I am officially Very Poorly. Met dat understatement kondigde de schrijver Iain Banks in april 2013 aan dat hij ziek was. Hij stierf drie maanden later, op 9 juni. Ik zou die avond bij vrienden gaan eten, maar heb mijn afspraak afgezegd om thuis met een glas te treuren om een Schot die ik nooit ontmoet heb. Overdreven ? Misschien, maar ondertussen kijken we niet meer op als het grote publiek echt geraakt blijkt door de dood van een getalenteerde onbekende.
...

I am officially Very Poorly. Met dat understatement kondigde de schrijver Iain Banks in april 2013 aan dat hij ziek was. Hij stierf drie maanden later, op 9 juni. Ik zou die avond bij vrienden gaan eten, maar heb mijn afspraak afgezegd om thuis met een glas te treuren om een Schot die ik nooit ontmoet heb. Overdreven ? Misschien, maar ondertussen kijken we niet meer op als het grote publiek echt geraakt blijkt door de dood van een getalenteerde onbekende. Bowie, Cruijff, Prince, ze werden herdacht met avondvullende radiomarathons, stomende dansavonden en op de veertiende minuut stilgelegde voetbaltoppers. Als eerbetoon, uiteraard. Iconen van dat kaliber verleggen een behoorlijk grote steen in de rivier. Cruijff vond het moderne voetbal uit en zowel Bowie als Prince produceerden niet alleen een rits muzikale meesterwerken, maar zorgden er als succesvolle rare kwieten voor dat doodgewone rare kwieten zich minder zorgen maakten over die status. We branden onze kaarsjes niet alleen voor hun objectieve verdienste. Als we huilen om een beroemdheid, huilen we ook een beetje voor onszelf. Ik plaag mijn niet erg hippe vader al mijn hele leven met het feit dat hij exact even oud was als David Bowie, in een futiele poging om hem tot wat meer moderniteit aan te zetten. Of hoe plagerijen plots confronterend worden. Sterfelijkheid sucks. Zelfs wie niet existentieel aangelegd is, voelt een nostalgische stuiptrekking als een idool komt te gaan. Omdat ze deel uitmaken van ons leven. Een bevriende voetbalfan vertelt met tranen in de ogen over het magistrale doelpunt van Cruijff dat de overwinning van Holland op Argentinië in 1974 inzette, en hoe hij als zesjarige samen met zijn broer en vader juichend het hele huis rondliep. Prince verzorgde de soundtrack van mijn puberteit. Ik zag Purple Rain pas bij een derde bioscoopbezoek helemaal, want de eerste twee keer zat ik enthousiast te zoenen met mijn lief. De frustratie van heel wat tienerruzies werd weggedanst op Let's Go Crazy en een flard tekst van Sometimes It Snowsin April figureerde op het bidprentje van mijn oma. De dood van iemand die ons naast mooie herinneringen ook troost, plezier en schoonheid bezorgde, pikt. Het ontzegt ons ook toekomstige herinneringen. "Naar welk concert gaan we nu nog samen kijken?", sms'te een van mijn beste vriendinnen. Sinds we in augustus 1986 samen de Parade-tour zagen in Vorst Nationaal, hebben we geen enkele van Princes doortochten gemist. We waren vast van plan om tot op hoge leeftijd te gaan feesten telkens als hij België aandeed. Net als bij Iain Banks was ik dus om hogelijk egoïstische redenen overstuur. Banks' fantasierijke brein en zalige pen bezorgen me al twintig jaar sublieme leesmomenten en ik keek oprecht uit naar elke nieuwe roman van zijn hand. Hij was een van de mensen met wie ik samen oud wilde worden. Zijn laatste boek, The Quarry, ligt al drie jaar ongelezen in mijn kast. Het idee dat ik nooit meer een nieuwe Banks zal lezen, kan ik voorlopig nog niet aan. Ik hef op 9 juni een glas voor wijlen Iain en doe bij dezen een warme oproep aan Billy Bragg, E van Eels, Anna Gavalda, Dawn French, Nick Hornby, Ken Loach en Pedro Almodovar: zorg aub goed voor uzelf. Nathalie.le.blanc@knack.be NATHALIE LE BLANCZijn laatste boek ligt al drie jaar ongelezen in mijn kast. Het idee dat ik nooit meer een nieuwe Banks zal lezen, kan ik voorlopig niet aan