Ik houd zielsveel van de achttiende-eeuwse architectuur en interieurs", vertrouwt modeontwerper Edouard Vermeulen ons toe. Dat verwondert ons niet, want zijn gevoel voor elegantie ontdek je ook in zijn modecollectie Natan. Maar hij houdt er wel aan zijn keuze voor de achttiende eeuw even te preciseren. Natuurlijk wordt ook hij gecharmeerd door de grandeur van die tijd, en is hij onder de indruk van decors à la Versailles. Maar voor zijn persoonlijke leefwereld verkiest hij de landelijke achttiende eeuw, zonder overdreven glamour. "Geef mij maar een echt landhuis met open deuren die het groen direct naar binnen halen, waar je zo in de tuin stapt en weer binnen, zonder drempel. Een huis met een pastorale sfeer, zonder overdreven pronk en liefst met een natuurlijk patina", legt hij uit.
...

Ik houd zielsveel van de achttiende-eeuwse architectuur en interieurs", vertrouwt modeontwerper Edouard Vermeulen ons toe. Dat verwondert ons niet, want zijn gevoel voor elegantie ontdek je ook in zijn modecollectie Natan. Maar hij houdt er wel aan zijn keuze voor de achttiende eeuw even te preciseren. Natuurlijk wordt ook hij gecharmeerd door de grandeur van die tijd, en is hij onder de indruk van decors à la Versailles. Maar voor zijn persoonlijke leefwereld verkiest hij de landelijke achttiende eeuw, zonder overdreven glamour. "Geef mij maar een echt landhuis met open deuren die het groen direct naar binnen halen, waar je zo in de tuin stapt en weer binnen, zonder drempel. Een huis met een pastorale sfeer, zonder overdreven pronk en liefst met een natuurlijk patina", legt hij uit. Daarom voelt hij zich zo thuis op het landgoed Rozenhout, in de buurt van Sint-Katelijne-Waver. Het stamt grotendeels uit 1729, zoals blijkt uit een jaartal op een vloersteen, en heeft een symmetrisch opgebouwd grondplan en een gepleisterde gevel die in het midden wordt bekroond door een fronton. De architectuur oogt ietwat streng, want er zijn amper versieringen, maar de mooi geproportioneerde lijsten zorgen voor een barok effect. Het gebouw werd vanzelfsprekend aangepast in de loop van de tijd en staat vermoedelijk op een plek waar ooit eerder een zomerhuis stond. Deze streek genoot immers in de glorierijke zeventiende eeuw van de bloei van Brussel. Tal van patriciërs betrokken op een halve dag rijden, per koets natuurlijk, een landhuis. Tijdens de zomer zochten ze daar de rust en koelte op. Precies wat Edouard Vermeulen nu ook doet, want hij heeft nog een pied-à-terre in de hoofdstad, vlak bij zijn modezaak. Met zijn vele oude bomen en rijke tuin is Rozenhout een gedroomde rustplaats voor het weekend. De aanplantingen werden trouwens samen met de bekende tuinspecialist Marc Moris opgeknapt. Ook het gebouw zelf liet Vermeulen restaureren en herinrichten. Hiervoor werkte hij samen met de befaamde architect Raymond Rombouts, die in Vlaanderen veel landhuizen optrok en restaureerde met artisanale methodes, zonder het toevoegen van moderne elementen. Zijn stijl is met andere woorden aan de twintigste eeuw ontsnapt. In een eerste fase werd een storend bijgebouw gesloopt om de symmetrie van het geheel te herstellen. "Dit is voor zo'n architectuur immers van het grootste belang", stipt Edouard Vermeulen aan. "Omwille van het evenwicht van de volumes en de perspectieven. Daarom koos ik ervoor om binnen, aan de tuinzijde, een enfilade te creëren. De bedoeling is dat je vanuit de woning heel diep in de tuin kunt kijken, zonder dat de blik wordt verstoord."Sommige oude vloeren en interieurelementen bleven uiteraard bewaard. Het houtatelier van de Harlez de Deulin bracht hier en daar vloeren aan in antiek Frans parket. En in één ruimte werd er een achttiende-eeuwse lambrisering hergebruikt, waarvan het patina een inspiratiebron was voor het palet van heel het interieur. "Ik houd enorm veel van antieke patina's", legt de bouwheer uit. "Daaruit puur ik zelfs de kleuren voor mijn modeontwerpen. Mijn hart gaat uit naar onuitgesproken tinten. Als ik voor geel kies, dan zit er ook wat grijs in. Dat past allemaal bij de tijdloze sfeer die ik hier wil vasthouden."Om de harmonie en authenticiteit van dit ensemble niet te verstoren, integreerde hij er geen stijlvreemde of hedendaagse elementen in. De moderne architectuur spreekt hem wel aan, maar hij wil die niet opdringen aan dit gebouw. "Mocht ik iets geheel nieuws moeten bouwen, dan zou ik dat bijvoorbeeld niet in een traditionele stijl doen. Maar vul je iets ouds aan, dan heb je respect voor de basisstijl. Momenteel richt ik bijvoorbeeld in Brussel een appartement in uit 1928. Daarbij inspireer ik me dan meer op de moderne stijl van toen, uit eerbied voor de harmonie. Veel mensen bestrijden de stijl van een gebouw, in plaats van ermee te communiceren. Je kunt altijd hedendaagse accenten aanbrengen, vooral door er moderne kunst, meubels of objecten aan toe te voegen."Door Piet Swimberghe - Foto's Jan Verlinde