Het champagnehuis Heidsieck Monopole, nu eigendom van Paul Vranken, werd in 1785 opgericht. Champagne als schuimwijn bestond toen al zo'n 70 jaar. Het familiebedrijf zou begin deze eeuw uitgroeien tot een van de grootste, en was gespecialiseerd in de bevoorrading van de Oost-Europese keizershoven. Er gingen per jaar 250.000 flessen naar de Russische tsaar Nicolas II, naar de Duitse Keizer en naar de Keizer van Oostenrijk-Hongarije. Zo vertrok laat in het jaa...

Het champagnehuis Heidsieck Monopole, nu eigendom van Paul Vranken, werd in 1785 opgericht. Champagne als schuimwijn bestond toen al zo'n 70 jaar. Het familiebedrijf zou begin deze eeuw uitgroeien tot een van de grootste, en was gespecialiseerd in de bevoorrading van de Oost-Europese keizershoven. Er gingen per jaar 250.000 flessen naar de Russische tsaar Nicolas II, naar de Duitse Keizer en naar de Keizer van Oostenrijk-Hongarije. Zo vertrok laat in het jaar 1916 een vracht champagne, samen met 45.000 liter cognac en bourgognewijn op vat - samen 50 ton drank - vanuit Le Havre naar Zweden. Daar werd de lading overgeladen op boten met minder diepgang, waaronder de Jonkoping, om de overtocht over de Baltische Zee naar Finland te maken. Van daaruit zou de vracht over land naar Sint-Petersburg gaan, naar de Generale Staf van het Keizerlijke Russische leger. Maar de Jonkoping kwam nooit in Finland aan: nauwelijks 22 mijlen ver werd hij door een Duitse onderzeeër op 3 november 1916 tot zinken gebracht. Meer dan 80 jaar later werd het wrak door een Zweedse duikersploeg op een diepte van 63 m ontdekt en gelicht in juli 1998. Bourgogne en cognac waren verloren, maar de 2000 flessen champagne Heidsieck 1907 die deze zomer werden bovengehaald, waren op het eerste gezicht intact. 1907 was in Champagne nochtans geen groot jaar, het weer was bar slecht en bracht veel schade en rottigheid. De tsarenchampagne was bovendien heel zoet gemaakt (met wel 43 g suiker per liter - nu bevat brut maximum 15 g) tot een type dat men toen Goût Américain noemde. Maar mede daardoor heeft de wijn zijn verblijf onder water heel goed doorstaan. De wijn was (en is) bovendien erg zuur, en had geen (verzachtende) malolaktische gisting meegemaakt. Verder is het op 63 m onder de zeespiegel koud en volkomen donker. De tegendruk tengevolge van de diepte heeft de stoppen op hun plaats gehouden. Meer dan 80 jaar later komt de kurk los met een doffe plof en parelt de diep goudgele 1907 uitbundig en uiterst fijn in het glas. De neus is er één van rijpe en zelfs overrijpe onderbouw, met toetsen van rozijnen. De smaak is getekend door zachte, frisse finesse, volkomen versmolten en totaal evenwichtig met toetsen van koekjes en gist, met karamel en honing ingebouwd in fris zuur, geen spoor van oxidatie. Een belevenis. Tegen het jaareinde zal Christie's twee dozen van deze flessen op de veiling brengen. Men verwacht dat ze van de hand gaan voor 30.000 fr. per fles. In Tokio heeft men er al 4000 dollar voor betaald. Herwig Van Hove