Tahiti, metropool in de tropen

Tja, ook op de ringweg rond Tahiti, het grootste en drukst bevolkte eiland van Frans-Polynesië, kan het druk zijn. Papeete, met zijn haven en internationale luchthaven dé toegangspoort tot het Franse overzeese gebied, geldt als het tropische equivalent van de metropool. Twintig auto's voor een rood licht heten hier een file. Voor Joël Hart, mijn gids, is het slechts een van de vele beschavingsziekten die de eilanden sinds de komst van de Europeanen teisteren.
...

Tja, ook op de ringweg rond Tahiti, het grootste en drukst bevolkte eiland van Frans-Polynesië, kan het druk zijn. Papeete, met zijn haven en internationale luchthaven dé toegangspoort tot het Franse overzeese gebied, geldt als het tropische equivalent van de metropool. Twintig auto's voor een rood licht heten hier een file. Voor Joël Hart, mijn gids, is het slechts een van de vele beschavingsziekten die de eilanden sinds de komst van de Europeanen teisteren. Plattelandsrust is op dit tropische eiland echter snel gevonden. Langs de kust liggen zwarte zandstranden waar surfers dansen op de golven. En het binnenland, dat blijft helemaal terra incognita, waar alleen locals badend in de rivier een biertje drinken. Absolute eenzaamheid vind je in le monde céleste, de hemelse toppen van het gebergte dat het centrum van het eiland beslaat. De hoogste pieken, ruim 2000 meter, flirten haast voortdurend met een wolkensluier. Vanavond ruil ik de vijfsterrenluxe van het Radisson Plaza Resort aan het strand voor een refuge op 1800 meter. Door de groene vallei van Fautaua klimt een kronkelweg naar het Belvédère, een restaurant 600 meter hoog op de bergflank. Wilde hibiscus geurt overweldigend. Aan onze voeten ligt Papeete, het economische hart op de kust. Joël haalt opgelucht adem, de broeierige stadsdrukte is nu ver weg. Hier begin ik, in het gezelschap van berggids Hervé Maraetaata, aan mijn klim naar Mont Aorai, de derde berg van de archipel. De tocht, vanaf de eerste hellingen zeer steil, lijkt niet geschikt voor toeristen op teenslippers. Niet toevallig heeft het Franse leger aan het begin van het pad een trainingskamp. Het regenwoud, een helgroene wereld van lianen en boomvarens, slingerplanten en palmen, glimt van het vocht. Talloze epifyten en orchideeën vinden op deze hellingen het geschikte klimaat. "Van zeeniveau tot aan de subalpiene toppen tref je hier vijf biotopen aan," verklaart mijn gids, "met een ongekende biologische diversiteit." Maar de helft van de endemische planten wordt bedreigd door vreemde soorten, ingevoerd door Europeanen. Miconia calvescens DC. (Melastomataceae), in 1937 als sierplant geïntroduceerd op Tahiti, woekert als onkruid op tweederde van het eiland. "Als de soldaten hier oefenen, dan wieden ze wel eens jonge scheuten." Toch lijkt de Purperen Pest niet te stoppen. Op de Col de la Hamuta pauzeren we in de schaduw van de boomvarens. Zweet gutst van mijn slapen. De hitte, de vochtigheid, de jetlag... In de tropen lijkt een trektocht veel zwaarder dan op vertrouwd terrein. Het pad volgt nu de kam van het gebergte, verheven boven de wolken die als badschuim in de valleien drijven. Het weelderige woud maakt plaats voor weerbarstig struikgewas en een zee van varens. Vanaf Fare Mato, de eerste hut op 1400 meter, klimt het smalle pad over de Duivelsrots, een richel met duizelingwekkende hellingen. Aan de tweede refuge, op 1800 meter, geniet ik van een machtig panorama, de loodrechte wanden van de Orohenabergen, het groene amfitheater van de Diadème dat de valleien omarmt, en aan de horizon kleine buur Moorea, mijn volgende bestemming. Moorea, de 'tuin van Tahiti' gezegend met vruchtbare valleien, ligt op amper een halfuur varen van Papeete. Het eiland heeft zijn landelijk karakter uitstekend bewaard en focust op duurzaam kwaliteitstoerisme. Onder de luxueuze bungalows op palen van het Intercontinental Moorea Resort and Spa vind je niet alleen een kleurrijke wereld van lagunevissen, maar ook een Turtle Sanctuary voor gekwetste zeeschildpadden en het Moorea Dolphin Center, een opvangcentrum voor dolfijnen. Opgewonden kinderen verzamelen bij het bassin waar de acrobaten hun capriolen vertonen, en wie reserveert kan ook zwemmen met de zeezoogdieren. Het rif biedt hier uitstekende snorkelgelegenheden. Voor de zandstranden van Hauru Point, in het uiterste noordwesten, liggen minuscule motu's, eilandjes soms slechts een zandbank groot. Wie liever zijn stapschoenen aantrekt, heeft op deze parel keuze bij de vleet, zoals de lange mars naar La Montagne Percée, een berg met een gat in de