Het havenmuseum van Duinkerke is een ideaal alternatief voor kusttoeristen op zoek naar wat anders.
...

Het havenmuseum van Duinkerke is een ideaal alternatief voor kusttoeristen op zoek naar wat anders.Pierre Darge Duinkerke is een naaste maar miskende buur. Op nauwelijks 13 km van de Belgische grens en op anderhalf uur rijden van Brussel, blijft deze Franse havenstad een boeiende industriële activiteit etaleren. Het havenmuseum roept met een schitterende verzameling maquettes, gebruiksvoorwerpen en geschilderde panorama's een beeld op van de activiteiten die zich rond de haven afspeelden. Het idee om het verleden te vrijwaren, kwam eigenlijk van de dokwerkers, die in de jaren '70 met de snelle technologische evolutie van het containervervoer in de haven een deel van hun traditionele bezigheden zagen verdwijnen. Er werd tien jaar lang gepland en verzameld, en in 1992 werden drie verdiepingen van een opslagplaats van tabak uit 1868 vrijgemaakt voor het museum. De opeenvolging van taken die de havenstad op zich nam, is merkwaardig. In de negende eeuw werd er een duinenkerkje opgericht waarrond zich een klein vissershaventje ontwikkelde. De bevolking leefde van de visvangst en van de handel in gezouten vis. In 1405 werd er in opdracht van de hertogen van Bourgondië een eerste versterking gebouwd, maar de stad bleef de speelbal tussen de grootmachten. Na de Spaanse dominantie werd Duinkerke Engels bezit, tot Lodewijk XIV het kleinood in 1662 van de overburen afkocht. Vauban bouwde een versterkte gordel uit met twee havendammen en vijf forten, zoals die nog te zien zijn op het panorama van Hugo d'Alesi. Dezelfde schilder zette eenzelfde panorama op verschillende tijdstippen van de geschiedenis in de verf, zodat de evolutie van de havenstad perfect in beeld wordt gebracht. De indrukwekkende Vauban-versterkingen verdwenen in 1713, na de ondertekening van het verdrag van Utrecht. In de 16de eeuw werden de Duinkerkse zeelui kapers, getroffen door economische tegenspoed. Als huurlingen of piraten beroofden ze voor rekening van de Franse koning vijandige handelschepen. De beroemdste Franse kaper, Jean Bart, kwam uit Duinkerke en is er nog steeds een held. Nadat hij eerst voor rekening van admiraal de Ruyter had gewerkt, trad hij in dienst bij de Franse koninklijke marine. Hij bracht zowel Hollanders als Engelsen de ene nederlaag na de andere toe, waarna hij door Lodewijk XIV in de adelstand werd verheven. Niet minder interessant was de periode van de grote clippers, de houten, snelle zeilschepen die halverwege de vorige eeuw onder Amerikaanse impuls opdoken. De Sea Witch, die door de Amerikaanse scheepsarchitect John Willis Griffith in 1845 van een smalle romp werd voorzien, geldt als de eerste echte. De clippers werden vooral ingezet voor de theehandel met China en de koffiehandel met Brazilië. Ze speelden een grote rol bij het transport van goudzoekers die zich naar Californië haastten en de zeeweg om kaap Hoorn verkozen boven de riskante tocht via de Far West. Maar eigenlijk beheersten de driemasters de wereldhandel maar van 1845 tot 1870. Daarna verloren ze snel veld in een ongelijke strijd tegen de stoomschepen, die onafhankelijk waren van de wind. Tot 15 september wordt in het Duinkerkse havenmuseum een zaal voorbehouden voor de tentoonstelling La grande aventure des clippers. Op vraag van Lodewijk XVI vestigden walvisvaarders uit Nantucket zich korte tijd in Duinkerke, en de lokale handelaars maakten grote winsten met de verkoop van walvisolie die toen gebruikt werd voor de verlichting. Op het einde van de vorige eeuw werd Duinkerke een moderne haven, en een deel van de romantische bedrijvigheid ging verloren. Kaden werden uitgebouwd, dokken uitgegraven, spoorwegen aangelegd en pakhuizen bijgebouwd. De industriële revolutie moest Duinkerke een nieuw elan geven. Een eerste klap werd tijdens de Eerste Wereldoorlog uitgedeeld, waarna een moeizame heropbouw begon. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd tachtig procent van de haveninfrastructuur vernield en bleef de stad zelf ook niet gespaard. Terwijl de oude, oostelijke haven moeite had om uit haar as te verrijzen, werd in de jaren '70 een nieuwe haven ten westen van de stad uitgebouwd. De oude haven ligt er tegenwoordig wat verlaten bij. Verschillende gebouwen werden afgebroken of kregen een nieuwe bestemming, zoals de opslagplaats voor tabak waarin het havenmuseum werd ondergebracht. Op het gelijkvloers en de eerste verdieping is de geschiedenis van de haven gereconstrueerd, op de tweede verdieping staat een prachtige verzameling scheepsmaquettes van oorlogs- en handelsschepen uit de 18de en 19de eeuw, stoomschepen die door raderen werden aangedreven, en hedendaagse schepen zoals het passagiersschip Normandie. In het documentatiecentrum wachten zo'n 3000 boeken op consultatie. Daaronder verscheidene werken in het Nederlands en een fraaie collectie stripverhalen, met voorop de avonturen van Corto Maltese. Voor de deur van het museum wacht een binnenschip om in de collectie te worden opgenomen en als tentoonstellingsruimte te dienen. Ook het lichtschip, het driemaster-schoolschip Duchesse Anne uit 1901 en de 63 meter hoge vuurtoren worden binnenkort aan het traject toegevoegd. Musée Portuaire : in de oude (oostelijke) haven van Duinkerke, quai de la citadelle. Vanuit België : snelweg A16 (Boulogne-Belgische grens), afrit 31. In juli en augustus elke dag open, behalve op dinsdag, van 10 tot 18 u. Verder : van 10 tot 12.45 u. en van 13.30 tot 18 u. Inkom : volwassenen 25 FF (150 fr.), kinderen 12,50 FF (75 fr.). Info : tel. (00-33) 28.63.33.39.Rechts : het havenmuseum : schitterende maquettes en een lichtschip als wegwijzer. Onder : de clipper Paulista.