'Hallo, kent u mij nog ?' De meest gevreesde vraag voor iedereen die ooit in het onderwijs stond. Overigens volkomen terecht die uitdrukking : op een ministerie zit je, in het onderwijs stá je. Twaalf jaar in mijn geval, dan zie je een hoop jong grut passeren. De meesten verdwijnen al dan niet met diploma geruisloos in het decor, anderen staan jaren later ineens voor je neus. Op de meest onverwachte plekken dan nog. De Kalmthoutse heide. De parking van een Raststätte langs een Duitse autosnelweg. Naast je ziekenhuisbed, thermometer in aanslag. In de sau...

'Hallo, kent u mij nog ?' De meest gevreesde vraag voor iedereen die ooit in het onderwijs stond. Overigens volkomen terecht die uitdrukking : op een ministerie zit je, in het onderwijs stá je. Twaalf jaar in mijn geval, dan zie je een hoop jong grut passeren. De meesten verdwijnen al dan niet met diploma geruisloos in het decor, anderen staan jaren later ineens voor je neus. Op de meest onverwachte plekken dan nog. De Kalmthoutse heide. De parking van een Raststätte langs een Duitse autosnelweg. Naast je ziekenhuisbed, thermometer in aanslag. In de sauna godbetert. Ja, dat was even schrikken, voor beide partijen. Of er wuift er eentje vanachter het stuur van een politiecombi. De Van Horenbeeck verdorie, ooit het grootste crapuul van de klas. Aan de manier waarop ze me aanspreken, kan ik ze tamelijk accuraat in het verleden situeren. 'Dag Linda' betekent dat ze mij in mijn pedagogische puberteit hebben meegemaakt. De sympathieke progressieve leerkracht, weet je wel. Ronduit gênant, maar ach wat, de meesten willen nog met me praten, zo erg was het dus ook weer niet. Dat ik nog geen haar veranderd ben, jokken ze. Jaja, 't is al goed. De tijd, is er iets anders ? De mooie jongen van de klas, kalend en pappig geworden. De droomster met artistieke ambities gevloerd door een mislukt huwelijk en een ziekelijk kind. Maar soms is de tiener van weleer nog zeer aanwezig. De zenuwpees die altijd aan 'r haar zat te frunniken. Doet ze waarschijnlijk nog. Dat eigenwijze kind dat bij elke discussie het hoge woord voerde. En dat nu net als ik op het begin van de vertoning van Eastern Promises staat te wachten. Mijn God, hoe heet ze ook alweer ? 'Inge, is het niet ?' Ze ziet eruit als een Inge. Vergis ik me, of is er een lichte aarzeling ? 'Jaja, ik zat met Oliver in de klas.' Een jongen voor wie ik destijds nogal een boon had, zou ze dat geweten hebben ? Allemaal willen we herinnerd worden. Waarom anders stapte ik onlangs op een nieuwjaarsreceptie op mijn oude lerares biologie af ? Een kwieke dame van tegen de zeventig intussen, biolleke voor vele generaties lyceumstudenten. 'Kent u mij nog ?' Haar glimlach kreeg iets vermoeids. Weer één, zag ik haar denken. Trouwens, waarom zou ze zich mij na meer dan dertig jaar nog herinneren, ik was niet eens goed in wetenschappen. En toch voelde ik een steek van teleurstelling toen ze haar hoofd schudde. Het moet de chardonnay geweest zijn, want ik drong aan, tegen beter weten in. Dat ik met Brigit en Daisy in de klas zat, die moest ze toch nog kennen ? De vrouw haalde haar schouders op, al te lang met pensioen om nog te moeten huichelen. Lichtjes verongelijkt droop ik af. En dan, tussen de pinda's en het verrassingsbrood, ging het ineens door me heen : die Inge van in de cinema, dat was geen Inge, maar een Karen. Ach ja, geluk is een goede gezondheid en een slecht geheugen, zullen we maar denken. Linda Asselbergs