De Zoo kwam er in 1843 als een soort countryclub. Een exclusief kader waarin de Antwerpse bourgeoisie elkaar ontmoette. Golf of polo bestond nog niet. De exclusiviteit werd toen in de verf gezet met exotische dieren, al sinds de oudheid hét statussymbool van de rijken. De Zoo had ook een eigen concertzaal, de huidige Koningin Elisabethzaal. Er was zelfs een eigen symfonieorkest, waarvan onder meer Peter Benoit nog dirigent is geweest.
...

De Zoo kwam er in 1843 als een soort countryclub. Een exclusief kader waarin de Antwerpse bourgeoisie elkaar ontmoette. Golf of polo bestond nog niet. De exclusiviteit werd toen in de verf gezet met exotische dieren, al sinds de oudheid hét statussymbool van de rijken. De Zoo had ook een eigen concertzaal, de huidige Koningin Elisabethzaal. Er was zelfs een eigen symfonieorkest, waarvan onder meer Peter Benoit nog dirigent is geweest. Ik ben de negende directeur van de Zoo. Het was de zevende, Walter Van den Bergh, die voor het eerst voorbij de sociale en toeristische functie keek. Zeer visionair, al in de jaren zestig, waarschuwde hij dat het met de natuur verkeerd zou aflopen als we niet snel ingrepen. Daarom gaf hij de Zoo ook een natuurbehouds- en wetenschappelijke functie. Nu is dat onze raison d'être : soorten in stand houden, wetenschappelijk onderzoek verrichten en op een ontspannende manier sensibiliseren. Wij halen geen enkel zoogdier of vogel meer uit de natuur. Om inteelt te voorkomen, moeten dierentuinen nauw samenwerken. Elke zoo heeft de hoede over welbepaalde soorten. Bij ons zijn dat de Congosoorten, zoals de okapi. Sinds de oorlog in Congo is ons wetenschappelijke team moeten verhuizen, we hebben geen idee meer hoeveel okapi's nog in het wild leven. Die worden al jaren gestroopt. In dierentuinen zijn er nog 275, bitter weinig. Van elk jong hebben we hier het genetische paspoort. Onze koppelaarster van dienst gaat bij elke geboorte wereldwijd op zoek naar de beste match voor later : een okapi-jong dat er genetisch het verst van verwijderd is. Met dierenrechtenorganisaties hebben we meer overeenkomsten dan verschillen. Zij ijveren voor de individuele rechten van het individuele dier. Wij voor de rechten en de instandhouding van een diersoort. Zij vinden dat je geen enkel dier mag gebruiken, wij dat je geen enkel dier mag misbruiken. Met Michel Vandenbosch van Gaia drink ik wel eens een pint, ook al zijn we het absoluut niet altijd met elkaar eens. Never fall in love with the merchandise. Dat was mijn belangrijkste adagium in mijn carrière als crisismanager, toen ik van het ene bedrijf in moeilijkheden naar het andere hopte om het weer op de sporen te zetten. Als directeur van de Zoo heb ik die wet overtreden. Hier kun je niet anders dan je hechten aan het park. Ook al moet je de Zoo runnen als elk ander bedrijf : we worden maar voor tien procent gesubsidieerd. In de jaren tachtig raakte de Zoo zijn monopolie kwijt op de vrijetijdsmarkt. Pretparken, zondagswinkelen, de vele evenementen, en dat alles in een allesverslindende gratiscultuur : de Zoo had plots concurrentie. Toen ik hier aankwam in 2001 maakte de Zoo tot 2,5 miljoen euro nettoverlies per jaar. Ik heb een interne reorganisatie doorgevoerd, maar vooral ook een interne cultuurommezwaai. Niet : mensen mogen blij zijn dat ze op bezoek mogen komen. Wel : wij moeten blij zijn dat ze willen komen. Ik heb zo de allereerste commerciële directeur aangesteld : Anja Stas, die de geboorte van het olifantje Kai-Mook mooi in de markt heeft gezet. Intussen boeken we jaarlijks tot 5 miljoen euro overschot. En halen we, samen met Planckendael, jaarlijks 2,5 miljoen bezoekers. Ik wil stoppen op een hoogtepunt. Nu dus. Dit zijn mijn laatste maanden, er wordt al aan mijn buste gewerkt om hier in de gang bij mijn voorgangers te zetten. Ik wil niet dat ene jaar te veel doen. Bovendien heb ik nog iets goed te maken. Ik heb veel te hard gewerkt : ik ben een slechte vader geweest, ik hoop op zijn minst een goede grootvader te zijn. Het zwarte gat ? Ben ik niet bang voor. Jammer wel dat ik mijn passie niet meer kan uitoefenen. Ik ben piloot, maar raak al lang niet meer aan de verplichte honderd vlieguren per jaar. Toen ik nog in de privésector werkte, vloog ik vaak met de vliegtuigen van het bedrijf en ging dat vanzelf. Maar goed, ik heb nogal wat bestuursmandaten en vrijwilligerswerk die tijd vragen. Zolang ik mijn kleinkinderen maar vaak zie. Rudy Van Eysendeyk (62) is directeur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, de KMDA, www.kmda.org Door Guinevere Claeys / Foto Rob Walbers