:: Château d'Attre, avenue du Château 8, 7941 Attre, 068 45 44 60,
...

:: Château d'Attre, avenue du Château 8, 7941 Attre, 068 45 44 60, e-mail : château.de.attre@skynet.be In april, mei, juni, september en oktober open op zon- en feestdagen van 14 tot 18 uur. In juli en augustus : zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur. Het park is vrij toegankelijk. Laat kinderen echter niet zonder toezicht in de buurt van de ruïne rondlopen. Geleide bezoeken aan het kasteel zijn op de vermelde dagen ook mogelijk.Het huidige gebouw - waarvan men twee jaar geleden het 250-jarig bestaan heeft gevierd - werd opgetrokken op de plaats van een ander, dat toen als ouderwets werd beschouwd. We zijn in 1752. François-Philippe Franeau d'Hyon, Graaf van Gommegnies, besluit om het oude landhuis met de grond gelijk te maken en een château de plaisance te bouwen. Onze contreien werden bestuurd door de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia. Het land leefde opnieuw in vrede vanaf 1748. Dat betekende dat de handel met India, de landbouw en de mijnindustrie opbloeiden. Het werd tijd om de defensieve en militaire architectuur te ruilen voor een burgerlijke architectuur. In zijn genre is Attre een van de mooiste voorbeelden van het toenmalige classicisme. De gevel is zeer evenwichtig, goed geproportioneerd en bijzonder rechtlijnig. François-Philippe heeft jammer genoeg niet meer van het nieuwe Attre kunnen genieten. Hij stierf in 1755 en het is zijn zoon François-Ferdinand die de werken voltooide. Er zijn twee atmosferen te onderscheiden in de tuin. Wanneer je vanaf de straat naar het kasteel kijkt, is de aanblik Frans. De grootvader van de huidige eigenaar wijzigde het voorplein in 1912. Dat is nu een groot gazon met een rij taxusplanten. Aan de zijkanten en in de buurt van het kasteel staan leilindes, geaccentueerd door een lichtjes hellende 'tafel' van buxus. Achter het kasteel bevindt zich een Engels park, aangelegd in de bloeiperiode van de zogenaamde romantische tuinen. Om zijn ideaal te verwezenlijken, gaf François-Ferdinand dertig jaar lang aanzienlijke bedragen uit. Hij wilde duidelijk laten zien dat hij er warmpjes in zat. Gezien van op de trappen aan de achterzijde van het kasteel beantwoordt het park van Attre aan het perfecte model van de Engelse tuin, naar het voorbeeld van het mythische Stowe of zelfs Stourhead. Het landschap is zacht glooiend, met groepjes bomen en een bos. Een zijrivier van de Dender loopt erdoorheen. De koeien, paarden en schapen die er vandaag rondlopen, doen vergeten dat dit landschap helemaal gemodelleerd is. Uit de schaarse archieven van Attre is echter niet op te maken hoe groot de ingrepen zijn geweest. Maar het is duidelijk dat de manier waarop het landschap eindigt aan de grenzen van het domein, heel vernuftig werd georkestreerd. Eerst gaat het licht naar omhoog en daarna dalen de hoogtelijnen opnieuw, zodat je niet ziet waar de grens zich bevindt. De Belgische landschapsarchitect Denis Dujardin, die in ons land enkele van de interessantste hedendaagse tuinen heeft aangelegd, is een van de beste specialisten op het gebied van Attre en zijn geschiedenis. "Je hebt veel tijd nodig om deze tuin te ontdekken. In die zin is Attre een echt Engels park, helemaal het tegenovergestelde van een Franse of een Italiaanse tuin. Kort samengevat zijn die ontworpen om met één blik het geheel te kunnen overzien. In het begin van de 18de eeuw gingen de Engelsen een andere richting uit. Je moet je in de tuin verplaatsen om te ontdekken wat er te beleven valt. Je moet wandelend nieuwe uitzichten vormen op het landschap en zijn geheimen. In feite een beetje cinema avant la lettre, met dat verschil dat niet de film voor onze ogen beweegt, maar dat je door jezelf te verplaatsen het landschap doet bewegen. Deze Engelse uitvinding werd later ook in Frankrijk en in Duitsland gekopieerd." Nog volgens Denis Dujardin : "Het is waar dat men vaak spreekt over het romantische park à la Jean-Jacques Rousseau. Maar vergis je niet, de aanblik die wordt geboden is niet die van de liefelijke natuur van Sint-Franciscus die tot de vogels spreekt, maar een onrustwekkende natuur, zoals afgebeeld op schilderijen van getormenteerde schilders als Kaspar David Friedrich of Nicolas Poussin. De natuur boezemt angst in wanneer je haar tart." In de 18de eeuw hebben Engelse landschapsarchitecten prachtige dingen verwezenlijkt. Hun invloed drong door tot in Frankrijk. Twee belangrijke plaatsen zijn het Park van Ermenonville, dat werd voltooid in 1776 en Le Désert de Retz, voltooid in 1785. En dan waren er ook invloeden van de grote wereldreizigers en hun