Slapen. Tegenwoordig doe ik het overal. In de bioscoop, zelfs als ik de film goed vind. Voor de televisie, meteen na de hoogtepunten van het nieuws. Als ik niet uitkijk, 's avonds in de file naar huis. Raampje opendraaien, op de binnenkant van mijn wang kauwen, nagels diep in de muis van mijn hand drukken, met de Fixkes meezingen, evenzoveel noodmaatregelen om niet verhakkeld in de berm te eindigen. De enige plek waar ik niet in slaap val, is mijn bed. Nu ja, het gebeurt wel, maar nooit voor lang. De rest van de nacht moet er gewoeld worden en gepiekerd over duizend-en-een dingen die er toe doen en een veelvoud daarvan die er - zeker op dat moment - absoluut niét toe doen. Maar zet het maar eens stil, dat molentje in je hoofd. Aangedreven door schommelingen in de hormoonspiegel, heb ik mij laten wijsmaken. Wat zou verklaren waarom mannen zoveel betere slapers zijn. Ongetwijfeld bestaan er ook kerels die last hebben van slapeloosheid. Alleen, ik ken ze niet. Terwijl ik toch wel over enig vergelijkingsmateriaal beschik (sorry, ma). Hoe verschillend voor de rest ook, stuk voor stuk waren mijn partners goede slapers. Eén been in bed en vertrokken, ongeacht wat er die dag gebeurd is of welke obstakels ze de volgende moeten overwinnen. En dan ronken tot de klokradio begint te schetteren. Om steendood te vallen, vooral als je zelf ongeveer alle uren op diezelfde klokradio vuurrood hebt zien verspringen. En dan laat zo'n man zich tijdens het uitrekken behaaglijk ontvallen dat, 'k weet niet, hij toch niet zo lekker gepit heeft.

Het heeft wel iets aandoenlijks, zo'n grote vent die weg is van de wereld. Wimpers die flutteren op een wang, af en toe een zachte kreun als van een jonge hond. God weet welke avonturen hij in the twilightzone beleeft. Je gunt het hem ook, de slaap der onschuldigen, die por met de elleboog in zijn zij is uitsluitend voorbehouden voor momenten van radeloze frustratie, als het gesnurk de dimensie van een tsunami aanneemt.

Mannen zijn ook geweldige beoefenaars van de siësta. Mijn ogen floepen na hooguit een kwartier gegarandeerd weer open, maar ik ken manspersonen die gerust drie uur aan een stuk kunnen maffen, dwars doorheen nijdig gerammel met potten en pannen, de grasmaaier van de buren en de A Bigger bang tour-dvd van de Rolling Stones. "Dat heeft deugd gedaan", stelt zo'n man na afloop complexloos vast. Volgens Het Nieuwsblad werd in Maleisië onlangs een slaapliedjeswedstrijd voor vrouwen uitgeschreven. "Als mannen die moe van hun werk komen door hun vrouw vredig in slaap worden gezongen, draagt dat bij tot het algemene geluk van het gezin", verklaarde een Maleisische politicus. Een slaapliedjeswedstrijd voor mannen, bij wijze van positieve discriminatie zie ik wel zitten. Een man zijn ? Voor geen geld. Maar slapen als een man, dat wil ik wel eens meemaken.

Linda Asselbergs