De Sint-Katelijnevest is niet de aantrekkelijkste straat van Antwerpen. En toch heeft ze haar gloriejaren gekend. Op het einde van de zestiende eeuw bijvoorbeeld, toen velen naar het noorden vluchtten, maar de welgestelden die achterbleven er grote huizen bouwden. Of na de opening van de Schelde in 1865, toen de straat zowat dé handelsstraat van de stad was, en op het nummer 23 rond 1880 een chique viswinkel een onderkomen vond, met achterin een haringrokerij. Alleen bleef de glorie niet duren, na de Eerste Wer...

De Sint-Katelijnevest is niet de aantrekkelijkste straat van Antwerpen. En toch heeft ze haar gloriejaren gekend. Op het einde van de zestiende eeuw bijvoorbeeld, toen velen naar het noorden vluchtten, maar de welgestelden die achterbleven er grote huizen bouwden. Of na de opening van de Schelde in 1865, toen de straat zowat dé handelsstraat van de stad was, en op het nummer 23 rond 1880 een chique viswinkel een onderkomen vond, met achterin een haringrokerij. Alleen bleef de glorie niet duren, na de Eerste Wereldoorlog kwamen er kantoorgebouwen, en winkels die op de benedenverdieping schrijfmachines verkochten terwijl de etages stonden te verkommeren. Walter Wuyts is niet alleen dol op sleetse monumenten, hij is ook makelaar in bijzondere panden en kent daardoor de mooiste plekjes. En hij zingt klassiek, bij voorkeur Schubert. Na vele jaren in een oude watermolen in Landen, keerde hij naar zijn geboortestad terug en kocht er het pand waar we vandaag overnachten. "Niemand wilde het, de etages hadden zestig jaar leeggestaan, maar onder de vele lagen ontdekte ik de oorspronkelijke muren en materialen. En omdat mijn vader aannemer was, zag ik de mogelijkheden." De Gulden Baers is een verrukkelijk adres, al zal niet iedereen zich thuis voelen in de sleetse sfeer van toen. De entree zet al meteen de toon : via een open ruimte met antieke meubels, een vleugelpiano en beelden van dierenkunstenaar Michael Bracke, komen we in het achterhuis, waar we, omringd door houten vloeren, klassieke schouwen en oude schilderijen, volop genieten. En waar 's anderendaags het ontbijt in een Old Willowservies wordt opgediend. We nemen onze intrek in de Franse kamer op de eerste verdieping, aan de voorzijde, waar we 's morgens gewekt worden door de voorbijrijdende tram. Een krakende plankenvloer, antieke stoelen, een oud tafeltje, een grote spiegel en een prachtig zeventiende-eeuws portret dat nog door Sir Geoffrey Kneller werd geborsteld, ontwaken met ons. Boven het uitstekende bed hangt een modern werk van Jan Dewachter. Een oud schouwtje dat in zijn glorie werd hersteld, maar ook een flatscreen en een kleine badkamer met ligbad vervolledigen het tableau. We genieten van de sfeer, vinden bij het ontbijt de gastheer met voorschoot die over de aard van het zingen spreekt ("Zingen vraagt openheid van wezen"), over de Beeldenstorm, zijn liefde voor Antwerpen en voor oude huizen. We eten croissants, broodjes met kaas of ham en proeven van de confituren. En kijken naar de houts-kooltekening van Patrick Villas. Meer moet dat niet zijn. Door Pierre Darge / Foto's PPI