Ik droomde van mijn oude appartement, waar onderaardse gangen waren aangetroffen waarlangs Delphine Boël als baby naar binnen was gesmokkeld. De living zag eruit als een archeologische site waar speelgoed van eeuwenoude kinderen was opgedolven. Het rare was dat ik op de vierde verdieping woonde, zodat een onderaardse gang onvermijdelijk moet uitkomen bij de onderburen. Maar in dromen gelden geen KB's of wetten van de fysica. Alles is er onderhandelbaar: de hoogte van accijnzen, de gladheid van aanvriezende mist, het vlieden van de tijd en de werking van de zwaartekracht.
...

Ik droomde van mijn oude appartement, waar onderaardse gangen waren aangetroffen waarlangs Delphine Boël als baby naar binnen was gesmokkeld. De living zag eruit als een archeologische site waar speelgoed van eeuwenoude kinderen was opgedolven. Het rare was dat ik op de vierde verdieping woonde, zodat een onderaardse gang onvermijdelijk moet uitkomen bij de onderburen. Maar in dromen gelden geen KB's of wetten van de fysica. Alles is er onderhandelbaar: de hoogte van accijnzen, de gladheid van aanvriezende mist, het vlieden van de tijd en de werking van de zwaartekracht. Ik vond het eigenaardig dat ik van het liefdeskind van Albert droomde, hoewel ik overdag altijd wel sympathie voor die Delphine gevoeld heb. Je zal maar als twee druppels water lijken op koningin Astrid, maar genegeerd worden op tergende wijze. Misschien verspeel ik mijn kans ooit een lintje te krijgen of het tot barones Mia Doornaert te schoppen. En toch: hoe groots zou het niet zijn als Albert zijn dochter omarmde, met een variant op het "Et alors?" waarmee de Franse president Mitterrand boze tongen het zwijgen oplegde? Ik denk dat veel onderdanen daar sympathie voor zouden voelen. We zijn opgelucht als anderen, die zich groter of nobeler voordoen, ook maar stervelingen blijken met fouten en teelballen. Terwijl ik dacht aan fouten en teelballen, wierp ik door het raam een blik de straat in. Het was niet het soort blik waarin Cola Zero had gezeten, maar zo een die vaststelt dat het licht grijs is en van troost verstoken. Ter hoogte van de nachtwinkel liep niettemin een jonge vrouw. Ze droeg een rode jas en had lange bruine haren. "Ze is mooi, maar ze weet het", zegden ze vroeger, als de schoonheid van een vrouw was vertroebeld door hoogmoed. Tegenwoordig, in de tijd van de likes en de selfie, is het moeilijk om als aantrekkelijke vrouw niet hovaardig te worden. De vrouw in mijn straat schreed dan ook voorbij als in een videoclip. Haar blik was gericht op een onbestemde, maar zo te zien erg saaie plek in de verte. In haar hand droeg ze een sixpack zalmkleurig toiletpapier, dat ik herkende als van het merk Boni. Terwijl ik dacht aan zalmkleurig toiletpapier, ontving ik een berichtje met het geluid van een tinkelende ijspegel. "Hoe gaat het met je?" wou een verre vriendin weten. Ik overwoog mij er gemakkelijk van af te maken. Toen besloot ik naar waarheid te antwoorden. De wereld is een schouwtoneel, maar soms voel je de onweerstaanbare drang om uit je rol te vallen. "Ik voel me nu eens zwerfvuil en dan weer koning of keizer", schreef ik. "Ik schroef een bureau van IKEA ineen voor mijn opgroeiende dochter, drink liever wijn dan vroeger, ben zestien op sommige dagen en kijk op andere verbijsterd naar het jaartal. Ik luister naar Sweet but Psycho van Ava Max en lees Een tijdelijke vertelling van Ruth Ozeki, wat mij vanmiddag tranen in de ogen gaf. Ik klim op het reuzenrad, spring niet naar beneden, mis mensen die al tien jaar dood zijn en geloof dat de liefde zich ergens in een bunker nog schuilhoudt." Haar antwoord liet even op zich wachten. "Haha", schreef ze toen. "Met mij ook savakes hoor."