expedities naar China. Het aanleggen van ondergrondse waterlopen bijvoorbeeld, voor het lawaai dat ze bovengronds maken. "Het mooiste voorbeeld van die onrustwekkende natuur is de Rots van Attre", zegt Denis Dujardin. "Zoals ze er vandaag staat, helemaal overwoekerd door klimop en bijna verpletterd door bomen en struiken, heeft ze ongetwijfeld het ideaal bereikt dat de ontwerpers voor ogen hadden." De ruïne is inderdaad een van de opvallendste kenmerken van de tuinen uit die tijd. Men bouwde paviljoenen of folly's met oude materialen. Men ging daarbij zelfs zover om vermolmd of speciaal verkoold hout te gebruiken. Deze ruïnes wekken de indruk dat ze oud zijn en bevestigen de dominantie van de natuur op de mens, een simpele sterveling. Bij de Duitse romantici bijvoorbeeld waren de echte en valse ruïnes van gotische monumenten erg in trek. Het waanzinnige project van François-Ferdinand Franeau is iets heel anders. Hij trok een gebouw op met verscheidene verdiepingen en met de allures van een 24 meter hoge rots. De toren lijkt neergepoot op een hoop zand en stenen en is omgeven door een weelderige plantengroei. En alsof dat nog niet genoeg was, rust het geheel op een wirwar van grotten, ook op verschillende niveaus, waarvan het laagste aan de rand van een meer, dat water krijgt uit de Dender. Men zegt dat de werken zes of zeven jaar hebben geduurd en dat veertig arbeiders - Poolse krijgsgevangenen - onafgebroken hebben gewerkt. In deze constructie kan men niet méér zien dan de wil om het vlakke land in deze streek van Henegouwen te domineren. Men zegt inderdaad dat de jagers boven in de toren een unieke uitkijkpost en schietplek hadden. Aartshertogin Maria-Christina van Oostenrijk, die twee dagen per jaar in Attre doorbracht, hield heel veel van dit plekje. Naar verluidt liet men dan in de weiden goed zichtbare witte konijntjes los, om het jachttafereel voor deze bijziende adellijke dame wat op te smukken. Voor Denis Dujardin bevat het aangelegde landschap van Attre met zijn paviljoenen en folly's, talloze tekens en symbolen. "Deze plek zit vol verwijzingen en toespelingen. De kleine heuveltjes, beplant met drie bomen, verwijzen naar Christus' tocht naar de Calvarieberg met de drie kruisen. Van de toren zelf vermoedt men dat hij symbool staat voor de vooruitgang van het individu volgens de opvattingen van de vrijmetselarij. Men moet binnengaan langs de fundamenten en de duisternis van de grotten, en zich een weg banen om ooit het licht van de ingewijden te bereiken." De centrale kamer boven in de toren was vroeger volledig betimmerd met hout en schors. Ondanks de vervallen staat kan men zich een idee vormen van het private en exclusieve karakter van dit vertrek, dat de toenmalige eigenaar had laten inrichten. De huidige erfgenaam en eigenaar, Baudouin de Meester de Heydonck, is een bevlogen man. "Wij zijn van plan de toren te restaureren. We hebben bijvoorbeeld ontdekt, dat het verdwenen gedeelte van het plafond een inklapbare trap was, die dateert van het einde van de 18de eeuw. Uitgeklapt gaf hij toegang tot het terras boven op de Rots. Met een mechanisme werd de trap recht gezet. Eenmaal ingeklapt zag men niets meer. Het plafond leek intact. Men kon hier dus aanwezig zijn, zonder dat iemand het vermoedde." Omdat er weinig archiefstukken bewaard zijn, gaat Baudouin de Meester zelf op zoek. "Toen we een grote esdoorn weghaalden, stelden we vast dat de zon op 21 maart op een bepaald tijdstip het liggende beeld van Magdalena bescheen, dat zich in de laagst gelegen grot bij het water bevindt. We denken dat dit fenomeen zich op 21 juni nog eens zou kunnen voordoen." Telkens wanneer Denis Dujardin het domein bezoekt, laat hij zich graag verrassen door nieuwe ontdekkingen. Hij krijgt er maar niet genoeg van. "Je gaat bijvoorbeeld een van de grotten binnen. Je staat in het donker en hebt al zin om terug te keren. Maar het volstaat een halve meter op de tast door te lopen en je komt in een hel verlichte zaal. Men zegt dat het vensterglas boven in de toren vroeger rood was. Je hoefde in de torenkamer maar enkele toortsen aan te steken om binnen in het kasteel de indruk te wekken dat de toren in brand stond. Gewoon geniaal." Tekst en foto's J.-P. GabrielTwee atmosferen in de tuin van Attre : vooraan is de aanblik Frans, met een groot gazon en een rij taxusplanten. Achter het kasteel ligt een Engels park, aangelegd in de bloeiperiode van de zogenaamde romantische tuinen.De 24 meter hoge Rots van Attre is vandaag overwoekerd door klimop en bijna verpletterd door bomen en struiken. De toren lijkt neergepoot op een hoop zand en stenen, maar rust op een wirwar van grotten.