WERELDKAMPIOEN
...

WERELDKAMPIOENDe Japanners hebben jarenlang met een grote frustratie geleefd : na al hun commerciële suksessen slaagden ze er maar niet in hun kapaciteiten ook in sportieve overwinningen om te zetten. De voorbije jaren is dat op alle niveaus ineens wel gelukt. Een Honda-motor dreef de McLarens naar de wereldtitel in de Formule 1, Mazda won de 24 uur van Le Mans en Toyota ging de laatste twee seizoenen met de wereldtitel rally lopen. En elk van die konstrukteurs liet zijn klanten van de technische snufjes uit de racerij meeproeven. Honda monteert op verschillende van zijn modellen zijn Formule 1-injektie, Mazda levert het allernieuwste van de rotor-techniek op zijn RX7, maar Toyota gaat nog verder. Voor de op sensaties beluste koper creëert Toyota een klantenversie van de wereldkampioen rally, de Celica GT Four. Die verschilt van de Celica 1.8 (116 pk) en van de 2.0 (175 pk) door zijn imposante uiterlijk dat overheerst wordt door de indrukwekkende achterspoiler en door de in- en uitlaten voor lucht op de motorkap. Bovendien krijgt de GT Four een permanente vierwielaandrijving mee. Onder de kap zit de viercilinder/2 liter die we ook in de 2.0 en de MR terugvinden, voorzien van twee bovenliggende nokkenassen en zestien kleppen. Daar bovenop werd een turbo gemonteerd en een uitgekiende elektronische motorsturing zodat een vermogen van 242 pk wordt gehaald. Voor een gewicht van 1380 kg is dat een fraai uitgangspunt en om die imposante krachten een beetje efficiënt op het wegdek over te zetten, werd dan ook voor een permanente vierwielaandrijving gekozen. Om kort te gaan : met dit potentieel zit de nerveuze rijder in het gezelschap van andere uit de sport afgedwaalde produktiemodellen als de Lancia Delta HF Integrale of de Ford Corsworth RS. SNEL EN VEILIGOmdat zo'n auto op het afleveren van topprestaties werd bedacht, ligt het gebruik ervan op de weg niet zomaar voor de hand. De acceleraties zijn zonder meer indrukwekkend, maar de opbouw van de krachten gebeurt niet lineair, zodat het enkele kilometers duurt vooraleer men zicht heeft op de spreiding van die krachten. En men zit in geen tijd aan veel hogere snelheden dan men voor ogen heeft. Is men wat wegwijs geraakt in de beheersing van het potentieel, dan zorgen een opmerkelijk nauwkeurige stuurinrichting, fantastische schijfremmen, gekoppeld aan een ABS met zes "voelers" (vier klassieke en twee voor het registreren van de laterale en longitudinale versnellingen) en de verbluffende wegligging voor sensatie. Om de wagen uit balans te krijgen, is nogal wat kunst- en vliegwerk nodig en dat valt op de openbare weg eigenlijk gewoon af te raden. De krachten die de GT Four ondersteunen, laten zich niet spelenderwijs beheersen en wie de wagen in zijn uitersten wil leren kennen, moet daarvoor eigenlijk de piste op. Het nadeel van zo'n superieure techniek is natuurlijk de harde afstelling van de ophanging die op oneffenheden voor wat ongemak zorgt. Ook de stoelen kregen we nooit in de perfekte afstelling, maar het motorlawaai van deze geweldenaar lag dan weer binnen de perken en dat is tegelijkertijd een nadeel : men rijdt altijd sneller dan men denkt. En wie doortrekt, krijgt een gepeperde brandstofrekening voorgeschoteld, die in geen jaren klopt met de teoretische waarden. Reken bij een sportief gebruik op 14 à 15 liter/100 km. Merkwaardig is dat de GT Four standaard een lederen stoelbekleding meekrijgt, maar bijvoorbeeld geen oliedrukmeter. Van huize uit zit er wel een toerental afhankelijke servobesturing op, een centraal slot (niet voor de koffer), elektrisch bediende ruiten, een volwassen reservewiel dat een groot deel van de kofferruimte in beslag neemt en die onvervangbare ABS. De plaatsen achterin zijn krap, maar de bediening van de wagen loopt opvallend gemakkelijk en eenvoudig. Achter het stuur krijgt men geen moment de indruk dat men met de broer van een wereldkampioen op weg gaat. Tot men het gaspedaal volledig indrukt. PIERRE DARGEToyota Celica GT Four : de broer van de wereldkampioen.