de zolder van mijn grootouders, vermoedelijk zijn ze stokoud, graag uw oordeel.Het waren vrij waardevolle objecten die jammer genoeg zware slijtagesporen dragen. Het vuursteenpistool stamt uit het begin van de vorige eeuw en heeft een ouderwets ontstekingsmechanisme, dat gebruikt werd vanaf het einde van de zestiende eeuw tot omstreeks 1850. Trok je aan de hendel, dan sloeg het vuursteentje (gekneld in het bovenste hengsel) naar beneden tegen een stuk ijzer. De vonk deed het kruit ontbranden, waardoor de kogel werd afgevuurd. Dit systeem had een groot nadeel: er ging een fractie van een seconde verloren tussen vonk en schot, waardoor het wild toch nog de kans kreeg te ontsnappen. Begin vorige eeuw bedacht de Schotse dominee Forsyth een oplossing door het silex (vuursteen) te vervangen door een geweerhaan gevuld met wat knalpoeder. Door de haan neer te slaan, ontvlamde dit poeder dat de hoofdlading ontstak. Maar ook dit percussieslot had een groot nadeel, want het knalpoeder was licht ontvlambaar, met alle gevolgen/ongevallen vandien. Midden negentiende eeuw werd uiteindelijk een nieuw type revolver ontwikkeld met metalen eenheidspatronen, die zowel de ontsteker, het kruit, als de kogel bevatten. Bovendien werd van toen af aan gebruikgemaakt van het achterlaadsysteem. Het pistool op de foto werd nog vooraan geladen: eerst werd kruit in de loop gestampt en vervolgens werd daar de kogel ingedrukt - een omslachtig proces waarbij heel wat tijd verloren ging. Dit pistool is onvolledig, want een deel van het haantje met silex ontbreekt. Daarom schatten we de waarde niet hoger dan 6000 fr. Intact ligt de waarde dubbel zo hoog. Dit Engelse zakhorloge is een stuk ouder en dateert van rond 1750. Zo'n dik model wordt een ajuin, knol of raap genoemd. Het is een prachtig toestelletje dat wordt opgewonden met een sleuteltje. Sleutel en horloge werden gedragen aan een chatelaine, een zilveren ketting. Het horloge is ook binnenin mooi afgewerkt: de achterplatine is rijkelijk gegraveerd. Spijtig genoeg vonden we de naam van de maker niet terug in de vakliteratuur. Deze ajuin verkeert in een erbarmelijke staat: er zitten gaatjes in de kast en vermoedelijk werd de wijzerplaat in de vorige eeuw vervangen. Dat doet afbreuk aan de waarde. Intact zou het horloge zo'n 25.000 tot 30.000 fr. waard zijn; in deze staat ligt die waarde een stuk lager (omwille van de hoge herstellingskosten). Piet Swimberghe