De vriend van mijn moeder lijkt op Hannibal Lecter. Ik vroeg mij al een tijdje af aan wie hij mij zo sterk deed denken, maar opeens weet ik het. Niet alleen zijn gelaatstrekken heeft hij met de onvolprezen killer uit The Silence of the Lambs gemeen. Hij beweegt zich op dezelfde watergladde manier door de kamer, op zolen van crèpe, waardoor je het nauwelijks merkt als hij zich verplaatst. Je hebt het gevoel dat hij elk ogenblik achter, maar bijvoorbeeld ook boven je zou kunnen opduiken, niet gehinderd door de wetten van de zwaartekracht. Zelfs de schittering in zijn ogen klopt helemaal. Bij Hannibal kan die zowel teweeggebracht worden door een ontroerende operascène als door de zorgvuldig uitgelepelde hersentjes van een mens.
...

De vriend van mijn moeder lijkt op Hannibal Lecter. Ik vroeg mij al een tijdje af aan wie hij mij zo sterk deed denken, maar opeens weet ik het. Niet alleen zijn gelaatstrekken heeft hij met de onvolprezen killer uit The Silence of the Lambs gemeen. Hij beweegt zich op dezelfde watergladde manier door de kamer, op zolen van crèpe, waardoor je het nauwelijks merkt als hij zich verplaatst. Je hebt het gevoel dat hij elk ogenblik achter, maar bijvoorbeeld ook boven je zou kunnen opduiken, niet gehinderd door de wetten van de zwaartekracht. Zelfs de schittering in zijn ogen klopt helemaal. Bij Hannibal kan die zowel teweeggebracht worden door een ontroerende operascène als door de zorgvuldig uitgelepelde hersentjes van een mens. "Hoe wilt u hem gebakken ?" heeft de dienster gevraagd, daarmee doelend op mijn steak. Zoals altijd was ik van mijn à propos gebracht en moest ik even naar de Franse woorden zoeken, voor ik er " à point" uitkreeg. Ik vind het een eer met Hannibal te mogen tafelen. Hij heeft iets verzorgds en welgemanierds, met zijn stropdas, keurige pak en altijd gladgeschoren kin. Misschien is hij ook toegewijd en teder. Maar door die fysieke gelijkenis blijft de twijfel altijd sluimeren. Als dr. Lecter zijn mes vastpakt, weet je nooit helemaal zeker of hij de rosbief te lijf zal gaan, dan wel een uithaal naar je zwezerik zal wagen. Glansrol als kannibaal of niet, van mijn moeder moet Hannibal zich een en ander laten welgevallen. Sinds mijn vader stierf, nu twintig jaar geleden, is papa in haar ogen nog altijd de meest levenswijze, getalenteerde, bedrevene, ontwikkelde, bereisde en wat je nog allemaal aan liefhebbende adjectieven voor een man kan bedenken. Zij spreekt zijn naam uit als stonden de letters bijgezet in een schrijn, met kaarsen en bladgoud en wierook die 's ochtends al voor dageraad wordt gebrand. Die verknochtheid is charmant en voor mijn vader postuum flatterend. Voor Hannibal, echter, kan het niet zo geweldig zijn koffie te drinken in een woonkamer die bezaaid is met foto's van zijn illustere voorganger. Doet of zegt de arme duivel iets wat mijn moeder niet helemaal bevalt, dan merkt zij met radde tong op dat het toch nooit meer zal zijn zoals vroeger, in de tijd toen ze samen met papa de wereld afreisde. In zijn plaats zou ik allang iets lelijks gezegd hebben, maar dr. Lecter doet er wijselijk het zwijgen toe. Zo hij al duistere fantasieën koestert, dan valt daar aan de buitenkant niets van te merken. Rustig prikt hij in zijn aardappelpuree, de vork belachelijk klein verzonken in zijn reuzenhand. Het zijn de donkere dagen rond Kerstmis, er valt een druilerige regen. We zitten in het restaurant dat uitzicht biedt op een startbaan waar vliegtuigjes taxiën. Verderop verheffen ze zich in de lucht, met een sierlijkheid die mij telkens weer even de adem beneemt. De glazen vullen zich met een niet te versmaden shiraz. Hoe meer ik daarvan drink, hoe meer begeesterd ik word door wat zich op de startbaan afspeelt. Na de dame blanche gaan we in de hangars naar de vliegtuigen kijken. Ze maken meer jongensdroom in me los dan ik dacht. Achter de stuurknuppel van een Cessna legt een piloot mij vol vuur de werking van alle wijzers en metertjes uit. Als ik de knuppel heen en weer wiegel, zie ik hoe soepel de vleugelflappen gehoorzamen. Vervoering door de eerlijke mechaniek. "Zin in een proefvlucht ?" vraagt de piloot. Daarvoor moet ik helaas passen. Mijn maag knijpt al samen als ik mij het moment voorstel waarop de rode brandweerwagen verkleutert tot een speelgoedauto. Ik hoef maar naar de slijtage aan de vliegtuigstoelen te kijken, en ik zie die eenzame propeller al sputteren in volle vlucht. "Je paste anders wel in die cockpit", zegt Hannibal achteraf. "Met dat leren vest van je leek je sprekend op de Rode Baron." Ik probeer zijn pokergezicht te doorgronden. In 2006 heb ik mij behendig leren scheren met een open mes. Ook de kunst van het thuiscomposteren heb ik terdege onder de knie gekregen. Misschien is het tijd voor iets echt grensverleggends. Opstijgen uit mijn kikvorsperspectief, bijvoorbeeld, en de wereld bekijken vanuit vriesdunne hoogtes. Zelf leren vliegen : zou dat geen mooi voornemen zijn voor een splinternieuw jaar ? Jean-Paul Mulders