Mijn kinderlijke argeloosheid was ik snel kwijt. Mijn ouders maakten vaak ruzie. Daar kwam geen fysiek geweld aan te pas, maar de sfeer van conflict thuis maakte dat ik constant op mijn hoede was. Vroeg volwassen ook, met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.
...

Mijn kinderlijke argeloosheid was ik snel kwijt. Mijn ouders maakten vaak ruzie. Daar kwam geen fysiek geweld aan te pas, maar de sfeer van conflict thuis maakte dat ik constant op mijn hoede was. Vroeg volwassen ook, met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Als ik een ander karakter had gehad, was het misschien verkeerd afgelopen met mij. Op mijn vijftiende zat ik al in De Muze, het Antwerpse café dat toen als een oord des verderfs gold. In mijn kennissenkring bezweken mensen aan een over- dosis, maar zelf raakte ik zelfs geen joint aan, daarvoor was ik te streng voor mezelf. Nee, ik heb geen spijt van mijn late debuut als schrijfster. Ik heb het altijd prettig gevonden om met taal bezig te zijn, aan zinnen te peuteren en schaven. Maar als jonge vrouw had ik kinderen, een baan en een druk sociaal leven. Nuchter als ik was, wilde ik dat actieve leven niet opgeven voor zoiets onzekers als een boek schrijven. De onvervangbare is gebaseerd op de ervaringen van mijn schoon- familie. Mijn schoonmoeder, haar tweelingbroer en hun moeder werden in 1943 opgepakt en als politieke gevangenen op transport gezet. Hun verhalen heb ik als het ware opgezogen en er mijn verzonnen personages mee geïnjecteerd. De wonden die de Tweede Wereldoorlog sloeg, zijn nog altijd niet geheeld. Ook nu nog worden mensen geconfronteerd met het oorlogsverleden van hun familie. Daarom laat ik het verhaal vertellen door de kleinzoon van een weggevoerde vrouw. Maar hoe verscheurd moet de bevolking niet zijn in ex-Joegoslavië of Rwanda, waar de gruwel zo recent was. Of Oost-Congo. Of zijn de mensen daar vergevingsgezinder ? Ik wilde geen traktaat over goed en kwaad schrijven. Het is alsof ik door een vergrootglas naar één groepje vrouwen tuur, een microwereld binnen het macrogeheel van 42 miljoen doden. En om er geen zwart-witverhaal van te maken, heb ik de figuur van Kurt Gerstein geïntroduceerd, een omstreden dubbelfiguur binnen de SS. Ook de grootste gruwel wordt op de duur banaal. Zo vaak vertelde mijn schoonfamilie over hun verschrikkelijke ervaringen, alsof er een eindeloos bandje in hun hoofd speelde. En ja, hoe erg het ook klinkt, op de duur treedt er gewenning op. De ergste wreedheden heb ik trouwens niet in mijn boek vermeld, soms leest het als een avonturenroman. Que sera, sera, veel in het leven is toeval. En toch vind ik dat een mens binnen zijn mogelijkheden het lot in eigen handen moet nemen. Als lerares heb ik het vroeger vaak genoeg meegemaakt : ook in een kansarm milieu zijn er die erin slagen hun leven op de rails te krijgen en anderen die wegzinken in hopeloosheid. Nu religiositeit allerlei nieuwe vormen aanneemt, ben ik meer dan ooit overtuigd atheïst. Op het gevaar af zelfgenoegzaam te klinken : ik ben mij zeer bewust van het bevoorrechte leven dat ik leid. Als er een God zou bestaan, dan heeft die mij wel verwend, meer dan veel mensen die in hem geloven en toch beproefd worden. Simone Lenaerts (1947), vrouw van kunstenaar Jan Vanriet, kreeg in 2009 de Debuutprijs van Boek.be voor haar roman 'Zeewater is zout, zeggen ze'. Haar derde boek, het pakkende 'De onvervangbare' (De Geus) gaat over de oorlog die drie generaties tekent. DOOR LINDA ASSELBERGS & FOTO GERALDINE VAN WESSEM