Kent u die scène uit Alien waar John Hurt in een ruimteschip spaghetti zit te eten en wat op het eerste zicht een simpele indigestie lijkt een buitenaards wezen is dat uit zijn middenrif ontsnapt en meteen ook zijn witte T-shirt naar de vaantjes helpt ? Niet dat de vergelijking helemaal opgaat - dat doen ze zelden, mijn vergelijkingen - maar elk jaar overkomt mij iets soortgelijks. Meer bepaald ten tijde van het eerste zomerfestival. Niet dat er dan een grijnzend monster in mij opstaat. Integendeel zelfs, het is mijn betere ik die na...

Kent u die scène uit Alien waar John Hurt in een ruimteschip spaghetti zit te eten en wat op het eerste zicht een simpele indigestie lijkt een buitenaards wezen is dat uit zijn middenrif ontsnapt en meteen ook zijn witte T-shirt naar de vaantjes helpt ? Niet dat de vergelijking helemaal opgaat - dat doen ze zelden, mijn vergelijkingen - maar elk jaar overkomt mij iets soortgelijks. Meer bepaald ten tijde van het eerste zomerfestival. Niet dat er dan een grijnzend monster in mij opstaat. Integendeel zelfs, het is mijn betere ik die naar buiten wil, een vrijer, blijer mens dat verdacht veel lijkt op de onbespoten blom van weleer. Minus de patchoeliwalm, de henna en gebatikte soepjurk welteverstaan. Maar mét blote tenen. Dit jaar waren ze er vroeg bij, de tenen. Want samen met een paar duizend andere sandalen-van-goede-wil zakte ik af naar Mano Mundo in Boom, waar we met z'n allen mondiaal, intercultureel en duurzaam zaten te wezen en ons vel in diverse schakeringen roze lieten bakken. Er waren steltloopsters en rijstpap van Vredeseilanden, een fairtradecafé en een draaimolen, dreadlocks en frisbees, een oertunnel en een landbouwlounge, hangmatten en een wereld-doe-dorp, bonenarmbandjes en Bulgaarse broches. Alsook kindertjes geschminkt als poezen, plastic eendjes in een teiltje en potten die djembé speelden. En niet te vergeten : plasbandjes voor om je pols waarmee je tegen een democratisch tarief onbeperkt de pot op kon, geen overbodige luxe bij dorstig weer. Toearegs verbroederden met rasta's, Vietnamezen bakten loempia's, Vroink speelde swing voor wiebelkonten en de Sint Andries MC's zongen over tantes op Temesta. Je kon er Aziatisch masseren, Indisch zingen en Chinees knippen en vouwen. De politie had korte mouwen en kekke petjes en niets te doen. Hun paarden hadden witte sokken. Ik dronk muntthee van Marokkanen met een Waaslands accent, onder het goedkeurend oog van Albert II en Mohammed V. Ik kocht oorbellen uit koehoorn van een Kikuyu met een stralende glimlach die vlekkeloos AN sprak. Maar niets met strepen of anderzijds etnisch waarmee je buiten een festivalterrein in affronten valt. Ik at chorizo en calamares en een broodje lomo zonder mottig te worden en danste salsa met El Rubio. Het Antwerp Gypsy Ska Orchestra speelde een verschroeiende set en de bandleden van vijf verschillende nationaliteiten vertelden aan iedereen die het horen wilde dat ze legaal in het land verbleven. Er deden zich geen aardbevingen, cyclonen of terroristische aanslagen voor. Mensen likten ijsjes en waren content. Sommigen zagen elkaar graag. Noem mij naïef, maar die zaterdag in De Schorre had ik sterk de indruk dat het met de mensheid de goeie kant opging. Kan natuurlijk ook aan die twee mojito's en die halve fles cava gelegen hebben.Linda Asselbergs