top, of een erg sportieve klim naar de top van Mont Rotui, via haast loodrechte flanken. Ik volg Le sentier des Ancêtres, een pad in de schaduw van wilde kastanjes door de vallei van Opunohu, waar de vele marae (platforms van vulkaan of koraalsteen) in stilte getuigen dat voor de komst van de Europeanen dit gebied dichtbevolkt was. De oudste structuren dateren uit de dertiende eeuw. Maar op de archeologische site ben ik de enige bezoeker, net als op mijn klim naar de Col des Trois Cocotiers, nochtans de populairste wandeling op het eiland. De hooggelegen open plek, waar nog slechts één palmboom staat, biedt een weergaloos uitzicht over de noordkust, waar Mont Rotui als een haast perfecte piramide pronkt tussen de mooie baaien van Opounohu en Cook. Op de terugweg zoek ik verfrissing in het Lycée Professionnel Agricole, een tuinbouwschool waar tropische vruchten verwerkt worden tot sap, jam of ijsjes. Het exotische smakenpalet is overweldigend : kokos, banaan, plaatselijke vanille, passievrucht, gember, guave, papaja, mango, limoen of noni, de meest typische vrucht van het eiland. En nog steeds geen toerist tegen het lijf gelopen ! Dat verandert 's avonds in het Tiki Village, het geesteskind van Olivier Briac, een choreograaf uit Parijs die op Moorea aanspoelde en bleef. In het gereconstrueerde 'traditionele dorp' van de zelfverklaarde sauvage blanc tonen de plaatselijke mama's hoe hun voorouders boombast bewerkten tot papier, snijden de mannen kunstig houtsnijwerk en demonstreert het keukenpersoneel de traditionele ondergrondse oven, een langzaam smeulend mannenwerk. Het Tiki Village lijkt een lokale variant van Bokrijk, maar het internationale publiek beloont met een staande ovatie de dansers en vuurspuwers voor het geleverde spektakel, zeker het beste van het eiland. Bora Bora, het eiland van de jonggehuwden, is ongetwijfeld een van de mooiste plekken van Polynesië. Ook het exclusieve Bora Bora Pearl Beach Resort, waar mijn bungalow met dompelbad in een ommuurde tuin alle privacy biedt die een huwelijkreis kan verlangen, onderneemt natuurbeschermende maatregelen. Betonblokken voor het strand vormen een broedplaats voor bedreigd koraal, dat met monnikengeduld door duikers geplant wordt. Maar begin november vertroebelen regenbuien het zicht onder water. De lagune, onder een stralende zon van een hemels azuurblauw, weerspiegelt de grijze lucht. Toch verken ik met Pierrot Taati de lagune, waar mijn gids al jaren elke dag roggen en haaien voedt. "Het duurde een eeuwigheid om hun vertrouwen te winnen, maar zodra ik de eerste rog kon lokken, volgde de rest snel. Nu zijn mijn vrienden steevast op het rendez-vous." Er staat flink wat golfslag in de lagune, en het regent, maar een dag overslaan zit er voor Pierrot niet in. Bij weer en wind vaart hij naar Mathilde en Lolita, twee pijlstaartroggen die uit zijn hand eten. "Geen plotse bewegingen maken, en er ook niet op trappen", waarschuwt de roggenfluisteraar. Ik sta tot mijn middel in het water, met een snorkel op de neus, terwijl een handvol roggen als vlinders rond mijn benen fladderen. Ze voelen kil aan, slijmerig, maar laten zich strelen. Na enkele minuten cirkelen enkele zwarttiphaaien rond ons, aangetrokken voor het visvoer van Pierrot. "Deze rifhaaien zijn onschuldig", verzekert Pierrot. En gelukkig zijn ze minder opdringerig dan de rog die mijn navel zoent. Op de berg Temahani werd Oro, een voorname plaatselijke god, geboren. Bovendien groeit op het plateau, ruim 700 meter hoog, de zeldzame Tiare Apetahi, een bloem die nergens anders gedijt. Voldoende redenen om zeventien kilometer te stappen, lijkt me. Maar gids Erik Pelle kijkt zorgelijk naar de wolken die het gebergte aan het oog onttrekken. De pittige trektocht, 772 meter klimmen en zeker zeven uren stappen, is absoluut af te raden tijdens het regenweer dat hij verwacht. Als alternatief verkennen we de Marae Taputapuatea, een van de grootste en belangrijkste heiligdommen van de archipel, een bakermat van de Polynesische cultuur. Het enorme platform van zwarte vulkanische keien ligt enigszins vergeten aan het strand. Dan banen we ons een weg door het regenwoud naar de drie watervallen, een mooie halve dagtocht langs een kronkelende rivier, af en toe klauterend over rotspartijen of tussen boomwortels. Op het eind van de tocht nemen we een frisse douche onder de derde waterval, zalvend natuurgeweld in een hervonden paradijs. Alleen de deernes van Gauguin ontbreken in dit tropische tafereel.TEKST EN FOTO'S JO FRANSENOP HET EIND VAN DE TOCHT NEMEN WE EEN FRISSE DOUCHE ONDER DE WATERVAL.