Gezien op televisie, in een van die programma's die op je nederdalen als hoofdroos op een schouder : een voluptueuze jonge vrouw, haar roepnaam ben ik vergeten, die zich geheel en al wou hullen in de jaren negentienvijftig.
...

Gezien op televisie, in een van die programma's die op je nederdalen als hoofdroos op een schouder : een voluptueuze jonge vrouw, haar roepnaam ben ik vergeten, die zich geheel en al wou hullen in de jaren negentienvijftig. Zij was daar al ver in opgeschoten. Haar keuken was 1950 en haar kleren waren 1950. Als zij geen winterlaarsjes vond uit 1950, dan liep zij nog liever door de sneeuw met plastic zakken rond haar schoenen dan iets uit een later tijdperk te willen dragen. Doorgaans zijn de mensen die in dit soort programma's opgevoerd worden freaks en hoeders van zeldzame trauma's. Maar deze jonge vrouw verklaarde oprecht en eenvoudig dat zij zich niet thuis voelde bij haar eigen generatie : hoe de mensen zich kleden, naar welke muziek zij luisteren en hoe zij elkaar bejegenen - om eens een woord te bezigen dat ook is blijven hangen in de jaren vijftig. Ik kon haar begrijpen. Als ik al die jonge vrouwen in het straatbeeld zie met gaten in hun broeken ter hoogte van hun knieën, voel ik soms ook een vaag verlangen naar polkadotten en wespentailles. Naar Expo 58. Naar de DS en zijn lederen zetels, ja zelfs naar beleefdheidsregels. Mijn belangstelling voor deze jonge vrouw werd aangezwengeld door het feit dat zij er bekoorlijk uitzag. Zij had donker haar en gitzwarte ogen, en vormen die in onze skinny tijd als weelderig zouden worden omschreven. Zij was vrouwelijk tot in haar navel, en bovendien goed voorzien van poten en oren. Zo zeiden ze dat in die verre tijdsperiode, toen bij vruchtbare vrouwen de vergelijking met een veestapel nooit ver uit de buurt was. Dat is het rare aan de jaren vijftig : ze waren racistisch, seksistisch, patriarchaal en ze zaten nog ten dele in de klauw van een dogmatische godsdienst. Maar tegelijk waren ze hoopvol, zoals van vandaag nooit gezegd zal worden. De heldin van dit verhaal ging zover een lerares etiquette te ontbieden. Geduldig legde die uit hoe vrouwen in de jaren vijftig bij het geven van een handdruk maar één keer aan de arm schudden. Vervolgens lieten ze hun slanke pols beschroomd zakken in plaats van op en neer te blijven pompen. De jonge vrouw luisterde gefascineerd naar die beschrijving. Ze leek vastbesloten om, na het keukenbestek en de radio's, zich ook de omgangsvormen van de jaren vijftig in spoedtempo toe te eigenen. Twee tenen piepten uit de nauwe ruimte aan de voorkant van haar elegante schoenen, op een manier die zowel wellust kon opwekken als medeleven. Zij zuchtte dat zij niet met de maten was begiftigd uit de jaren van haar keuze. Zij was 1,73 meter lang en had schoenmaatje 42, terwijl een krappe 37 in de fifties voor een dame gebruikelijk was. Soms moest zij daardoor erg lang zoeken naar een bepaald kledingstuk of schoeisel. Daar kon zij toch wel wat lang over doorbomen. Ik stelde mij voor dat je zo'n mens na verloop van tijd al eens een soepterrine uit de fifties naar het hoofd zou willen gooien, mocht je er te lang mee tussen dezelfde vier muren zitten opgesloten. Maar bij deze eerste, oppervlakkige kennismaking vatte ik toch vooral sympathie op voor dit zonderlinge wezen, dat snakte naar sneeuw die was gevallen vóór haar geboorte. Het zou zo slecht niet zijn, was ik geneigd te denken, mochten meer van die freaks niet blindelings de vaart der tijden volgen maar zich verschansen in een vriendelijker verleden - toen de oorlog net voorbij was en niet op het punt stond uit te breken. Deze zelfbewuste jonge vrouw vocht in haar eentje een heroïsche strijd uit. Dat had iets ontroerends. Het hielp natuurlijk dat zij zo fris was, waardoor haar weemoed niet dat belegene kreeg dat al eens ten onrechte met weemoed geassocieerd wordt. Haar weemoed was sexy als vijf druppels parfum, die op de juiste plaats aangebracht zijn. Meer, zei iemand omstreeks 1950, hoeft een vrouw in de nacht niet te dragen.jp.mulders@skynet.be JEAN-PAUL MULDERSDe jaren vijftig waren racistisch, seksistisch en ze zaten nog ten dele in de klauw van een dogmatische godsdienst. Maar tegelijk waren ze hoopvol