:: Info : www.redbullmusicacademy.com
...

:: Info : www.redbullmusicacademy.comHij kan er duidelijk met zijn verstand niet bij, de taxichauffeur : "27 graden !" Of blijft hij de temperatuur in Rome op deze bijzonder zonnige novembervrijdag herhalen omdat hij verder geen zinnig woord in het Engels weet uit te brengen ? We dachten hem nog te vragen of hij ons niet ergens in een hippe buurt kon droppen, maar dat lijkt ons iets te riskant, dus spelen we hem gewoon het adres toe dat we een bevallige blondine aan de bar van het hotel hebben ontfutseld. Ze heeft zich gisteren suf gezocht naar een shop waar iets anders in de rekken hangt dan Armani, Valentino, Ferragamo en Dolce & Gabbana. "Dirk Schönberger, bijvoorbeeld." Dat ze er een dag over heeft gedaan om zo'n winkel te vinden, verbaast ons nog. Rome is toch die stad waar bekoorlijke vrouwen in designerrokjes elkaar voor de paleisdeuren van trendy clubs verdringen ? Of toch niet ? Rome is een fantastisch fijne stad, laat dat duidelijk zijn, maar trendy is Rome niet, of toch niet trendier dan zeg maar Leverkusen. "We hebben dan maar zelf een kledingwinkel geopend", zegt een van de twee buitengewoon enthousiaste broers die samen de rekken vullen van 40°, de modieuze lusthof, waar het meisje ons naartoe wist te sturen. De twee hebben redenen om enthousiast te zijn, want bij gebrek aan een alternatief verzamelen de trendjunkies zich en masse voor de deur van het nochtans weinig opvallende pand. Weinig opvallend van buiten welteverstaan, want binnenin worden de collecties van een schare jonge (Europese) designers en de speciale edities van onder meer Adidas, Nike en Eastpak omringd door prettige kitsch en vintage huishoudtoestellen. Het Engels van de broers is van het soort dat permanent tot verwarring leidt. Wanneer onze fotograaf zich voorstelt (hij heet Wouter), laten ze meteen een fles water aanrukken. Nog geen minuut later sturen ze een van hun klanten op pad om een fles champagne te kopen. Wie niet voor dit blad schrijft, kan er overigens altijd terecht voor een kop koffie. Ook interessant is het strak ingerichte NuYorica, al is het aantal designers er beperkter en minder exclusief. De zaak is overigens van dezelfde eigenaar als TAD, een unieke conceptwinkel waar je net zo goed terechtkunt voor eigentijdse schoenen en mantelpakjes, als voor een knipbeurt, bloemen, parfum, meubels en platen, zolang het maar voldoende hip is. Muzikaal vertaalt zich dat in een rist loungeverzamelaars en alles wat ook maar enigszins ruikt naar (nu)jazz. Tegelijk vind je in de shop een puike collectie internationale tijdschriften en fotografische speeltjes van Lomo. 's Ochtends kun je er al verrukkelijk ontbijten en 's middags worden er overheerlijke Thaise gerechten en desserts geserveerd in de bijzondere tuin. In Londen ging onlangs een tweede vestiging open van de conceptwinkel en binnenkort moet ook Milaan voor de bijl gaan. TAD ligt net als de drukbezochte etablissementen van de belangrijkste Italiaanse ontwerpers in de buurt van de Spaanse Trappen, waar een meute toeristen dag en nacht op en neer (en terug) wandelen. Ook de allereerste Armani Jeans Store is er gevestigd. Op zich niets om over naar huis te schrijven, maar dat is wel buiten de indrukwekkende collectie fotoboeken gerekend. De meester vond het blijkbaar een leuk idee om in zijn winkel, naast het gebruikelijke aanbod, fotoboeken van roemruchte (mode)fotografen aan de man te brengen. De collectie was vroeger nog indrukwekkender, tot een brand de winkel in de as legde en de bibliotheek flink werd uitgedund. Wat rest, blijft echter nog altijd omvangrijker dan het aanbod in eender welke Romeinse boekwinkel. Wie verzot is op schoenen, vindt meer dan waarschijnlijk zijn gading in Loco, terwijl Vestiti Usati Cinzia zonder twijfel de onwaarschijnlijkste selectie tweedehandse spullen heeft hangen. Tussen de (stijlvolle) rommel hing onder meer een broek waarvan we durven te zweren dat we ze Mon (van Mik, Mak & Mon) nog hebben zien dragen. Het Romeinse nachtleven duik je het best in door vooraf langs een van de weinige interessante muziekwinkels te wandelen. Je vindt er voldoende flyers en informatie om de nacht mee door te steken. Het meest uitgelezen adres is wellicht Orso Baddy, een druk bezochte (voornamelijk elektronische) platenzaak, waar op elk moment van de dag deejays in de vinylbakken zitten te snuffelen. Ook Soul Food is geen slecht adres om even binnen te springen en meteen ook wat vintage punk, garage, beat, exotica, lounge en andere rariteiten mee te grabbelen. Tot daar de voorbereidingen. Het eigenlijke nachtleven in Rome is een ander paar mouwen. In het centrum van de stad vind je hooguit enkele aantrekkelijke bars als de cocktailbar Fluid, waarvan het interieur niet zou misstaan in een film van David Lynch. De cocktailprijzen zijn er meer dan redelijk en het elektronisch knisperende klanktapijt nodigt uit om languit onderuit te zakken. De eigenlijke clubs bevinden zich nagenoeg allemaal in een soort clubgetto's in de buitenwijken. Het belangrijkste getto is zonder twijfel Testaccio, waar niet gek lang geleden nog kadavers van varkens en runderen in de intussen