In 1998, na een jaar op hotel te hebben gewoond, nam Michel Klein zijn intrek in dit 150 vierkante meter grote Parijse dakappartement vlak bij Le Châtelet. Tezelfder tijd opende hij in de rue Saint-Honoré zijn galerie-atelier, niet ver van de Place du Marché, waar hij halverwege de jaren zeventig zijn eerste stappen in de modewereld zette (hij werkte onder meer voor Guy Laroche). Op de eerste verdieping van dit oude gebouw creëert en presenteert hij zijn collecties in een decor van rood en wit. Eén ruimte is voorbehouden aan het werk van kunstenaars die hij elk seizoen uitnodigt om ee...

In 1998, na een jaar op hotel te hebben gewoond, nam Michel Klein zijn intrek in dit 150 vierkante meter grote Parijse dakappartement vlak bij Le Châtelet. Tezelfder tijd opende hij in de rue Saint-Honoré zijn galerie-atelier, niet ver van de Place du Marché, waar hij halverwege de jaren zeventig zijn eerste stappen in de modewereld zette (hij werkte onder meer voor Guy Laroche). Op de eerste verdieping van dit oude gebouw creëert en presenteert hij zijn collecties in een decor van rood en wit. Eén ruimte is voorbehouden aan het werk van kunstenaars die hij elk seizoen uitnodigt om een nieuwe interpretatie te bedenken van zijn Chinees jasje, intussen een cultmodel. In zijn woning geeft een ander kleurenpalet de toon aan. Blauw is hier de dominante tint, in de eetkamer gecombineerd met Schiaparelli-roze. Alles lijkt hier een tijdelijke mise-en-scène. Michel Klein : "Niets is hier definitief. Minstens één keer per jaar krijg ik zin in iets anders en herschik ik mijn hele appartement. Als ik ooit vind dat het af is, kan ik maar beter inpakken en verhuizen. Een huis waarin alles een vaste plaats heeft, wordt al snel saai."Om de vier of vijf jaar verandert hij ook van woning om nieuwe decors te kunnen bedenken, maar de geest blijft wel altijd dezelfde : een mix van waardevolle collecties en snuisterijen, de achttiende-eeuwse stijl en effecten uit het theater, met zonder aarzelen een voorkeur voor prullaria boven kostbare voorwerpen. Michel Klein koopt zijn meubelen en decoratieve objecten bij antiquairs, brocanteurs en veilinghuizen, of hij brengt ze mee van zijn reizen. Hij houdt van symmetrie en koopt dus vaak paren. Hij kiest geen te zware meubelen, want die stroken niet met zijn wens om alles makkelijk te kunnen verplaatsen. Weg is hij van de stijl van de herenwoningen van beroemde families uit het begin van de twintigste eeuw. Het rode fluweel en de panterprint heeft hij afgekeken van de Rothschilds, het blauw van Marie-Laure de Noailles en Louise de Vilmorin, en van Charles de Bestégui de kunst om echt en nep te combineren, met als resultaat iets wat het midden houdt tussen de achttiende-eeuwse stijl en een theaterdecor. En als hij niet aan het dromen is over zijn volgende woning "ver van alle blikken en met een groot terras", denkt Klein aan de decors die hij zou kunnen bouwen voor Pina Bausch, William Forsythe of Bob Wilson, voor wie hij in 1979 de kostuums ontwierp voor Death, Destruction and Detroit. Intussen heeft hij, trouw aan zijn passie en zijn inspiratie, een nieuw parfum gelanceerd met de toepasselijke naam Comédie. De flacon kreeg een miniboa in hetzelfde knalroze als de muren van zijn eetkamer. "Pour l'amour du décor." n Anne Desnos I Foto's Vincent Knapp"Als ik ooit vind dat mijn huis af is, kan ik maar beter inpakken en verhuizen." Michel Klein beheerst de kunst om echt en nep te combineren, met als resultaat iets dat het midden houdt tussen de achttiende-eeuwse stijl en een theaterdecor.