In de stad wonen heeft zo zijn voordelen. Kruidenier, museum, kledingwinkel... alles bevindt zich op fiets- of wandelafstand van je voordeur. Alleen aan groene ruimte is er in onze steden een nijpend gebrek. Dat is nog eens duidelijk geworden tijdens de huidige pandemie. Maar in de lokale bestuurskamers groeit gelukkig het besef d...

In de stad wonen heeft zo zijn voordelen. Kruidenier, museum, kledingwinkel... alles bevindt zich op fiets- of wandelafstand van je voordeur. Alleen aan groene ruimte is er in onze steden een nijpend gebrek. Dat is nog eens duidelijk geworden tijdens de huidige pandemie. Maar in de lokale bestuurskamers groeit gelukkig het besef dat daar iets aan gedaan moet worden. Steeds meer welgestelde zestigplussers ontdekken de praktische voordelen van de stad (zie p. 24) en verlaten hun villa's in de buitenwijken voor een appartement in een van de vele nieuwbouwprojecten in het centrum. Praktisch en logisch, want als de kinderen het huis uit zijn, is de ouderlijke woning vaak te groot en vergt de tuin te veel onderhoud. Toch vraagt zo'n verhuizing een hele aanpassing. Buren wonen plots heel dichtbij, en stadslawaai is iets helemaal anders dan het tsjirpen van vogels en het gebrom van een occasionele grasmaaier. Op een kleine oppervlakte met zo veel verschillende mensen en generaties samenleven is een oefening in verdraagzaamheid. Toen het Antwerpse stadsbestuur onlangs haar plannen voor de heraanleg van de Scheldekaaien ter hoogte van het Nieuw Zuid presenteerde, was er veel protest tegen het geplande skatepark. De sport werd het afgelopen jaar razend populair, maar niet elke ondergrond is even slijtvast en geschikt om te skaten. Dat het stadsbestuur voor deze sportievelingen een plek voorziet langs de Schelde is geen overbodige luxe. De angst voor overlast bij de flatbewoners van deze nieuwe wijk getuigde alvast niet van overdreven veel verdraagzaamheid. Iedereen heeft recht op een beetje openbare ruimte, ook jongeren die zich willen amuseren.