Een inboorlinge van Knokke vraagt zich in de krant af waarom haar burgemeester, de onvolprezen monsieur Pol, de behoefte zou voelen te sjoemelen. "Dat heeft hij toch helemaal niet nodig", merkt ze scherpzinnig op. "Hij is zo al welgesteld genoeg." Het is een mooie gedachte, dat puissant rijke mensen een verzadiging zouden kennen die hen voor omkoperij en corruptie behoedt. Zoals wel vaker rukt de volksmond ons wreed uit die droom. "Den duvel zijne zak is nooit vol", zegt mijn grootmoeder, als ze naar de statige panden van de Compagnie Het Zoute zit te kijken.
...

Een inboorlinge van Knokke vraagt zich in de krant af waarom haar burgemeester, de onvolprezen monsieur Pol, de behoefte zou voelen te sjoemelen. "Dat heeft hij toch helemaal niet nodig", merkt ze scherpzinnig op. "Hij is zo al welgesteld genoeg." Het is een mooie gedachte, dat puissant rijke mensen een verzadiging zouden kennen die hen voor omkoperij en corruptie behoedt. Zoals wel vaker rukt de volksmond ons wreed uit die droom. "Den duvel zijne zak is nooit vol", zegt mijn grootmoeder, als ze naar de statige panden van de Compagnie Het Zoute zit te kijken. Gesjoemel of niet, op dit moment kan ik mij daar niet lastig in maken. Ik ben op zoek naar een woord, meer bepaald naar het correcte Nederlandse woord voor wat in mijn dialect een sloaperke wordt genoemd. U kent het vast, u hebt het zeker ook al wel eens met een pink weggepulkt : zo'n korrelig dingetje dat zich bij voorkeur in uw binnenste ooghoeken verschuilt, daar waar dat rare rode kussentje zit. Het is zo'n verwaarloosd deel van de menselijke afvalstoffen dat het zelfs door het woordenboek stiefmoederlijk behandeld wordt. Slapers staat weliswaar in Van Dale, maar de oude heer vermeldt daarbij denigrerend dat dat "gewestelijk" is. Slaapbeestje staat er ook in, al doet mij dat eerder aan een warm mollig meisje denken, bij wie het lekker slapen is. "Kindertaal", zegt Van Dale nukkig. Alsof volwassenen nooit slapers in de ogen zouden hebben. Integendeel, maak ik mij sterk. Hoeveel kilo slaapbeesten zou de verzamelde wereldbevolking elke dag wel niet afscheiden ? Ik mag er niet aan denken, die productie verzameld in emmers of troggen te zien. "Alles waaraan je kunt dénken", hoorde ik iemand zeggen, "wordt op deze wereld ook daadwerkelijk gedaan." Ik vond de gedachte tegelijk griezelig en opwindend. Toen ik mijn verbeelding erop losliet, bleek echter al vlug dat de boutade niet klopte. Minstens tien dingen kan ik verzinnen die zeker nergens en door niemand worden gedaan. Zo geloof ik niet dat er op deze planeet iemand rondloopt die slapertjes verzamelt, al moet dat technisch perfect mogelijk zijn. Ik kan het mij zelfs levendig voorstellen. Een kistje van ebbenhout, met in kostbare zilveren letters de verstrengelde initialen M.M. Binnenin een bedje van rood fluweel. Daarop liggen twee prachtige slapers. Door Marilyn Monroe uit haar ooghoeken gewreven op een zonnige ochtend in 1955, toen ze de opnames van The Seven Year Itch achter de rug had en nog jong was en zeer mooi. Het is iets dat ik best wel zou willen bezitten, alsmede slapers van Einstein en Lenin, van Anissa Temsamani en - in subsidiaire orde - van Karel De Gucht. De slaapbeesten die Hitler zich uit de ogen wreef op de ochtend van de landing in Normandië. Met Marilyn moet je, evenals met Hitler, tegenwoordig wel uitkijken. Toen ik onlangs een frisse meid met haar gelijkenis met de rondborstige actrice wou complimenteren, was die in haar gat gebeten. Blijkbaar vinden de frisse meiden van tegenwoordig het sekssymbool van onze grootvaders dik. Zo is er niets dat heilig is en niet verandert. De Franse 'r' - zoals gehoord bij Birgit van Mol en Frank Vanderlinden - is volgens de media bijvoorbeeld ongemeen hip. Moeilijk te geloven voor iemand als ik, bij wie diezelfde 'r' er tijdens dictielessen nog met gloeiende poken uitgebrand werd. Het zijn van die evoluties die je wereldbeeld doen verzakken. Hoe zou het met al die andere dingen zitten, vraag ik mij dan af, die ik ooit heb geleerd en voetstoots voor waar aangenomen ? Kun je het bijvoorbeeld nog maken om jezelf in een opsomming als laatste te noemen : "Mijn vrouw, mijn buurman en ik" ? Of is dat tegenwoordig even passé als 'U' met een hoofdletter schrijven ? Misschien is het in plaats daarvan wel heel sexy geworden tijdens het autorijden niet meer te pinken. Er moet toch een reden zijn waarom zoveel mensen het steeds vaker vertikken. Af en toe houdt er gelukkig ook nog iets onverhoopt stand. Slaapbeesten, bijvoorbeeld, en kroonkurkjes. Of de gewoonte van motorrijders om een vriendschappelijke vinger te heffen als ze elkaar kruisen. Ik heb dat altijd nogal cool gevonden, hoewel het vermoeiend geworden moet zijn op zonnige dagen, als het op des Heren wegen wemelt van de naked bikes en choppers. reacties : jp.mulders@skynet.be jean-paul mulders