Het stond een paar weken geleden in dit blad, toen het over mannen ging: sikken zijn uit, snorren zijn in. Mannelijk gelaatshaar volgt namelijk een modetrend. Hebt u er ooit bij stilgestaan hoeveel creatieve mogelijkheden die begroeiing op het gezicht van mannen biedt?
...

Het stond een paar weken geleden in dit blad, toen het over mannen ging: sikken zijn uit, snorren zijn in. Mannelijk gelaatshaar volgt namelijk een modetrend. Hebt u er ooit bij stilgestaan hoeveel creatieve mogelijkheden die begroeiing op het gezicht van mannen biedt? Bij vrouwen is die in de meeste gevallen beperkt tot de wenkbrauwen. Het creatieve hoogtepunt daarvan ligt alweer veertig jaar achter ons. Alleen in films uit de jaren vijftig lopen er nog vrouwen rond die hun échte wenkbrauwen vervangen hebben door een getekend exemplaar: een hoge boog, waardoor het leek alsof ze door de wereld met permanente verbijstering werden geslagen en zich constant iets afvroegen. Mannen zijn op dat vlak beter bedeeld, ze kunnen iedere morgen scheppend aan het werk met het scheermes. Met een paar goed gemikte halen kan het ochtendritueel uitgebouwd worden tot een vorm van zelfexpressie. Want ze laten niet toevallig een sik of een snor staan. Ze willen er iets mee zeggen. Over zichzelf en over hoe ze in de wereld staan. Pubers die hun eerste snorharen laten staan, delen mee dat ze klaar zijn voor seks, al is die misschien nog van het knoeierige soort. Zodra het gezichtshaar tot volle bloei komt, zijn de mogelijkheden tot harige boodschappen aan de buitenwereld bijna onuitputtelijk. Al is het, zoals dit blad eerder meldde, blijkbaar ook een kwestie van tijdgeest. Een volle, weelderige baard waar geen scheermes aan te pas komt, het type joviale natuurjongen, kom je steeds minder tegen. Soms nog in een Volkswagen-busje in het zuiden van Frankrijk. Hij spreekt dan Duits en runt samen met zijn vrouw een winkeltje waar ze haar artisanale breiwerk en zijn zelfgebakken potten verkopen. Vroeger zag je ze ook hier vaker. Ze woonden in landelijke gebieden en bespeelden een draailier. De stedelijke versie dronk bruin bier waarvan het schuim een tijdlang in de overhangende snor bleef hangen. De zeldzame exemplaren die hier nu nog rondlopen zijn meestal in de vijftig en ietwat huiverig voor het gezicht dat ze misschien ontdekken, als ze zich na al die jaren scheren. Dus laten ze alles maar staan. Het is vaak ook een houvast, en leuk om in te graaien op zoek naar inspiratie. Al jaren uit zijn de zorgvuldig getrimde baarden, waarbij het gedeelte onder de kin wordt weggeschoren, en ook een gedeelte op de wangen, zodat de overblijvende baard eruitziet als een maansikkel die de onderste helft van het gelaat ondersteunt. Of, nog vreemder zoals bij Johan Leman: het gedeelte óp de kin wordt weggeschoren, en alleen het stuk eronder blijft staan. De ietwat rare Nederlandse wetenschapper voor beginnelingen Chriet Titulaer deed ook iets in die richting. De harige maansikkel heeft iets artificieels en draagt een complexe boodschap uit. Hier zegt iemand: "Ik ben anders dan de anderen, maar het moet volgens de regels lopen." Er komen principes en overtuigingen aan te pas. Vroeger zag je ze in Vlaamsgezinde kringen, dat soort ringbaardjes, en bij theoretici en dichters die hun werk uitgaven in eigen beheer. En dan de trend van de afgelopen tien jaar: de sikjes. Het toefje haar onder de lip. Brad Pitt had er even zo eentje, en ook Frank Vandenbroucke, het enfant terrible van de wielrennerij, en Frank Vanderlinden van De Mens, toch wel trendsetters allemaal. En dus volgden talloze anonieme medemensen die misschien ook iets wilden betekenen voor vrouwen, in de sport of op muzikaal gebied. Het wachten is nu op de snor, niet de gedraaide knevel, noch het smalle tangomodel, maar volgens de trendvoorspellers zou het gaan om de volle machosnor, het harige equivalent van bouwvakkersgefluit. Politieagenten en bewoners van zuidelijke landen hebben al een voorsprong. Ik kijk ernaar uit, naar knipogende snorren op straathoeken. Want na die mond- en klauwzeergeitjes zijn sikjes niet meer vlot. Ze krijgen stilaan iets droevigs.FRIEDA VAN WIJCK