Ik doe gewoon mijn goesting. Al zestig jaar. Een kunstenaar moet wat egoïstisch zijn. Het heilige vuur hebben, bezeten zijn door creatie, de wereld anders bekijken . Op een manier werkt dat erg bevredigend.
...

Ik doe gewoon mijn goesting. Al zestig jaar. Een kunstenaar moet wat egoïstisch zijn. Het heilige vuur hebben, bezeten zijn door creatie, de wereld anders bekijken . Op een manier werkt dat erg bevredigend. We waren met zeven kinderen thuis. Dat werkte soms verstikkend voor mij. Op mijn veertiende ben ik thuis weggegaan om op kot te gaan wonen. Ik heb snel geleerd op eigen benen te staan. Jarenlang zag ik zwarte sneeuw, maar panikeren deed ik niet. En schulden heb ik nooit gemaakt. Ik ben een pionier van het hedendaagse juweel in België. Dat heeft zijn sporen nagelaten, hoop ik. Het zijn zaadjes in de grond, die ervoor zorgen dat wat ik gemaakt hebt, blijft bestaan. Noem me een maker, een schepper. Geen juwelier. En ook geen designer die zoekt naar de perfecte industriële productie van zijn ontwerpen. Ik ben nog die zeldzame monnik die zich opsluit in zijn atelier en alleen aan de slag gaat. Zonder assistenten. Ik ben componist en uitvoerder tegelijk. Wie een uniek object van mij koopt, weet met zekerheid dat ik het zelf gemaakt heb. Dat geeft een meerwaarde, toch ? Ik bewerk goud zoals de Azteken dat deden. Machines en computers worden steeds geavanceerder, maar ik blijf werken met technieken die al duizenden jaren oud zijn. Gaandeweg ben ik verliefd geworden op goud. Het is het rekbaarste en plooibaarste materiaal op aarde. En het heeft een enorme symboolwaarde in zoveel culturen. Goud gaat zelden verloren, altijd wordt het hersmolten tot iets nieuws. Misschien was het wel het eerste recuperatiemateriaal ter wereld ? Het enige nadeel is de waarde van goud : er hangt altijd een imago van speculatie, bedrog, plundering of oorlog aan vast. Wie de wereld wil veroveren, moet in extra large denken. Dat zei kunstenaar Wim Delvoye ooit. Heb je al eens een twaalfde-eeuws handschrift gezien, verlucht met miniaturen ? Dat zijn kunstwerkjes waarin een hele wereld gebundeld zit op een paar vierkante centimeter. Het formaat maakt niet uit. Geladen materie is wat telt. Een schilderij is een vod met verf op. Geen mens die op een weegschaal de waarde van een Van Gogh afleest aan het gewicht van de gebruikte verf. Waarom hangt de waarde van een juweel dan wel nog vast aan de dosis edelmetaal ? Juweelkunst gaat over symboolwaarde, niet over soortelijk gewicht. Juwelen maken is tegennatuurlijk voor mij. Ik zou veel liever iets fysieks doen, bijvoorbeeld grote bomen omkappen. Maar ik kies voor fijne motoriek op miniatuurniveau in mijn atelier. Mijn enige vlucht is met mijn motor racen op circuit. Het is mijn violon d'Ingres, mijn tweede dada. Het houdt mijn leven in balans. Minstens één keer per dag nee zeggen, dat is mijn principe. Dwarsliggen, vragen stellen en reflecteren vergt moeite. Jaknikken is me te gemakkelijk. Ik vergelijk het leven soms met een breugeliaanse binnenkoer : binnen de muren amuseert iedereen zich met de objecten en spelletjes die voorhanden zijn. Maar niemand kijkt eens over het muurtje. Terwijl net daar de kunst voor het oprapen ligt. Er zijn twee soorten mensen : consumenten en ontdekkers. Ik hoor nog steeds bij de tweede groep. De mensen die mijn objecten kopen ook. Wie een juweel van mij draagt, heeft daar meestal bewust voor gekozen. Dat is een ander uitgangspunt dan een lelijke ring appreciëren omdat je hem kreeg van iemand die jou graag ziet. Af en toe naar de sterren kijken. Beseffen hoe groot het daarboven is. En jezelf een plaatsje geven in die immense constellatie. Dat is mijn vorm van religie. Wie daardoor niet meer verwonderd is, is niet goed bezig. Siegfried De Buck (60) is juwelenmaker. Hij stelt zijn integrale oeuvre tentoon in het Gentse Designmuseum van 31 oktober tot 7 februari. www.designmuseumgent.be Tekst Thijs Demeulemeester / Foto Rob Walbers