Hij zit op het voetpad met zijn rug tegen de muur. Hij draagt een blauw-witgestreept petje en een wat beduimeld groen hemd. Ik herken zijn licht uitpuildende ogen en pokdalig gezicht meteen. "Excuseer me meneer, maar bent u niet Chris Schmidt?" vraag ik. "Al heel mijn leven", antwoordt hij met een opgewekte lach. "Kennen we elkaar?" "Nee," zeg ik, "maar ik zag gisteren in het museum een foto waarop u uw cartoon van burgemeester Giuliani toont. Een grappige tekening." "Ik zou ze u laten zien," zegt de man, "maar op dag dat die tentoonstelling opende, kwam er al iemand naar hier om die tekening te kopen. Ik dacht dat hij me voor de gek hield, maar hij heeft me er echt geld voor gegeven." Zonder bitterheid voegt hij eraan toe: "Ik teken al vijftig jaar en hij was de eerste die iets van me kocht." "U woont hier al even lang, heb ik in de tentoonstelling gelezen", zeg ik. "Ja, ik ben een van de oldtimers." Hij lacht weer vrolijk. "U ziet er een gelukkig man uit", zeg ik. "Dat ben...