Soms volstaat één mens om je met een heel land te verzoenen. Ik verklaar mij nader. Op 19 november was ik een beetje kwaad op Zwitserland. Sta ik daar in de hoofdstraat van Genève, bolwerk van de Helvetische haute finance, en geen enkele geldautomaat in zicht. Wel een hoop wisselkantoren, maar je ziet van hier dat ik hen die commissie gun op de luttele Zwitserse franken die ik nodig heb om een koffie te drinken en een buskaartje te kopen ; na mijn interview met Peter Piot (zie elders in dit nummer) vlieg ik immers meteen weer naar huis. De enige geldaut...

Soms volstaat één mens om je met een heel land te verzoenen. Ik verklaar mij nader. Op 19 november was ik een beetje kwaad op Zwitserland. Sta ik daar in de hoofdstraat van Genève, bolwerk van de Helvetische haute finance, en geen enkele geldautomaat in zicht. Wel een hoop wisselkantoren, maar je ziet van hier dat ik hen die commissie gun op de luttele Zwitserse franken die ik nodig heb om een koffie te drinken en een buskaartje te kopen ; na mijn interview met Peter Piot (zie elders in dit nummer) vlieg ik immers meteen weer naar huis. De enige geldautomaat die ik na enig zoekwerk weet op te sporen, staat in een mausoleumachtige kelder en spuwt enkel biljetten van 100 Zwitserse franken. Wat mij een smerige blik oplevert van de dienster in de stationsrestauratie, die haar kleingeld geplunderd ziet. Even later blijkt dat de ticketautomaat bij de bushalte geen wisselgeld geeft. Niet omdat hij defect is, maar uit principe. Noem mij onredelijk, maar een buskaartje van vijf Zwitserse franken, daar word ik dus pissig van. Zo is het gemakkelijk, een rijk land zijn. Ha, kan geweldig deugd doen, zo'n beetje voor je uit zitten mopperen. Als ik uitstap in de wat kleurloze buitenwijk waar de gebouwen van de Wereldgezondheidsorganisatie en Unaids op een kluitje staan, wordt mijn aandacht getrokken door een sandwichman. Roerloos staat hij naast het kruispunt, verpakt in borden waarop het over Chernobyl gaat en zieke kinderen. Omdat ik te vroeg ben voor mijn interview ga ik erop af. De man straalt de rust uit van iemand die allang overtuigd is van zijn gelijk. Dat er in Oekraïne, Wit-Rusland en de Russische Federatie 21 jaar na de kernramp nog altijd duizenden kinderen met afwijkingen geboren of ziek worden, legt hij uit. En dat de WHO daar niet voldoende aandacht aan schenkt wegens met handen en voeten gebonden aan het International Atomic Energy Agency. Aangezien ik er niet genoeg vanaf weet om te oordelen of zijn grieven terecht zijn, vraag ik dan maar hoe lang hij daar al staat. "Sinds 26 april", antwoordt hij onbewogen. "Niet doorlopend, want wij wisselen elkaar af. Maar toch wel een paar dagen per week, na mijn werk." Wat hij doet voor de kost, wil ik weten. "Controleur. Op de luchthaven. Nee, niet het luchtverkeer, de verwarming." En ja, af en toe stopte er wel iemand van de WHO om naar de bedoeling van zijn stil protest te vragen, maar nooit de belangrijke mensen. Hoe lang hij zinnens is ermee door te gaan ? "Tot het niet meer nodig is." Waarom hij zich precies het lot van die kinderen aantrekt ? Heeft hij er familie misschien ? "Nee, maar iemand moet het doen." Wat kan ik daarop zeggen ? Ik wens hem sterkte toe. Van de weeromstuit lijkt Zwitserland een stuk vriendelijker : ze hebben er niet alleen koekoeksklokken, lila koeien en inhalige automaten, maar ook koppigaards met het hart op de juiste plek. www.independentwho.info Linda Asselbergs