Dat het koopgedrag van de autoliefhebber niet zeer rationeel is, zal alom bekend zijn. Dat het aandeel van automatische versnellingsbakken op de Belgische markt zo klein blijft, stemt echter tot nadenken. Dat de doorsnee automobilist al sinds jaren voor kleinere wagens kiest, en voor de inherente voordelen die daaraan verbonden zijn, lijkt voor de hand te liggen : de nieuwste kleine auto's moeten qua comfort niet onderdoen voor hun grotere broers terwijl hun verbruik minder is en hun wendbaarheid...

Dat het koopgedrag van de autoliefhebber niet zeer rationeel is, zal alom bekend zijn. Dat het aandeel van automatische versnellingsbakken op de Belgische markt zo klein blijft, stemt echter tot nadenken. Dat de doorsnee automobilist al sinds jaren voor kleinere wagens kiest, en voor de inherente voordelen die daaraan verbonden zijn, lijkt voor de hand te liggen : de nieuwste kleine auto's moeten qua comfort niet onderdoen voor hun grotere broers terwijl hun verbruik minder is en hun wendbaarheid in het stadsverkeer een bijkomende troef vormt. Dat de koper niet verder doordenkt over zijn eigen rijcomfort en niet resoluut voor een automatische bak kiest, is opvallend onlogisch. Het meerverbruik van een klassieke automaat en de extra prijs konden tot voor kort als bezwaren worden aangedragen. Sinds de comeback van de traploze automaat een verre evolutie van de Daftransmissie is dat eerste argument alvast weggevallen en blijft alleen 50.000 frank extra over voor een CVT (continue variabele transmissie). In het geval van de Mazda 121 bedraagt die meerprijs ongeveer 12 % van de prijs van de handgeschakelde versie. De Mazda 121 is een goed voorbeeld van een kleine CVT die dankzij zijn 1,25-litermotor, die 75 pk ontwikkelt voor slechts 963 kilogram, behoorlijk vinnig voor de dag komt. De zestienklepper heeft een aluminiumblok en dito cilinderkop, én een magnesium kleppendeksel elementen die voor een extra laag gewicht zorgen. Met daarbovenop zijn dubbele bovenliggende nokkenas en zijn elektronische besturing is dit een pareltje in zijn soort. Komt daar nog bij dat het gemiddeld verbruik, afhankelijk van de meetmethode, rond de 7 liter / 100 km schommelt. De kleinste Mazda is eigenlijk een kopie van de Ford Fiesta, wordt overigens bij Ford in het Engelse Dagenham gebouwd en kan dankzij een overeenkomst tussen de fabrikanten beide logo's dragen. Die samenwerking is niet echt verwonderlijk als men weet dat Ford al in 1979 een participatie van 25 % in Mazda verwierf en die in de jaren tachtig nog uitbreidde. De derde generatie van de 121 kreeg wel een licht afwijkend exterieur en een wat verschillend interieur mee, maar is voor de rest helemaal Ford. De koper heeft de keuze tussen drie verschillende motoren (benzinemotoren met een slagvolume van 1,25 liter / 16 kleppen en 1,3 liter / 8 kleppen, respectievelijk goed voor 70 en 60 pk, en een 1,8-literdieselmotor, die 60 pk aflevert), maar alleen de 1,25-litermotor kan aan de continu variabele transmissie worden gekoppeld.