Woensdag is het en ik loop door een ijskoude stad, mij bewust van de raarheid van het woord woensdag. De dag dat er gewoenst wordt. Jaren gebruik je het, zonder erbij stil te staan, en opeens zeg je het honderd keer na elkaar, tot het geen woensdag meer is maar dagwoens wordt, op zich niet eens zoveel eigenaardiger. De woensdag is nog altijd een beetje mijn lievelingsdag, een voorkeur die waarschijnlijk teruggaat tot de lagere school, toen we op woensdagmiddag naar huis mochten. Zo'n halve vrije dag was prettiger dan een hele, al was het maar omdat je er in de voormiddag naar kon zitten verlangen. Het verlangen is, zoals bekend, vaak aangenamer dan de vervulling ervan.
...