Geert Zagers (28) observeert en rapporteert vanuit de twilightzone tussen X en Z.
...

Geert Zagers (28) observeert en rapporteert vanuit de twilightzone tussen X en Z. Met onverholen trots durf ik stellen dat ik bijzonder fraaie hoofdletters kan schrijven. Zwierige krullen, sierlijke kronkels : de lessen schoonschrift uit het eerste leerjaar hebben hun effect niet gemist. Alleen : het moet van 1998 geleden zijn dat ik het nog nodig heb gehad. Sinds het toetsenbord zijn intrede heeft gedaan, zijn mijn krullen en kronkels die van Times New Roman. Een schrift waarin ik niet bepaald excelleer : ik kan maar met twee wijsvingers tikken - op goede dagen slaag ik erin met mijn duim de spatiebalk te bedienen. Het is een vaststelling die me, telkens ik een interviewbandje weer tergend traag uittik, te binnen schiet : zoveel kennis over hoofdletters die ik nooit kan schrijven, zo weinig kennis van het typen dat ik alle dagen nodig heb. Ik heb het onderwijs genoten voor een vergane wereld. En dan heb ik het niet alleen over de lagere school. Aan de universiteit heb ik cursussen geblokt waar ik me niets meer van herinner. Waarom de data van Dostojevski's ballingschap onthouden als je hem in 0,13 seconden kunt googelen, moet mijn langetermijngeheugen geoordeeld hebben. Mijn hele universitaire loopbaan leek in het teken te staan van één ding : afdoende kunnen bewijzen dat ik grote hoeveelheden informatie kon verwerken. Enig probleem : de komende dertig jaar zullen er meer mensen afstuderen dan sinds het begin van het onderwijs. Grote hoeveelheden informatie verwerken is lang niet meer de kwaliteit die het geweest is. Je ziet het ook verrassend weinig in jobomschrijvingen staan. Onderwijsexpert Ken Robinson pleit al een decennium voor een onderwijsrevolutie. Zodat we onze studenten niet meer moeten anestheseren met Rilatine. Zodat het systeem creativiteit niet langer kapotmaakt. Zodat het onderwijs niet meer het ideaal van de professor voor ogen heeft. Dat laatste is bij mij blijven hangen : als je negen op tien haalt in de lagere school, negentig procent in het middelbaar en achttien op twintig aan de universiteit - kortom, als je álles goed doet - ben je een prima professor in wording. Het is het vooropgestelde eindproduct van een succesvolle studieloopbaan. Niks mis met professoren, maar het is maar één levensvorm. "Het huidige onderwijssysteem is afgestemd op de negentiende-eeuwse industriële samenleving", zegt Robinson. Ik snap ze dus wel, de jobhoppers, de loopbaanonderbrekers, de diplomaswitchers, de Zuidoost-Aziëreizigers. Ze zijn allemaal afgestudeerd met precies hetzelfde gevoel : "Bon, wat kan ik nu écht ?" Na vijftien jaar studeren moeten ze alsnog uitzoeken waar ze met hun professionele leven naartoe willen. Bij wijze van nuance : Steve Jobs - een man die ik om zijn goeroegehalte nochtans niet al te graag citeer - zei ooit dat hij zonder zijn ogenschijnlijk nutteloze cursussen kalligrafie nooit de typografie van de Macintosh had kunnen ontwikkelen. Ik blijf wachten op de dag dat mijn talent voor schoonschrift alsnog van pas komt. Geert Zagers