omgetoverde slachthuizen hingen. Of de buurt echt zoveel veranderd is, staat ter discussie. Romeinen gaan uit om te keuren en gekeurd te worden. Zelden iemand echt zien dansen zonder ostentatief met zijn of haar kont te schudden of naar de kont van een ander te grijpen. Het deurbeleid van de meeste clubs is, zacht uitgedrukt, zielig. Joia, veruit de enige club in Rome die zich daadwerkelijk zo mag noemen, spant ongetwijfeld de kroon. Op drukke avonden pikken de ogenschijnlijk hersenloze buitenwippers er vaak enkel hun vrienden uit en sturen ze de rest wandelen met de boodschap dat er een privé-feestje aan de gang is. Als je uiteindelijk toch binnenraakt, krijg je meteen een ticket in de handen gestopt die je aan de kassa moet inruilen voor een betalend drankje van vijftien euro. Doe je dat niet, dan krijg je geen exit card en kun je in principe niet weer naar buiten. In de overige clubs in Testaccio gaat het er vaak iets minder arrogant aan toe, maar wat rest, is dan ook niet veel meer dan een hoop donkere dansketen. Hoe verder je stapt, hoe vaker je de indruk krijgt dat je op de set van Mad Max bent terechtgekomen. Hetzelfde geldt enigszins voor het clubgetto in de buurt van San Paolo, waar een beduidend jonger publiek de plak zwaait. Wachtrijen voor de deuren van de clubs kunnen er even lang zijn als in Testaccio en de deurpolitiek is veelal dezelfde. De clubs zien er al iets minder groezelig uit, maar daarom zijn ze nog niet meer uitnodigend. Het markantste voorbeeld is Goa, naar verluidt verzamelt all the beautiful daar. We merken er zelf weinig van. In dezelfde straat ligt ook de Linux Club, een soort kunstencentrum dat geregeld interessante party's organiseert en veejays een prominente rol geeft. De prijzen zijn er zelfs democratischer dan in de doorsnee clubs. Rome heeft zonder meer een nijpend tekort aan designhotels. De grandeur van The WestinExcelsior en St. Regis Grand blijft uiteraard overeind, maar het ontbreekt de stad al lang aan een vleugje Starck, om maar het meest voor de hand liggende voorbeeld te geven. Het prettig gestoorde, bijna futuristische Es Hotel komt nog het dichtst in de buurt van de architecturale en technische perfectie. Zolang het volautomatische rolluiksysteem het niet laat afweten, tenminste. De opvallend strakke kamers doen vrijwel onmiddellijk denken aan 2001 : A SpaceOdyssey. 's Nachts ziet het hotel er nog indrukwekkender uit, wanneer elke kamer wordt ondergedompeld in een specifieke kleur en het gebouw op die manier zelf een bonte facelift krijgt. De kamers zijn echter nogal klein en er is weinig privacy, aangezien het bed en de douche (of het bad) in hetzelfde meubel verwerkt zitten. De imposante lobby en de trendy bar op de bovenste verdieping maken weliswaar veel goed. De martini is er bovendien verrukkelijk. Shakenorstirred, we hebben het niet gevraagd, proeft iemand überhaupt het verschil ? Terwijl de regeringsleiders van de Europese Unie met veel toeters en bellen de Europese grondwet ondertekenen, vindt niet ver daarvandaan de achtste editie plaats van de Red Bull Music Academy. Na Berlijn, Dublin, New York, Londen, Sao Paulo en Kaapstad verzamelen dit jaar zo'n zestig beloftevolle deejays, producers en muzikanten in Rome om er twee weken lang les te krijgen van onder meer Tiga, Alexander Robotnick, Philippe Zdar, Plasticman, Michael Mayer en Arto Lindsay. Ons land stuurde de Antwerpenaar Janne Geelen naar het imposante gebouw in het centrum van de stad dat vroeger dienst deed als klooster, vervolgens even werd omgetoverd in een school en de afgelopen weken werd omgedoopt in een vreemdsoortige universiteit met maar liefst acht state of the art geluidsstudio's en een tijdelijke tentoonstelling van Italiaanse kunstenaars en genoeg. De rode loper (eigenlijk een blauwe) loopt er niet over de trappen, maar langs de muren. Uiteraard is de Red Bull Music Academy een prestigeproject voor de populaire Oostenrijkse energiedrank, maar het opzet is wel een van de weinige in zijn soort om serieus te nemen. De afgelopen jaren heeft nagenoeg elke grote naam uit de dance scene eraan meegewerkt. De organisatoren slagen er telkens weer in de gaststad erbij te betrekken. Wat de deelnemers overdag leren, wordt 's avonds meteen in de praktijk omgezet in de Romeinse clubs en bars. Niet altijd even evident, als je weet dat de deelnemers uit alle hoeken van de dancewereld komen. De een leeft eenzaam achter zijn drumcomputer, terwijl de ander altijd een gitaar in de aanslag heeft. Terwijl Tiga voor het eerst zijn remix van E Talking laat horen, de tweede single uit het album AnyMinute Now van Soulwax, werken elders in het gebouw enkele deelnemers in de studio een nummer af met een drumsolo van Bernard Purdie. De legendarische studiomuzikant van onder anderen Aretha Franklin, James Brown en Steely Dan heeft de solo enkele dagen eerder voor hen ingespeeld en sindsdien zitten ze er de klok rond aan te prutsen om er een eigen nummer mee te maken. Het resultaat klinkt verrassend sterk, al staat MarkPritchard ( Troubleman) de hele tijd toe te kijken om het proces in goede banen te leiden. Tekst Ben Van Alboom I Foto's Wouter Van Vaerenbergh