Januari is te vroeg voor stijlbreuken. Revoluties dijen niet in de winter. Tijdens de meubelbeurzen van Keulen (Internationale Möbelmesse) en Parijs (Salon du Meuble en Maison & Objet) worden de trends van vorig jaar in Milaan geconfirmeerd en gekalibreerd, gesponnen en gerekt.
...

Januari is te vroeg voor stijlbreuken. Revoluties dijen niet in de winter. Tijdens de meubelbeurzen van Keulen (Internationale Möbelmesse) en Parijs (Salon du Meuble en Maison & Objet) worden de trends van vorig jaar in Milaan geconfirmeerd en gekalibreerd, gesponnen en gerekt. Slecht nieuws : barok blijft dominant. Kitsch heerst als nooit tevoren. De meubelsector blijft gegijzeld door een generatie decorateurs zonder maat. De meest gebruikte kleuren van 2007 zijn wanstaltig : erwtensoep, aubergine en pompoen (in minder verbloemde taal : braaksel en diarree). Rechte hoeken worden gediscrimineerd. Afgerond is wel en goed. Schuin mag ook. De gefaceteerde, van de diamantindustrie afgekeken vormen die enkele jaren geleden nog avant-garde waren, zijn nu mainstream. De designers van het moment waren dat vorig jaar ook al. Konstantin Grcic is niet één maar twee keer designer van het jaar, een keer in Duitsland (waar hij een multimediale theaterperformance brengt in het gezelschap van de geest van Achille Castiglioni) en een keer in Frankrijk (waar zijn tentoonstelling op Maison & Objet tegelijk dient als eindeloze tafel van een zelfbedieningsrestaurant). Ook Patricia Urquiola heeft twee keer prijs. In Keulen is ze eregast van de designmanifestatie Stylepark (haar bijdrage : een soort monorail waaraan onderdelen van haar meubels hangen). Op het volledig heruitgevonden Salon du Meuble krijgt ze een Nombre d'Or, de prijs voor het beste meubel : de Log, een inderdaad zeer geslaagde stoel voor Artelano. Fel opgemerkt in Parijs : de ontwerpster Inga Sempe, met een eigen huisje op de stand van de designdenktank VIA en een aantal grote stukken bij de Franse gigant Ligne Roset. In Keulen zien we een opvallende hang naar geborgenheid, naar meubilair met een ziel. Chic is thans informeel, casual. Banken blijven oversized, maar worden bekleed met leder dat gepatineerd en ingeleefd lijkt. De kussens zijn zacht eerder dan hard, alsof ze al jaren gebruikt worden. De inspiratie is duidelijk : jeansbroeken. En de boodschap : voel je in je zetel net zo goed als in je favoriete jeans. Vintage refereert niet langer uitsluitend naar oud meubilair, maar ook naar meubilair met een ziel, hoe vals ook. Cassina illustreert de trend met zijn beroemde zetels van Le Corbusier. Die werden in het verleden doorgaans met staalharde, gitzwarte kussens gepresenteerd. Dit jaar zijn ze enigszins ingedeukt, en bruin. Ze lijken warmer, authentieker. Nieuw, maar met een bijna even groot knuffelgehalte : de bank Callas van Roderick Vos voor Label. Ook B&B Italia presenteert een ambitieus nieuw product in bruin leder : de Luis, een laag-bij-de-vloers, min of meer losjes zitsysteem van Antonio Citterio. Nog meer jeans : B&B Italia recycleert de van 1972 daterende LeBambole met een omhulsel van donker denim. En jeans dient als inspiratie bij Plank, dat het populaire Miurakrukje van Konstantin Grcic nu levert met kunstig aangebrachte verfspatten (ter herinnering : Helmut Lang werd destijds razend populair toen hij als eerste bevlekte jeans verkocht). Misschien krijgen we straks in Milaan luxemeubilair te zien met gaten en scheuren. Vraagje : kunnen we onze meubels personaliseren zoals jeans ? Misschien wel. De sterkste installatie van het seizoen is een gigantisch boekenrek van Werner Aisslinger. Het rek is gemaakt van oude prentjesboeken en wordt rechtgehouden met door de designer ontworpen schroeven (hij zoekt nog een fabrikant). Je zorgt zelf voor de boeken en dus is elk rek anders. Een zeer hedendaagse melange van tweedehands en spitstechnologie. Verwant recyclagedesign komt van de in Brussel gevestigde Christiane Högner, met name een schitterende ladenkast met groentekratten. Moet design nostalgisch zijn of vooruitstrevend ? Het beste design, zoals het rek van Aisslinger, heeft wellicht iets van beide. Sommige fabrikanten trekken de technologische kaart. Met wisselend succes. Regisseur Jacques Tati bewees in de jaren vijftig al dat vooruitgang fundamenteel hilarisch is. In een hal van het Salon du Meuble is de futuristische Villa Arpel uit Mon Oncle nagebouwd. Als waarschuwing of als voorbeeld ? Technologie dient doorgaans om een voorwerp gebruiksvriendelijker te maken. Het Zwitserse De Sede, gespecialiseerd in gedegen, peperdure banken, heeft een bank waarin een soort treinspoor is gegraven : de DS-165 van Hugo De Ruiter. Met behulp van zeer sterk ontwikkelde biceps kunnen over dat lusvormig parcours rugstukken worden verschoven. Waardoor de bank zonder sjouwen toch averechts kan worden gebruikt. Nieuwe zitsituaties creëren, heet zoiets. Ook vernieuwend is de kleerkast met ingebouwd luchtverversingssysteem van Interlübke of het tafelblad met vingerafdrukwerende lak van Arik Levy voor Richard Lampert, een klein Duits merk. Bescheiden, maar praktische spitsvondigheidjes. Olivier Sidet, van Radi Designers, toont bij ToolsGalerie in Parijs zijn Supercheries, zoals een spiegel waarin de kijker zichzelf niet ziet. Wellicht krijgen we binnenkort kruimelverslindende tafels en cameleonfauteuils met veranderende kleuren. Af en toe is de technologie hoofdzakelijk formeel. Dan zie je meubels die zonder computerprogramma nooit hadden kunnen bestaan. Goed voorbeeld : alles van Zaha Hadid, of, op een meer bescheiden prijsniveau, de Lava, een bank van Studio Vertijet voor COR. Hadid stelt dit voorjaar geen nieuw werk voor, maar mocht in Keulen wel een modelwoning bouwen met een verbluffende keuze uit haar meubilair, onder meer voor Established & Son en Sawaya & Moroni. Hadids ongewone vormen (half ijsschots, half scheefgetrokken diamant) zijn duidelijk van nu en nostalgie is haar vreemd. Ze is ongetwijfeld de belangrijkste designer van het moment. Toch past haar werk in een zekere traditie. Om de hoek van haar modelwoning struikelen we bijna over het Correalistisches Instrument van de visionaire Weense architect Friedrich Kiesler. Dat multifunctioneel meubel uit 1942 is terug verkrijgbaar van fabrikant Wittman. Het blijkt een soort voorafspiegeling van Hadids vormentaal. In design is de grens tussen nostalgie en vooruitstrevendheid niet altijd even duidelijk.Door Jesse Brouns