Het donkere, kleine bijhuisje waar we ons gesprek voeren, typeert Serge Lutens (66). Hij zweert bij zwart, en zijn werk heeft steevast een duister kantje. Ook zijn assistente past in het plaatje : een jonge, bleke vrouw, helemaal in het zwart, met een donkere carré, op en top Lutens. Terwijl het buiten heerlijk warm is en we af en toe een flard van vogelgeluiden opvangen, hullen we ons binnen in een winterse, weemoedige sfeer. Deze rasechte Fransman heeft dan wel gekozen voor een leven in het palmgebied van Marrakech, maar de flamboyante, zuiderse gloed is nog niet in zijn leven binnengedrongen. Hij leeft teruggetrokken, praat als een authentieke hoveling - bijna poëtisch Frans, ongebreideld en behoedzaam tegelijk - en als hij vraagt of hij zijn nieuwste creatie, Serge Noir, op mijn huid mag ruiken, doet hij dat zacht bevend en fluisterend : "Hier hou ik van. Heel geraffineerd en bijzonder, bij niemand anders ruikt het zo."
...