MONOVOLUME...
...

MONOVOLUME...Het wordt tijd dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de vele soorten monovolumes. Er bestaan alvast minstens twee duidelijk omschrijfbare kategorieën : enerzijds de monovolumes die geïnspireerd werden door minibusjes en opvallen door hun hoge zit en hoog interieur, en anderzijds de types die dichter bij de personenwagens staan. Bij de eerste soort brengen we de Renault Espace, de Peugeot 806 en de Ford Galaxy onder ; bij de tweede de Mitsubishi Space Wagon en de nieuwe Honda Shuttle, die afgeleid werd van de Accord. Het gevolg is een relatief lage hoogte en dito zit, waardoor één van de kwaliteiten van de echte monovolume verloren gaat. Vanuit een Honda Shuttle kijkt men namelijk niet veilig boven het verkeer uit en dat is jammer. De tweede vaststelling betreft de allure van de Shuttle. Honda heeft duidelijk afstand genomen van allerlei karig aangeklede basisversies en gekozen voor een buitengewoon goed uitgeruste versie (een beetje zoals Lancia en Rover dat betrachten), die bovendien uitsluitend leverbaar is met een viertrapsautomaat ! Onder de kap steekt de 2,2-litermotor (viercilinder/zestien kleppen), die we uit de Accord Coupé en Aerodeck kennen, 150 pk op de voorwielen moet overzetten en daar ondanks het gewicht (1605 kg) geen enkele moeite mee heeft. Binnenin vinden we vier, over twee rijen verdeelde, zeer komfortabele captain Chair-stoelen met centrale armsteun en een bank op de derde rij, die traditiegetrouw niet veel plaats biedt voor de knieën. Doordat de hendel van de automaat naar Amerikaanse gewoonte op de stuurkolom werd aangebracht, is er ruim gelegenheid om tussen de vier stoelen te bewegen. Tenminste voor wie niet te lang is, want de plaatsruimte in de hoogte is beperkt. Het dashboard oogt erg sober : centraal staat een zeer grote snelheidsmeter, terwijl de toerenteller ontbreekt. Opvallend zijn ook de vier klassieke portieren en een even klassieke achterklep. Even merkwaardig is de originele oplossing om de opgeklapte achterbank helemaal onder de vloer te laten verdwijnen, een interessante denkpiste. De keerzijde van de medaille is dat het reservewiel een plaats kreeg achterin de wagen, naast de achterbank, zoals dat bij sommige terreinwagens het geval is. ... OF STATIONWAGON ?Onderweg apprecieerden we de vlot schakelende, elektronisch gestuurde automaat, die wel wat lawaai produceert bij de gehaaste automobilist en geen keuze laat tussen een zuinige en een sportieve selektie. De wegligging is uitstekend, het optrekken voortreffelijk : nauwelijks meer dan 12 sekonden zijn nodig voor het klassieke sprintje naar de 100 km/uur. Het verbruik ligt voor een monovolume aan de zeer redelijke kant. Wie een beetje uitkijkt, komt met elf liter voor 100 km rond. Al ligt dat natuurlijk aan de filozofie van Honda's ontwerp, die wil dat de Shuttle dichter aanleunt bij een zeszitter stationwagon dan bij een busje. De nieuwste Honda is aan de zachte kant afgeveerd en dat zorgt samen met de uitstekende stoelen voor een vlekkeloos rijkomfort tenminste voor wie niet op de derde rij zit. Opvallend is vooral de uitrusting : in serie erft de Shuttle zowel een ABS, twee airbags als een airconditioning, om nog te zwijgen van de vier elektrisch bediende ruiten en dito schuifdak, een centraal slot met afstandsbediening en lichtmetalen velgen. Jammer dat de zijruiten op de derde rij op geen enkele manier kunnen worden geopend. Wellicht zullen vele amateurs van het genre betreuren dat Honda zich traditiegetrouw enkel tot de markt van de benzinerijders richt en dat slechts één zeer goed uitgeruste versie gecommercializeerd wordt. Die politiek, gekoppeld aan de automatische versnellingsbak zorgt voor een prijs die een stuk boven het miljoen ligt. In tegenstelling tot de meeste Japanse konstrukteurs wordt geen drie, maar twee jaar volledige garantie gegeven zij het zonder kilometerbeperking èn twee jaar gratis Honda Assistance in heel Europa. PIERRE DARGEHonda Shuttle : enkel in luxe-uitvoering met automaat.